Getypte ambtelijke brief/nota.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota. 30 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals Publieke Werken of Marktwezen). VP/HG. Extra
21/11/2 M.
30 Maart 1939.
Klacht over brandstoffenmarkt
Kostverlorenvaart.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 14 dezer om advies ontvangen stukken No.241 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat in de Kostverlorenvaart (Westzijde) van den Admiraal de Ruyterweg tot de Paramaribostraat een brandstoffenmarkt is gevestigd.
Zooals mijn Ambtgenoot van de Handelsinrichtingen in zijn zich onder de stukken bevindend rapport d.d. 25 Februari jl. (No.210 a D H) meedeelt, zijn eenige aan de bedoelde markt liggende vaartuigen tijdelijk naar een ander punt der markt verplaatst, in verband met het aanbrengen van een nieuwe walbeschoeiing. De kolenschuiten veroorzaken op het punt, waar zij thans tijdelijk (totdat de beschoeiing gereed zal zijn) liggen, niet meer overlast dan elders op de markt. Voor opheffing van het door adressant bedoelde gedeelte der brandstoffenmarkt, waartoe een besluit van den Gemeenteraad vereischt zou zijn, bestaat mijns inziens op grond van het vorenstaande geen aanleiding.
Ik heb mitsdien de eer U te adviseeren den adressant te doen berichten, dat ter plaatse door hem bedoeld een brandstoffenmarkt is gevestigd, waar niet kan worden verhinderd, dat er brandstoffenvaartuigen ligplaats kiezen.
De Directeur, * Kern van de zaak: De brief betreft een reactie op een klacht van een burger (de "adressant") over overlast door kolenschuiten op een specifiek deel van de Kostverlorenvaart.
* Argumentatie: De directeur stelt dat de overlast tijdelijk van aard is vanwege werkzaamheden aan de walbeschoeiing (oeverversterking). Hij betoogt dat de overlast niet groter is dan op andere delen van de markt.
* Besluitvorming: Om de markt op die plek op te heffen, zou een officieel raadsbesluit nodig zijn. De directeur ziet daar geen aanleiding toe en adviseert de wethouder om de klacht af te wijzen.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van voor de Tweede Wereldoorlog, met gebruik van de naamval "den" en archaïsche termen zoals "mitsdien" en "kantbrief". * Locatie: De Kostverlorenvaart in Amsterdam was in deze periode een belangrijke doorvoerroute en ligplaats voor de aanvoer van goederen per schip.
* Historisch belang: In 1939 was steenkool nog de primaire brandstof voor de verwarming van huizen en voor de industrie. Een "brandstoffenmarkt" was een plek waar schepen (kolenschuiten) lagen afgemeerd voor de directe verkoop en distributie.
* Bestuur: De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In de jaren dertig viel de brandstoffenvoorziening vaak onder dit loket vanwege het essentiële karakter voor de bevolking, zeker met de toenemende internationale spanningen vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.