Ambtelijke brief/doorslag.
Origineel
Ambtelijke brief/doorslag. 18 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen te Amsterdam). VD/HG.
37/126/2 M.
1
Verzonden 18/12
18 December 1941.
Ingebruikgeving
Hal Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 28 November jl. om advies ontvangen stuk No.1085 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat mijnerzijds tegen de onderhavige ingebruikgeving geen bezwaar bestaat.
Dezerzijds is met de leiding van de W.A. omtrent de ingebruikgeving reeds overleg gepleegd, waarbij is gebleken, dat de hal voor het onderhavige doel niet behoeft te worden ontruimd. Mijn dienst zal dus slechts eenige kosten moeten maken voor toezichthoudend personeel. Ten aanzien van de verwarming der hal behoeven geen bijzondere maatregelen te worden getroffen, daar deze in dit jaargetijde toch reeds op een zoodanige temperatuur wordt gehouden, als noodig voor het vorstvrij houden van de opgeslagen producten.
Ik geef U beleefd in overweging mij machtiging te verleenen tot het ingebruikgeven op 4 Januari a.s. van een gedeelte der Hal op de Centrale Markt ten behoeve van de W.A. der N.S.B., waarbij de werkelijk te maken kosten benevens eenige huur aan de W.A. in rekening zullen worden gebracht. Een en ander zou ik willen stellen op ƒ 50,-.
Ik verzoek U voorts bij den Inspecteur der Directe belastingen te doen onderzoeken, of door de onderhavige ingebruikgeving een aanslag in de Personeele Belasting zou kunnen volgen en indien dit bevestigend wordt beantwoord, te doen bevorderen, dat hiervan door het Departement van Financien dispensatie wordt verleend. (Bij vroegere verhuringen van de hal, waarbij door de Gemeente een huurprijs van ƒ 1.000,- werd gevraagd, is steeds de vereischte dispensatie verkregen.)
Ten slotte geef ik U beleefd in overweging van het door den Burgemeester te nemen besluit kennis te geven aan adressant en daarbij te willen bevestigen, hetgeen de leiding der W.A. mij heeft toegezegd, namelijk, dat zij zal zorgdragen voor den terzake vereischten ordedienst.
De Directeur, * Toon en houding: De brief is geschreven in een zakelijke, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de periode. De directeur stelt zich meewerkend op ten aanzien van het verzoek om ruimte beschikbaar te stellen aan de W.A.
* Logistiek: De directeur merkt op dat er weinig extra inspanning nodig is: de hal hoeft niet ontruimd te worden en is al verwarmd om producten vorstvrij te houden. Dit duidt op een efficiënt gebruik van de faciliteiten.
* Financiën en Bureaucratie: Er wordt een bescheiden bedrag van 50 gulden gevraagd voor kosten en huur. Opvallend is de aandacht voor de 'Personeele Belasting' en de noodzaak voor belastingvrijstelling (dispensatie), waarbij gerefereerd wordt aan eerdere, veel duurdere verhuringen (1.000 gulden).
* Veiligheid: De W.A. zal zelf voor de 'ordedienst' zorgen, wat aangeeft dat de organisatie haar eigen beveiliging en toezicht regelt tijdens het evenement op 4 januari 1942. Dit document stamt uit december 1941, een cruciale fase in de Duitse bezetting van Nederland. Op 14 december 1941 was de N.S.B. door de bezetter uitgeroepen tot de enige toegestane politieke partij in Nederland. De W.A. (Weerbaarheidsafdeling), de geüniformeerde en vaak gewelddadige ordedienst van de N.S.B., maakte in deze periode steeds vaker gebruik van publieke ruimtes voor bijeenkomsten en manifestaties.
De Centrale Markthallen in Amsterdam-West vormden een essentieel onderdeel van de voedseldistributie. Dat een dergelijke strategische locatie werd opengesteld voor de W.A. illustreert de verregaande invloed van de nationaalsocialisten op het gemeentelijk apparaat en de dagelijkse gang van zaken in de stad. De wethouder voor de Levensmiddelen in deze periode was de pro-Duitse Jan Smit.