Administratieve aantekening / besluit op een officieel bijblad (Model No. 14).
Origineel
Administratieve aantekening / besluit op een officieel bijblad (Model No. 14). [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. .......... No. 21 / 12 / 1 / 1938 [gecorrigeerd naar 1939]
DOORGEZONDEN: 31/3
[In rode inkt overschreven:] 21 / 12 / 2 4
[In potlood/zwarte inkt ernaast:] 10/4-39 [geparafeerd]
[Rechtsboven]
902
Th. Rijvorst
advies
3-4-39
[Paraaf: de Meer]
[Hoofdtekst]
Den Heer N. Meijer moet m.i. worden
bericht, dat zijn verzoek om de brand-
stoffenschuit in Volendam een andere
ligplaats aan te wijzen, niet kan
worden ingewilligd.
(Zie rapport marktambtenaar.)
[Onderaan rechts]
13-4-39
[Handtekening: de Meer]
[Voetnoot links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft de afhandeling van een officieel verzoek van een burger, de heer N. Meijer. Meijer verzocht om een andere ligplaats voor zijn "brandstoffenschuit" (een boot voor het transport/verkoop van brandstoffen zoals steenkool of olie) in de haven van Volendam.
Het procesverloop is af te leiden uit de data:
1. December 1938: Het verzoek wordt oorspronkelijk geregistreerd.
2. 31 maart 1939: Het dossier wordt doorgezonden voor verdere behandeling.
3. 3 april 1939: Er komt een advies binnen van een zekere Th. Rijvorst.
4. 13 april 1939: De definitieve beslissing wordt genomen door een functionaris (mogelijk de burgemeester of een wethouder, getekend "de Meer"). Het verzoek wordt afgewezen op basis van een negatief rapport van de marktambtenaar. Dit document biedt een inkijkje in het lokaal bestuur van de gemeente Edam-Volendam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De marktambtenaar was destijds verantwoordelijk voor de orde en indeling van de markt en de haven. De weigering van een nieuwe ligplaats kan te maken hebben gehad met ruimtegebrek, veiligheidsvoorschriften rondom brandstoffen of eerdere afspraken over havenindeling. De precieze redenen zouden in het genoemde "rapport marktambtenaar" te vinden zijn, dat als bijlage bij dit dossier hoorde. N. Meijer