Ambtelijk schrijven / Adviesnota.
Origineel
Ambtelijk schrijven / Adviesnota. 21 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven linksboven: aangereikt (?)]
[Handgeschreven rechtsboven: Müller]
D/G.
21/16/2 M.
21 April 1939.
Kwytschelding marktgeld
brandstoffenmarkten ten
name van C.H. Schipper.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat C.H.
Schipper, Eerste Vogelstraat 17, die met brandstoffenvaartuig
"Johannes", metende 104 ton, voor het kalenderjaar 1939 een
plaats heeft ingenomen aan de brandstoffenmarkt Motorkanaal
by de Meeuwenlaan, my heeft meegedeeld, dat hy dit vaartuig
met ingang van 13 April jl. heeft verkocht, weshalve het
niet meer aan de markt komt. Schipper heeft van het terzake
verschuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 104,- den eersten
kwartaaltermyn ten bedrage van ƒ 26,- betaald. Indien hy
voor dit vaartuig het tarief per kalendermaand en per kalen-
derweek had gekozen, zou hy gedurende de periode van 1 Janu-
ari tot en met 13 April jl. een bedrag van ƒ 36,40 zyn
schuldig geweest. Het lykt my billyk, dat hem, hetgeen hy
boven dit bedrag schuldig is, zynde ƒ 104,-- - ƒ 36,40 =
ƒ 67,60, wordt kwytgescholden. Ik heb de eer U beleefd te
verzoeken wel te willen bevorderen, dat door Burgemeester
en Wethouders ingevolge artikel 10 van de Verordening op de
heffing van markt-, standplaats- en ventgelden tot deze
kwytschelding wordt besloten.
De Directeur, * Inhoud: De directeur adviseert de wethouder om een deel van het verschuldigde marktgeld van de heer C.H. Schipper kwijt te schelden. Schipper had een jaarplaats voor zijn brandstoffenvaartuig "Johannes" aan het Motorkanaal (Amsterdam-Noord). Omdat hij het schip op 13 april 1939 heeft verkocht, maakt hij geen gebruik meer van de ligplaats. De directeur stelt voor om niet het volledige jaarbedrag (ƒ 104,-) te innen, maar het bedrag te verrekenen naar de werkelijke gebruiksperiode (januari t/m half april), wat neerkomt op ƒ 36,40. De restsom van ƒ 67,60 dient te worden kwijtgescholden.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare formele ambtelijke stijl ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken") en hanteert de spelling van vóór de hervorming van Marchant (bijv. "kwytschelding", "billyk", "my").
* Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden. * Locatie: De genoemde locaties (Eerste Vogelstraat, Motorkanaal, Meeuwenlaan) plaatsen dit document direct in Amsterdam-Noord. De "brandstoffenmarkt" was cruciaal voor de distributie van kolen en olie in de stad.
* Tijdsbeeld: April 1939 is een periode van grote internationale spanning, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In de lokale administratie gaat het dagelijks leven en de regulering van de handel echter gewoon door. Het document geeft een inkijkje in de nauwkeurige wijze waarop de gemeente omging met belastingheffing en billijkheid voor kleine ondernemers (schippers).
* Wethouder voor de Levensmiddelen: In deze periode was dit een belangrijke post, zeker met het oog op de dreigende schaarste en de opbouw van noodvoorraden.