Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 245
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt officieel rapport met handgeschreven kanttekeningen en handtekeningen.

2 december 1941. Van: B. Felthuis, Controleur. Aan: Den Heer Bedrijfschef v/h Marktwezen.

Origineel

Getypt officieel rapport met handgeschreven kanttekeningen en handtekeningen. 2 december 1941. B. Felthuis, Controleur. Den Heer Bedrijfschef v/h Marktwezen. № 37 / 134 / 1 M. 1941 15/12 [handgeschreven: Q.C.]
[handgeschreven: Teveel aardappelen De Loor.]
R A P P O R T

Heden morgen vernam ik, ondergeteekende, controleur B. Felthuis, dat [doorgestreept: F] F. de Loor, expediteur met paard en wagen, wonende Jan Lievenstraat 18 1 alhier, op Maandag 1 December 1941, omstreeks 4.15 uur n.m. 30 mud aardappelen zou hebben geladen, terwijl hij maar 27 ½ mud moest ontvangen. Naar aanleiding hiervan heb ik een onderzoek ingesteld waarbij het volgende is gebleken.

Op datum en tijd voornoemd, vervoegde Loor zich met zijn paard en wagen op de Centrale Markt bij wagon No 183196, om 27 ½ mud aardappelen te laden welke voor verschillende kooplieden bestemd waren. De daartoe benoodigde bonnen heeft hij afgegeven aan D. Reens, die als controleur van de Amsterdamsche Combinatie van Aardappelengrossiers belast is met toezicht op het afgeven der aardappelen en gehouden is de lading van ieder die hij helpt te tellen. Het aantal te laden mudden heeft Reens opgegeven aan de aardappelenverwerker G. Walman, die als zoogenaamde boekjesgast bij den genoemden wagon was ingedeeld, welke Walman het aantal mudden hetwelk Loor moest ontvangen in zijn boekje noteerde.

Op zijn beurt gaf Walman dit aantal weer op aan den aardappelenverwerker de Rooij, die van elke zak welke afgegeven wordt [doorgestreept: krijgt] een streepje zet, dus op deze manier telt. Zooals Rooij mij verklaarde, zou hij in de meening zijn geweest, dat Loor 30 mud aardappelen moest hebben. Zooals mij, rapporteur bij onderzoek bleek, was even voordat Loor bij de wagon verscheen een ander geweest die inderdaad 30 mud zou laden, doch werd deze naar een andere wagon verwezen. Rooij wist dat echter niet, zoodat hij meende, dat Loor de 30 mud moest ontvangen. Bij deze vergissing beging de controleur van de A.C. Reens ook een groote fout, door de lading van Loor niet na te tellen hoewel juist dit het belangrijkste is van zijn werk. Loor is dan ook zonder meer van de Centrale Markt vertrokken.

Bij het vergelijken van het aantal geloste mudden, na het beeindigen van hun dagtaak, kwamen de aardappelenverwerkers tot de ontdekking, dat er tusschen de opgave van [doorgestreept: xxxxxxx] den boekjesgast Walman en die van de Strepenzetter Rooij een verschil was van 2 ½ mud, welke volgens de Rooij dan door Loor te veel zou zijn ontvangen. Terstond is Reens de Loor toen nagegaan en heeft hem bij de eerste van zijn klanten, namelijk kooper P. Poelgeest, wonende Govert Flinckstraat 325 alhier aangetroffen. De andere klanten had Loor nog niet [doorgestreept: bez] bediend. Bij controle aldaar, bleek Reens toen, dat Loor geen 2 ½ mud doch slechts 1 mud aardappelen te veel op zijn wagen had. Zooals Loor, mij, rapporteur, later verklaarde, wist hij hier niets van, aangezien hij, bij het ontvangen der partij, de zakken aardappelen niet had geteld omdat dit door de aardappelenverwerkers wordt gedaan. Dat hij 1 mud aardappelen te veel op zijn wagen had zou hem dan ook pas zijn gebleken nadat hij zijn lading tezamen met Reens had nageteld in de Govert Flinckstraat. Dat hij 2 ½ mud te veel zou hebben ontvangen bleef hij ontkennen. Hij zou zorg dragen, dat het mud aardappelen hetwelk hij te veel had ontvangen weer aan de A.C. zou worden terug gebracht.

