Handgeschreven memo/brief met administratieve aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven memo/brief met administratieve aantekeningen. 1 december 1941. (Bovenaan het document staan diverse doorgestreepte berekeningen en notities)
0,30 per m2 per maand · 600 m2
[doorgetrokken streep door 180]
50.- per m. 30 m.
Arisering
N.V. Hakker
W. h. M.
A'dam, 1/12 1941
[Stempel in rood: 31/09/3 M]
[Datumstempel: 2/12/41 AT]
Onder terugzending van
het met uw kaartbrief d.d. 18
November jl. om nadere inlichtingen
ontvangen stuk No. 1064 LM. 1941
heb ik de eer u te berichten, dat adressant
t.b.v. zijn cliënte, de firma Gebr. Duyn
te Beverwijk verzocht, te willen bevor-
deren, dat de Joodsche groothandel
N.V. Hakker, welke op de C.M. is ge-
vestigd, † (zoolang de aandelen der N.V. niet door Joden zijn [geh.]) niet wordt verplaatst naar
het voor de Joden op de C.M. in te
richten terrein, omdat hierdoor de
zaakwaarde van de N.V. zeer belangrijk
in waarde zou dalen.
[Kantlijnnotitie links bij het kruisje:]
† Duyn zijn overge-nomen
Ik geef u beleefd in overweging
de betreffende Duitsche instantie te ver-
zoeken om — indien ter tijde van
de instelling van een afzonderlijke
Joodsche markt op de C.M. — nog
geen beslissing op het verzoek
van adressant aan den C.G.
voor de Veiligheid is ingekomen — Het document is een zakelijk schrijven waarin een vertegenwoordiger (W.h.M.) namens de firma Gebr. Duyn uit Beverwijk bezwaar maakt tegen de voorgenomen verplaatsing van de groothandel N.V. Hakker. N.V. Hakker was een Joodse onderneming gevestigd op de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam.
De kern van het betoog is dat verplaatsing naar het speciaal voor Joden ingerichte terrein op de markt de "zaakwaarde" van het bedrijf zou schaden. De reden voor deze inmenging van Gebr. Duyn wordt duidelijk uit de kantlijnnotitie: "Duyn zijn overgenomen". Dit duidt op een proces van "Arisering", waarbij de aandelen van het Joodse bedrijf overgingen in niet-Joodse handen. De nieuwe (beoogde) eigenaren willen voorkomen dat hun investering minder waard wordt door de beperkingen die voor Joodse marktpartijen gelden. Er wordt verwezen naar een lopend verzoek bij de "C.G. voor de Veiligheid" (de Duitse SS-leider Hanns Albin Rauter). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (december 1941). De term "Arisering" bovenaan de pagina verwijst naar het onteigenen van Joodse bedrijven en het overdragen ervan aan niet-Joden (vaak collaborateurs of opportunistische zakenlieden), conform Verordening 48/1941.
In 1941 werd in Amsterdam de segregatie van Joden in het openbare leven steeds strikter doorgevoerd. Op de Centrale Markt in Amsterdam-West werd een apart gedeelte aangewezen waar uitsluitend Joodse handelaren mochten staan. Dit document illustreert de economische complexiteit van de Arisering: zodra een bedrijf in niet-Joodse handen kwam, probeerden de nieuwe eigenaren de discriminerende maatregelen die eerder op het bedrijf van toepassing waren (zoals gedwongen verhuizing naar een Joodse markt), ongedaan te maken om hun winstmarges te beschermen. N.V. Hakker