Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 243
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven notitie op een voorgedrukt formulier van de "Commissie voor Tuinbouwsteun".

1941.

Origineel

Handgeschreven notitie op een voorgedrukt formulier van de "Commissie voor Tuinbouwsteun". 1941. [Rechtsboven, in blauw potlood:] 2

Ontvangen van de COMMISSIE VOOR TUINBOUW-
STEUN te AMSTERDAM voor geleverd
tegen de vastgestelde minimumprijzen:

[Handgeschreven tekst:]
C. L. Prosse
Molendijk B. 152 bis
Loenen a/d Vecht
vraagt ontheffing
marktgeld 1941.
is overgegaan naar de
Hilversumsche Veiling
is dit goed?
(hoeveel maal hier gemarkt?
in 1941 niet gemarkt)

[Onderaan, stempel met handtekening/paraaf:]
TUINDERS VEILING VEREENIGING
voor Amsterdam & Omstreken. Het document betreft een administratieve vraag over de afdracht van marktgeld door een individuele tuinder, C. L. Prosse uit Loenen aan de Vecht. In 1941 verzocht hij om ontheffing van dit marktgeld omdat hij zijn producten niet langer via de Amsterdamse veiling, maar via de "Hilversumsche Veiling" verhandelde.

Op het formulier wordt de vraag gesteld of dit akkoord is ("is dit goed?"). Daaronder staat tussen haakjes een controle-opmerking genoteerd: er is nagegaan hoe vaak de persoon in kwestie nog in Amsterdam op de markt heeft gestaan. De conclusie luidt dat hij in 1941 niet meer op de betreffende markt heeft gestaan, wat het verzoek om ontheffing ondersteunt. Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog (1941). Tijdens de bezetting was de tuinbouwsector strikt gereguleerd. De "Commissie voor Tuinbouwsteun" speelde een rol in de prijsvorming en de distributie van tuinbouwproducten. Tuinders waren vaak verplicht aangesloten bij specifieke veilingen en moesten heffingen (zoals marktgeld) betalen.

Omdat Loenen aan de Vecht geografisch tussen Amsterdam en Hilversum ligt, was de keuze voor de Hilversumse veiling logistiek begrijpelijk. De nauwgezette administratie en controle op de marktbezoeken tonen de bureaucratische controle aan die de instanties in die tijd uitoefenden op de handel in levensmiddelen.

Samenvatting

Het document betreft een administratieve vraag over de afdracht van marktgeld door een individuele tuinder, C. L. Prosse uit Loenen aan de Vecht. In 1941 verzocht hij om ontheffing van dit marktgeld omdat hij zijn producten niet langer via de Amsterdamse veiling, maar via de "Hilversumsche Veiling" verhandelde.

Op het formulier wordt de vraag gesteld of dit akkoord is ("is dit goed?"). Daaronder staat tussen haakjes een controle-opmerking genoteerd: er is nagegaan hoe vaak de persoon in kwestie nog in Amsterdam op de markt heeft gestaan. De conclusie luidt dat hij in 1941 niet meer op de betreffende markt heeft gestaan, wat het verzoek om ontheffing ondersteunt.

Historische Context

Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog (1941). Tijdens de bezetting was de tuinbouwsector strikt gereguleerd. De "Commissie voor Tuinbouwsteun" speelde een rol in de prijsvorming en de distributie van tuinbouwproducten. Tuinders waren vaak verplicht aangesloten bij specifieke veilingen en moesten heffingen (zoals marktgeld) betalen.

Omdat Loenen aan de Vecht geografisch tussen Amsterdam en Hilversum ligt, was de keuze voor de Hilversumse veiling logistiek begrijpelijk. De nauwgezette administratie en controle op de marktbezoeken tonen de bureaucratische controle aan die de instanties in die tijd uitoefenden op de handel in levensmiddelen.

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6