Dienstmededeling / Circulaire
Origineel
Dienstmededeling / Circulaire 6 mei 1941 MARKTWEZEN AMSTERDAM.
K.M.No.102. Amsterdam, 6 Mei 1941.
Kennisgeving aan de Ambtenaren
en Werklieden.
Hiermede breng ik te Uwer kennis, dat de Duitsche Autoriteiten aan den Regeeringscommissaris voor Amsterdam hebben meegedeeld, dat door leden van het personeel, in dienst van de Gemeente Amsterdam, geldinzamelingen worden gehouden of deelgenomen wordt aan geldinzamelingen ten behoeve van het uit zijn functie ontslagen Joodsche personeel.
Genoemde autoriteiten hebben meegedeeld, dat het houden van of het deelnemen aan dergelijke geldinzamelingen ten strengste verboden is.
Ik wijs U voor zoover noodig er derhalve met nadruk op, dat U zich van vorengenoemde handelingen hebt te onthouden.
De Directeur,
(getekend)
WND. * Taal en toon: Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "Duitsche", "Joodsche"). De toon is dwingend en waarschuwend.
* Inhoud: De kern van de mededeling is een verbod. De Duitse bezetter heeft geconstateerd dat gemeentepersoneel geld inzamelt om hun ontslagen Joodse collega's financieel te steunen. De directeur van het Marktwezen geeft het bevel van de bezetter direct door aan zijn ondergeschikten met de expliciete waarschuwing zich hiervan te onthouden.
* Fysieke kenmerken: Het is een getypt document op officieel briefpapier. De paarse handtekening is voorzien van de afkorting 'WND', wat staat voor 'Waarnemend'. Er is sprake van enige doorslag van inkt aan de achterzijde van het papier. Dit document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is de stelselmatige uitsluiting van Joden uit het openbare leven. In november 1940 waren Joodse ambtenaren al geschorst, gevolgd door definitief ontslag in het voorjaar van 1941.
De "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" waarnaar verwezen wordt, was Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld na het ontslag van burgemeester De Vlugt.
Het document is historisch saillant omdat het getuigt van twee zaken:
1. Solidariteit: Het feit dat dit verbod nodig was, bewijst dat niet-Joodse collega's bij de gemeente Amsterdam probeerden hun ontslagen Joodse collega's te helpen door middel van geheime geldinzamelingen.
2. Repressie: Het toont hoe de ambtelijke hiërarchie werd ingezet om elke vorm van sociale steun aan de vervolgde Joodse bevolkingsgroep de kop in te drukken.