Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 189
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag), pagina 2 van een meerbladige correspondentie.

14 november 1941.

Origineel

Getypte brief (doorslag), pagina 2 van een meerbladige correspondentie. 14 november 1941. 14 November 41.

  • 2 -

Nu verneem ik inmiddels dat een algemeene uitzondering in voorbereiding is, in dier voege dat joden een aparte plaats op de markt aangewezen zouden krijgen en alleen aan joden zouden mogen verkoopen. Deze uitzondering zou voor cliente niet voldoende zijn, daar de N.V. Hakker heel weinig joodsche relaties heeft, zoodat de zaak toch te gronde zou gaan.

De directie van de Centrale Markt deelde mij mede dat de aanwijzingen, die in deze worden gegeven, haar door U worden verstrekt, terwijl U deze aanwijzingen vermoedelijk weer van een andere autoriteit krijgt. Ik verzoek U nu namens cliente en voor zoovel nodig ook namens de N.V. Hakker te willen bevorderen dat aan de N.V. Hakker wordt toegestaan op den ouden voet voort te gaan, en mij te willen mededeelen of ~~zich~~ naar Uw meening zelf nog iets zou kunnen doen om dit te bevorderen, en zoo ja, tot welke autoriteit ik mij dan naar Uw meening het beste zou kunnen wenden. Bij voorbaat dank ik U ten zeerste voor de te nemen moeite.

Hoogachtend,

V.

[In de marge handgeschreven:] Lik Dit document is de tweede pagina van een brief waarin een juridisch vertegenwoordiger of belangenbehartiger (ondertekend met "V.") protesteert tegen de toenemende beperkingen voor Joodse ondernemers tijdens de Duitse bezetting.

De kernpunten van de brief zijn:
1. Segregatie op de markt: Er is sprake van een regeling waarbij Joodse handelaren naar een apart gedeelte van de markt worden verplaatst en enkel nog aan Joodse klanten mogen verkopen.
2. Economische impact: De schrijver betoogt dat deze maatregel fataal zal zijn voor "N.V. Hakker", omdat dit bedrijf nauwelijks Joodse relaties heeft en dus haar afzetmarkt volledig zou verliezen.
3. Verzoek om uitzondering: Er wordt verzocht om de N.V. Hakker op "ouden voet" (vóór de anti-Joodse maatregelen) te laten voortbestaan.
4. Administratieve onduidelijkheid: De schrijver probeert te achterhalen waar de besluitvorming ligt (Centrale Markt verwijst naar de geadresseerde, die het waarschijnlijk weer van een hogere instantie heeft) om gericht te kunnen lobbyen. De brief dateert van november 1941, een periode waarin de Duitse bezetter in Nederland de economische uitsluiting van Joden in hoog tempo radicaliseerde. Na de registratie van Joodse bedrijven (verordening 189/1940) volgde de "Arisering" of liquidatie ervan.

In Amsterdam, waar de "Centrale Markt" zich bevond, werden Joodse kooplieden stapsgewijs geweerd of geïsoleerd. De maatregel om Joden alleen aan Joden te laten verkopen was een methode om hen sociaal en economisch volledig uit de Nederlandse samenleving te snijden ("Entjudung"). Veel bedrijven probeerden via advocaten of informele kanalen uitzonderingsposities (Sondergenehmigungen) te verkrijgen om te overleven, wat in dit document duidelijk zichtbaar is. De N.V. Hakker was een bekende naam in de Amsterdamse (vlees)handel.

Samenvatting

Dit document is de tweede pagina van een brief waarin een juridisch vertegenwoordiger of belangenbehartiger (ondertekend met "V.") protesteert tegen de toenemende beperkingen voor Joodse ondernemers tijdens de Duitse bezetting.

De kernpunten van de brief zijn:
1. Segregatie op de markt: Er is sprake van een regeling waarbij Joodse handelaren naar een apart gedeelte van de markt worden verplaatst en enkel nog aan Joodse klanten mogen verkopen.
2. Economische impact: De schrijver betoogt dat deze maatregel fataal zal zijn voor "N.V. Hakker", omdat dit bedrijf nauwelijks Joodse relaties heeft en dus haar afzetmarkt volledig zou verliezen.
3. Verzoek om uitzondering: Er wordt verzocht om de N.V. Hakker op "ouden voet" (vóór de anti-Joodse maatregelen) te laten voortbestaan.
4. Administratieve onduidelijkheid: De schrijver probeert te achterhalen waar de besluitvorming ligt (Centrale Markt verwijst naar de geadresseerde, die het waarschijnlijk weer van een hogere instantie heeft) om gericht te kunnen lobbyen.

Historische Context

De brief dateert van november 1941, een periode waarin de Duitse bezetter in Nederland de economische uitsluiting van Joden in hoog tempo radicaliseerde. Na de registratie van Joodse bedrijven (verordening 189/1940) volgde de "Arisering" of liquidatie ervan.

In Amsterdam, waar de "Centrale Markt" zich bevond, werden Joodse kooplieden stapsgewijs geweerd of geïsoleerd. De maatregel om Joden alleen aan Joden te laten verkopen was een methode om hen sociaal en economisch volledig uit de Nederlandse samenleving te snijden ("Entjudung"). Veel bedrijven probeerden via advocaten of informele kanalen uitzonderingsposities (Sondergenehmigungen) te verkrijgen om te overleven, wat in dit document duidelijk zichtbaar is. De N.V. Hakker was een bekende naam in de Amsterdamse (vlees)handel.

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6