Archiefdocument
Origineel
24 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde financiële afdeling van de Gemeente Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven paraaf/naam]: M. Müller (?)
VP/HG.
21/22/4 M.
24 Juni 1939.
den Heer P.Ph. Bakker,
Gelderschekade t/o no. 57,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 25 Mei jl. bericht ik U, dat Burgemeester en Wethouders U tot een bedrag van f 3,15 restitutie hebben toegestaan wegens terzake van dekschuit no. 7103 betaald marktgeld, terwijl het restant van het voor die schuit in 1939 verschuldigde marktgeld U is kwijtgescholden. Op grond van het vorenstaande is U thans nog een bedrag van f 35,35 aan marktgeld schuldig, welk bedrag U in twee termijnen, respectievelijk vervallende op 1 Juli en 1 October a.s., kunt voldoen.
De Directeur,
[handgeschreven handtekening/paraf]
[Handgeschreven aantekeningen linksonder]:
17.67 ———— betaald 3/8 39 [paraf]
17.68 ————
———
35.35 * Inhoud: De brief informeert de heer Bakker over een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders. Naar aanleiding van een verzoekschrift van Bakker is een bedrag van 3,15 gulden aan reeds betaald marktgeld voor een dekschuit gerestitueerd en is de rest van de schuld voor dat jaar kwijtgescholden. Er resteert echter nog een andere schuld van 35,35 gulden aan marktgeld.
* Betalingsregeling: De resterende schuld mag in twee termijnen worden betaald (1 juli en 1 oktober 1939).
* Administratieve verwerking: De handgeschreven som onderaan toont de verdeling van de schuld in twee gelijke delen (17,67 en 17,68 gulden). De aantekening "betaald 3/8 39" met bijbehorende paraf geeft aan dat de eerste termijn inderdaad is voldaan, zij het iets later dan de gestelde termijn van 1 juli.
* Object: De brief betreft "dekschuit no. 7103". Dekschuiten waren veelvoorkomende vrachtschepen in de Amsterdamse grachten die werden gebruikt voor het transport van goederen naar en van de markten. Dit document stamt uit de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het toont de reguliere bureaucratische gang van zaken in Amsterdam betreffende marktgelden en de interactie tussen de burger en het stadsbestuur. De Gelderschekade, waar de geadresseerde woonde (of zijn ligplaats had), was destijds een belangrijk knooppunt voor de binnenvaart en handel. Het document is een typisch voorbeeld van gemeentelijke correspondentie over belastingen en leges uit het interbellum.