Handgeschreven memo of ambtelijke werkaantekening.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke werkaantekening. (Centrale tekst in zwarte inkt)
Verzoek te richten van
fin. wege om - indien
te tijde van de instelling [van]
afzonderlijke Joodsche
markt nog geen
beslissing op verzoek
Baron is ingekomen -
aan C.G.
indien aannemelijk is dat
verzoek kans heeft op
inwilliging en Joh. Druyven
in aanmerking [kan] te komen
voor vestiging op m.
(Hiernaar wordt thans
onderzoek ingesteld.)
Tijdelijk dispensatie te
verleenen en te vergunnen
op C.M. te blijven totdat
op verzoek Baron beslist
zal zijn.
(Marginale aantekening linksboven in rode inkt)
Zie
Hebt U dit reeds
gedaan? 8
(Marginale aantekening linksonder in rode inkt, omkaderd)
Mr. Baron bellen
verzoeken van dezen kant
te laten komen. * Kern van de zaak: Het document bespreekt een verzoek tot tijdelijke dispensatie voor een zekere Joh. Druyven. Het doel is dat hij op de "C.M." (Centrale Markt) mag blijven werken in afwachting van een definitief besluit over een verzoek dat door "Mr. Baron" is ingediend.
* Bestuurlijke procedure: Er wordt geadviseerd een verzoek te richten aan de "C.G." (Commissaris-Generaal, een topfunctionaris in het Duitse bezettingsbestuur). De beslissing hangt af van de vraag of het verzoek van Baron kans van slagen heeft.
* Terminologie:
* C.M.: Staat hoogstwaarschijnlijk voor de Centrale Markt (bijv. de Centrale Markthallen in Amsterdam).
* C.G.: Verwijst naar een van de vier Generalkommissare onder Seyss-Inquart (bijv. voor Financiën en Economische Zaken).
* Joh. Druyven: Vermoedelijk een marktkoopman of ondernemer wiens positie onzeker is geworden.
* Administratieve interactie: De rode inkt toont de interne opvolging. Een leidinggevende vraagt of de actie al is uitgevoerd en geeft de specifieke instructie om Mr. Baron te bellen. Dit document is direct verbonden met de Jodenvervolging en de economische segregatie in het bezette Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar de instelling van een "afzonderlijke Joodsche markt" plaatst de notitie in 1941 of 1942.
Vanaf 1941 werden Joodse kooplieden stapsgewijs geweerd van reguliere markten en werden zij gedwongen zich te vestigen op speciaal daarvoor aangewezen "Jodenmarkten" (zoals in Amsterdam op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Joubertplein). Deze notitie laat de ambtelijke worsteling zien met individuele verzoeken om uitstel of vrijstelling (dispensatie) van deze segregerende maatregelen, terwijl de bureaucratische molens van het bezettingsbestuur draaiden.