Bij wie nu de fout van de 1 ½ mud aardappelen schuilt kan door mij, rapporteur, niet meer met zekerheid worden nagegaan, daar zoowel Reens, de Rooij en de Loor in gebreke zijn gebleven hun werk naar behooren te verrichten. Van de zijde der A.C. zal Reens hiervoor worden gestraft door uitsluiting van een maand, terwijl de Rooij door de organisatie van aardappelenverwerkers is gestraft met uitsluiting van 14 dagen. Aan expediteur de Loor zal men voorloopig geen aardappelen ten vervoer meer medegeven. Eenige grond tot een strafrechterlijke vervolging is hier niet aanwezig.

[Linksonder:]
[Paraaf: gv]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Handtekening: J. Feenstra]
[Handgeschreven in rood: Gezien [onleesbaar]]

[Rechtsonder:]
Amsterdam 2 December 1941
Controleur,
[Handtekening: Felthuis] Het rapport beschrijft een incident op de Centrale Markt in Amsterdam waarbij een administratieve en logistieke fout leidde tot een onjuiste levering van aardappelen. Door een miscommunicatie tussen verschillende functionarissen ("controleur", "boekjesgast" en "strepenzetter") kreeg een expediteur meer aardappelen mee dan waarvoor hij bonnen had.

Opvallend is de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee de foutenketen wordt gereconstrueerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de papieren werkelijkheid (27,5 mud), de fysiek getelde eenheden door de strepenzetter (die dacht dat het 30 mud moest zijn), en de uiteindelijke bevinding bij de klant (1 mud teveel). De conclusie is dat er geen sprake is van opzettelijke diefstal (strafrechterlijke vervolging), maar van nalatigheid bij alle betrokkenen, wat leidt tot administratieve sancties zoals tijdelijke uitsluiting van werk. Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedselvoorziening, en met name de distributie van aardappelen, van vitaal belang en streng gereguleerd via een distributiesysteem met bonnen. De "Amsterdamsche Combinatie van Aardappelengrossiers" (A.C.) speelde een centrale rol in dit beheer onder toezicht van de overheid.

De termen "boekjesgast" en "strepenzetter" verwijzen naar specifieke rollen in de haven en op markten voor het tellen en administreren van ladingen. Een "mud" was een gebruikelijke volumemaat voor aardappelen (ongeveer 70 kilo). De strenge straffen (een maand uitsluiting van werk) onderstrepen hoe zwaar men tilde aan kleine tekorten of overschotten in een tijd van toenemende voedselschaarste en strikte controle op de zwarte handel.

Samenvatting

Het rapport beschrijft een incident op de Centrale Markt in Amsterdam waarbij een administratieve en logistieke fout leidde tot een onjuiste levering van aardappelen. Door een miscommunicatie tussen verschillende functionarissen ("controleur", "boekjesgast" en "strepenzetter") kreeg een expediteur meer aardappelen mee dan waarvoor hij bonnen had.

Opvallend is de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee de foutenketen wordt gereconstrueerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de papieren werkelijkheid (27,5 mud), de fysiek getelde eenheden door de strepenzetter (die dacht dat het 30 mud moest zijn), en de uiteindelijke bevinding bij de klant (1 mud teveel). De conclusie is dat er geen sprake is van opzettelijke diefstal (strafrechterlijke vervolging), maar van nalatigheid bij alle betrokkenen, wat leidt tot administratieve sancties zoals tijdelijke uitsluiting van werk.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedselvoorziening, en met name de distributie van aardappelen, van vitaal belang en streng gereguleerd via een distributiesysteem met bonnen. De "Amsterdamsche Combinatie van Aardappelengrossiers" (A.C.) speelde een centrale rol in dit beheer onder toezicht van de overheid.

De termen "boekjesgast" en "strepenzetter" verwijzen naar specifieke rollen in de haven en op markten voor het tellen en administreren van ladingen. Een "mud" was een gebruikelijke volumemaat voor aardappelen (ongeveer 70 kilo). De strenge straffen (een maand uitsluiting van werk) onderstrepen hoe zwaar men tilde aan kleine tekorten of overschotten in een tijd van toenemende voedselschaarste en strikte controle op de zwarte handel.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6