Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 166
Dossier 67
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk rapport / Verslag van bevindingen.

Van: Een Controleur van het Marktwezen.

Origineel

Ambtelijk rapport / Verslag van bevindingen. Een Controleur van het Marktwezen. [Bovenaan de pagina, gestempeld/geschreven:]
No 37/114/1 M. 1541 41/11

[Getypt:]
R A P P O R T


Op 27 Augustus 1941 is door de Ned:Spoorwegen des namiddags omstreeks 6 uur een wagon No 6813, deel uitmakende van een konvooi op de Centrale Markt aangekomen. Deze wagon was geladen met 14.770 K.G.uien, geadresseerd aan expediteur C,Timmermans, doch zooals mij door Timmermans werd medegedeeld, bestemd voor grossier A.van Harte van Pier C. Toen Timmermans op 8 October 1941 bij Harte kwam met de rekening van vervoerkosten van deze wagon uien, verklaarde men bij Harte deze wagon nimmer te hebben ontvangen. Volgens de opgave van den Ladingmeester Pareren was deze wagon toch op den genoemden datum aangekomen, en is hij op 28 Augustus 1941 gelost. Dit moet echter na 8.30 uur v.m. zijn gebeurd, want ladingmeester Pareren heeft den wagon op 28 Augustus 1941 om 8 uur v.m nog geladen aangetroffen. Op dien datum heeft hij de vrachtbrief overgegeven aan Timmermans, die deze op zijn beurt weer heeft overhandigd aan den zoon van Harte. Aanvankelijk ontkende deze een vrachtbrief te hebben ontvangen, doch later vond men deze in het pakhuis terug tusschen andere papieren. Zooals mij, rapporteur, nog is gebleken, heeft Timmermans, Noch iemand van Harte zich overtuigd bij het ontvangen der vrachtbrief of de wagon inderdaad was aangekomen en nog geladen was. Waar ik eerst op 8 October van dit ~~geval~~ geval in kennis werd gesteld en in de afgeloopen tijd wel meer wagons met uien waren aangekomen, kon door mij niet meer worden nagegaan wie of den wagon met uien dan wel gelost heeft. Timmermans heeft nog opgave gevraagd in Zeeland hoeveel uien Harte vandaar in de afgeloopen tijd had ontvangen, terwijl tevens is nagegaan hoeveel uien hij in den afgeloopen tijd had verkocht. De ontvangst bleek toen ongeveer 14.000 K.G. grooter te zijn, doch waar het totaal ontvangst ongeveer 200.000 K.G was, achtte Timmermans een onderwicht van 14.000 K.G. niet uitgesloten.
De fout in deze is naar ik meen, dat Timmermans zoowel als Harte heeft nagelaten om bij het in ontvangst nemen der vrachtbrief zich te overtuigen of de zaak in orde was. De vraag wie dan ook aansprakelijk is voor de kosten moet worden opgelost door Timmermans en van Harte. Hoewel nog is getracht na te gaan wie de uien dan wel kan hebben ontvangen is toch niets kunnen blijken.

Amsterdam 5 November 1941
Controleur,

Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.

[Handtekening Controleur, mogelijk "S. Elthin" of vergelijkbaar]

[Handtekening Bedrijfschef:]
Th. Brouwer

[Handgeschreven aantekeningen in rood potlood/inkt:]
of Timmermans mededeelde
heeft hij dit aan ons niet
verder medegedeeld.
Event. Rechtsk. beslissing
afwachten
7-11-41
[paraaf]

