Ambtelijke correspondentie / brief.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / brief. 3 april 1939 (met referentiedatum 31/3). A.W. Rijvoort (vermoedelijk een marktmeester of opzichter). De Inspecteur van het Marktwezen (Amsterdam). Nº 21/12/1 1939 3 April 1939
31/3
Aan den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen.
Aangaande de klacht van de bewoners van de perceelen
Lijnbaansgracht 59-60, het volgende.
Aan de Lijnbaansgracht ter plaatse is de kolenzaak
van de firma v. Munster gevestigd. Van deze firma
liggen 4 kolenvaartuigen naast de brug voor de Westerstraat,
vlak voor het pakhuis. Deze brug ligt zoo laag boven
het water dat er geen vaartuig onder door kan, zoodat het
geen bezwaar is dat de vaartuigen er vlak naast liggen.
Daar de Lijnbaansgracht door B. en W. als brandstoff-
markt is aangewezen, moeten de bewoners van boven-
genoemde perc. er maar in berusten daar ik geen andere
plaats voor deze vaartuigen heb. Ik zal wel van Munster
er nog eens op attent maken de boel zoo netjes
mogelijk te houden en met het werken op de vaartuig-
rekening met de bewoners te houden.
A.W. Rijvoort * **Inhoud:** De brief is een reactie op een klacht van bewoners van de Lijnbaansgracht 59-60. Zij ondervinden kennelijk hinder van vier kolenaken (vaartuigen) van de firma Van Munster die voor hun deur liggen.
- Argumentatie: De schrijver voert twee argumenten aan om de klacht af te wijzen:
- Praktisch: De vaartuigen liggen bij een brug (voor de Westerstraat) die zo laag is dat er toch geen doorvaart mogelijk is. De ligplaats blokkeert dus geen scheepvaartverkeer.
- Juridisch/Bestuurlijk: Het College van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) heeft dit specifieke gedeelte van de gracht officieel aangewezen als 'brandstoffenmarkt'.
- Conclusie: De bewoners moeten de situatie accepteren ("er maar in berusten") omdat er geen alternatieve ligplaats is. Wel wordt er een kleine handreiking gedaan: de firma zal worden aangesproken op netheid en lawaaioverlast tijdens het werk.
- Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit het interbellum (bijv. "perceelen", "zoo", "zoodat"). Dit document biedt een inkijkje in het Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In die tijd werden huizen nog massaal verwarmd met kolen, die per schip door de stad werden vervoerd en op strategische plekken werden verhandeld. De Lijnbaansgracht, gelegen in de dichtbevolkte Jordaan, was een levendige handelsader waar wonen en werken letterlijk op elkaars lip zaten.
De "brandstoffenmarkt" was een gereguleerde plek waar kolenhandelaren hun voorraad mochten aanmeren. De spanning tussen de industriële/commerciële functie van de grachten en de woonfunctie voor de burgers is een tijdloos Amsterdams thema, dat in deze brief duidelijk naar voren komt. De overheid gaf hier in 1939 prioriteit aan de gevestigde handel en de officiële aanwijzing van het gebied.