Afschrift van een besluit/vergunning van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een besluit/vergunning van de gemeente Amsterdam. 14 februari 1940 (gebaseerd op handgeschreven datering onderaan); de tekst refereert aan besluiten uit juli en oktober 1939. [Handgeschreven bovenin:]
№ 39/42/230 M. 1940 13/3 R. de Boer.
No. 764 L.M. 1939. 39/102/10 39/179 39/464-35
[Getypte tekst:]
Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gelet op hun beschikking dd. 14 Juli 1939, No. 5/208 L.M. '39, gewijzigd bij beschikking van 11 October 1939, No. 5/208 L.M. '39, waarbij aan Antonius Cornelis de Goede, geboren 30 December 1890 wonende Jan Evertsenstraat 26 I, vergunning werd verleend tot het innemen van een vaste standplaats met een mand of houten bak ten verkoop van bloemen op den openbaren weg;
Overwegende, dat het noodzakelijk is, de voorwaarden, waaronder deze vergunning is verleend, aan te vullen;
Geven belanghebbende te kennen, dat hem, onder intrekking van hun bovenaangehaalde beschikkingen tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een mand of houten bak ten verkoop van bloemen op den openbaren weg, het verhoogde voetpad voor den Admiraal De Ruijterweg aan den kant van den rijweg, vóór de scheiding van de perceelen Admiraal De Ruijterweg 87 en 89 en wel op 0,60 Meter afstand van den rijweg, onmiddellijk naast een aldaar aanwezigen boom, de langste zijde van de mand of bak evenwijdig aan den rijweg, om daarvan aanvangende te 8 uur v.m. dagelijks, uitgezonderd des Zondags gebruik te maken gedurende de tijden, waarop het venten met genoemd artikel volgens de Verordening op de Winkelsluiting is toegestaan, alsmede zich van 10 uur v.m. tot 2 uur n.m. te doen vervangen door zijn echtgenoote Maria Magdalena Otte, geboren 14 Januari 1895, ten einde zelf de bloemenveiling te bezoeken
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag, behoudens het bovenvermelde, alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan;
c. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken, kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
d. de vergunninghouder mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1,50 M. bij 1/2 M.;
e. het op eenigerlei wijze op- of uitbouwen van de gebezigde mand of bak is niet toegestaan;
f. als brandstof voor de met vloeibare brandstof gevulde lampen mag geen benzine worden gebruikt, terwijl de naaldafsluiter, welke zich bevindt in de brandstofleiding tusschen het brandstofreservoir en de lichtbron, van een aanslag voor den open stand moet zijn voorzien;
g. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aanwijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
h. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende, c.q. voorafgaande week.
[Handgeschreven onderaan:]
intgen. 14/2 '40
--- Dit document is een officiële vergunning (gepresenteerd als afschrift) die inzicht geeft in de strikte regulering van straathandel in Amsterdam aan het begin van 1940. De tekst valt op door de extreme mate van detail:
1. Exacte Locatie: De standplaats wordt niet alleen per straat gedefinieerd, maar tot op 60 centimeter van de weg, bij de perceelgrens van specifieke huisnummers (87 en 89) en zelfs ten opzichte van een specifieke boom.
2. Afmetingen en Materiaal: Er is een strikte beperking aan de omvang van de uitstalling (1,50 x 0,5 meter) en het type materiaal (mand of houten bak). Uitbreidingen zijn verboden.
3. Persoonsgebondenheid: In de kern moet de vergunninghouder (A.C. de Goede) de standplaats zelf bemannen. Er wordt echter een specifieke uitzondering gemaakt voor zijn vrouw, Maria Magdalena Otte, zodat hij de bloemenveiling kan bezoeken. Dit illustreert de dagelijkse logistiek van een kleine zelfstandige bloemenverkoper.
4. Veiligheid en Orde: Artikel 'f' bevat technische veiligheidseisen voor verlichting (geen benzine, specifieke afsluiters), wat wijst op de brandgevaren van die tijd. Artikel 'g' onderstreept de absolute autoriteit van de politie over de openbare ruimte.
--- Het document dateert van 14 februari 1940. Dit is een cruciaal historisch moment: Nederland is op dat moment nog neutraal, maar de dreiging van de Tweede Wereldoorlog hangt over het land. Slechts drie maanden later zou de Duitse inval plaatsvinden.
De Admiraal de Ruijterweg was (en is) een belangrijke verkeersader in Amsterdam-West, een stadsdeel dat in de decennia daarvoor fors was uitgebreid. De vergunning weerspiegelt de bureaucratische ordening van de groeiende stad, waarbij men probeerde de ambulante handel te faciliteren zonder de doorstroming van het verkeer of de belangen van de gevestigde winkeliers (verwijzing naar de Winkelsluitingswet) te schaden.
De vergunninghouder, Antonius Cornelis de Goede, woonde in de nabijgelegen Jan Evertsenstraat. Het feit dat hij persoonlijk de veiling bezocht, duidt op een kleinschalige onderneming waarbij de volledige keten — van inkoop op de veiling tot verkoop op de hoek van de straat — door het echtpaar zelf werd beheerd. De administratieve nummers bovenin suggereren dat dit document deel uitmaakte van een uitgebreid archiefsysteem voor markt- en straatvergunningen.