[Handgeschreven aantekeningen in zwarte inkt:]
gezien
opbergen
11/11-41
[paraaf] * Kern van het geschil: Een lading uien van bijna 15 ton (14.770 kg) is spoorloos verdwenen tussen de aankomst op de Centrale Markt in Amsterdam en de aflevering bij de grossier. De administratie (vrachtbrief) suggereert dat de goederen zijn afgeleverd, maar de fysieke ontvangst wordt betwist.
* Administratieve slordigheid: Het rapport wijst op nalatigheid van zowel de expediteur (Timmermans) als de grossier (Van Harte). De vrachtbrief werd ondertekend of aangenomen zonder dat de wagon fysiek werd gecontroleerd. De vrachtbrief werd later pas "teruggevonden tussen andere papieren", wat duidt op een rommelige administratie.
* Onderzoeksmethode: De controleur heeft geprobeerd de vermissing te achterhalen door de totale in- en verkoop van Van Harte te vergelijken met zendingen uit Zeeland. Hoewel er een tekort van 14.000 kg werd geconstateerd, werd dit door de betrokkenen weggezet als een "mogelijk onderwicht" gezien de enorme totale omzet (200.000 kg).
* Conclusie van de controleur: De overheid (het Marktwezen) acht zichzelf niet verantwoordelijk voor de financiële schade. Het wordt gezien als een privaatrechtelijk geschil tussen de expediteur en de grossier. * Tijdsgewricht: Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Voedselvoorziening: In deze periode was de controle op voedselstromen (zoals uien uit Zeeland) cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoer van het distributiestelsel. De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad.
* Rol van het Marktwezen: De dienst Marktwezen hield toezicht op de handel. Een vermissing van bijna 15.000 kg voedsel was in oorlogstijd een ernstige zaak, die potentieel duidde op zwarte handel of diefstal, hoewel dit rapport het eerder houdt op organisatorische fouten.
* Personen: Th. Brouwer was een bekende functionaris binnen het Amsterdamse Marktwezen. De vernoemde "Ladingmeester Pareren" was een functionaris van de Nederlandse Spoorwegen (of de marktdienst) die verantwoordelijk was voor de logistieke afhandeling op de kade/het spoor. Th. Brouwer was een bekende functionaris binnen het Amsterdamse Marktwezen. De vernoemde "Ladingmeester Pareren" was een functionaris van de Nederlandse Spoorwegen (of de marktdienst) die verantwoordelijk was voor de logistieke afhandeling op de kade/het spoor.

Samenvatting

  • Kern van het geschil: Een lading uien van bijna 15 ton (14.770 kg) is spoorloos verdwenen tussen de aankomst op de Centrale Markt in Amsterdam en de aflevering bij de grossier. De administratie (vrachtbrief) suggereert dat de goederen zijn afgeleverd, maar de fysieke ontvangst wordt betwist.
  • Administratieve slordigheid: Het rapport wijst op nalatigheid van zowel de expediteur (Timmermans) als de grossier (Van Harte). De vrachtbrief werd ondertekend of aangenomen zonder dat de wagon fysiek werd gecontroleerd. De vrachtbrief werd later pas "teruggevonden tussen andere papieren", wat duidt op een rommelige administratie.
  • Onderzoeksmethode: De controleur heeft geprobeerd de vermissing te achterhalen door de totale in- en verkoop van Van Harte te vergelijken met zendingen uit Zeeland. Hoewel er een tekort van 14.000 kg werd geconstateerd, werd dit door de betrokkenen weggezet als een "mogelijk onderwicht" gezien de enorme totale omzet (200.000 kg).
  • Conclusie van de controleur: De overheid (het Marktwezen) acht zichzelf niet verantwoordelijk voor de financiële schade. Het wordt gezien als een privaatrechtelijk geschil tussen de expediteur en de grossier.

Historische Context

  • Tijdsgewricht: Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
  • Voedselvoorziening: In deze periode was de controle op voedselstromen (zoals uien uit Zeeland) cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoer van het distributiestelsel. De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad.
  • Rol van het Marktwezen: De dienst Marktwezen hield toezicht op de handel. Een vermissing van bijna 15.000 kg voedsel was in oorlogstijd een ernstige zaak, die potentieel duidde op zwarte handel of diefstal, hoewel dit rapport het eerder houdt op organisatorische fouten.
  • Personen: Th. Brouwer was een bekende functionaris binnen het Amsterdamse Marktwezen. De vernoemde "Ladingmeester Pareren" was een functionaris van de Nederlandse Spoorwegen (of de marktdienst) die verantwoordelijk was voor de logistieke afhandeling op de kade/het spoor.

Locaties

Amsterdam (Centrale Markt).

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6