Officieel besluit/verordening (uittreksel uit het Verordeningenblad).
Origineel
Officieel besluit/verordening (uittreksel uit het Verordeningenblad). 1 augustus 1940. [Koptekst]
OVERGENOMEN UIT HET VERORDENINGENBLAD VOOR HET BEZETTE NEDERLANDSCHE GEBIED, STUK 15, UITGEGEVEN 1 AUGUSTUS 1940.
[Linker kolom - Duits]
75.
VERORDNUNG
des Generalsekretärs im Ministerium für Landwirtschaft und Fischerei zur Durchführung des Krisengesetzes für die Landwirtschaft vom 5. Mai 1933 (Staatsblatt Nr. 261) (Kühl- oder Gefrierhäuserverordnung 1940)
Auf Grund des Artikels 9 des Krisengesetzes für die Landwirtschaft vom 5. Mai 1933 (Staatsblatt Nr. 261) und gemäss §§ 2 und 3 der Verordnung Nr. 3/1940 des Reichskommissars für die besetzten niederländischen Gebiete wird verordnet:
§ 1.
Im Sinne dieser Verordnung und ihrer Durchführungsbestimmungen ist zu verstehen unter:
1) "Kühl- oder Gefrierhaus": jeder geschlossene Raum von mindestens 50 Kubikmeter Brutto-Inhalt, der für Maschinenkühlung eingerichtet ist;
2) "Zentrale": die Niederländische Viehwirtschaftszentrale mit dem Sitz in Den Haag.
§ 2.
(1) Krisenprodukte im Sinne des § 1 Ziffer 5 des Krisengesetzes für die Landwirtschaft 1933 in Kühl- oder Gefrierhäusern vorrätig zu haben oder auf Lager zu halten ist verboten.
(2) Das Verbot gemäss Absatz 1 gilt nicht für diejenigen, die als "Organisierte in der Zentrale" dieser Zentrale angeschlossen sind, insofern sie zu der Gruppe "Inhaber von Kühl- oder Gefrierhäusern" gehören und Inhaber einer Betriebsgenehmigung sind, jedoch mit der Massgabe, dass es zum Vorrätighalten oder auf Lager halten einer Erlaubnis bedarf.
(3) Das Verbot nach Absatz 1 gilt ebenfalls nicht, falls und insoweit die Zentrale eine diesbezügliche Befreiung erteilt hat und falls die nötigenfalls an diese Befreiung geknüpften Auflagen erfüllt worden sind.
(4) Die Erlaubnis nach Absatz 2 ist nicht erforderlich, wenn der betreffende Inhaber des Kühl- oder Gefrierhauses nachweisen kann, dass die von jedem einzelnen Berechtigten eingelagerten Produkte, gleich welcher Art, insgesamt ein Gewicht von 150 kg nicht überschreiten.
§ 3.
(1) Die Zentrale erteilt die im § 2, Absatz 2 erwähnten Betriebsgenehmigungen.
[Rechter kolom - Nederlands]
75.
BESLUIT
van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij, gelet op de Landbouw-Crisiswet 1933 (Staatsblad No. 261) (Koel- of Vrieshuizenbesluit 1940).
Op grond van artikel 9 van de Landbouw-Crisiswet 1933 (Staatsblad No. 261) en in overeenstemming met §§ 2 en 3 van de Verordening No. 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied wordt bepaald:
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit besluit en de krachtens dit besluit gegeven bepalingen wordt verstaan onder:
1) "koel- of vrieshuis": elke besloten ruimte van ten minste 50 m3 bruto inhoud, welke is ingericht voor machinale koeling;
2) "Centrale": de Nederlandsche Veehouderijcentrale, gevestigd te 's-Gravenhage.
Artikel 2.
(1) Het voorhanden of in voorraad hebben van crisisproducten in den zin van Artikel 1, onder 5o, van de Landbouw-Crisiswet 1933, in koel- of vrieshuizen is verboden.
(2) Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van hem, die als georganiseerde is aangesloten bij de Centrale, als zoodanig is ingedeeld in de groep "houders van koel- of vrieshuizen" en een bedrijfsvergunning heeft ontvangen, echter met dien verstande, dat het voorhanden of in voorraad hebben moet zijn gedekt door een machtiging.
(3) Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt evenmin, indien en voor zoover daarvan door de Centrale ontheffing is verleend en indien de, zoo noodig, aan deze ontheffing te verbinden voorwaarden zijn nagekomen.
(4) De machtiging, bedoeld in lid 2, is niet vereischt, indien de betreffende houder van het koel- of vrieshuis kan aantoonen, dat de van één rechthebbende in opslag genomen producten, van welken aard ook, gezamenlijk een gewicht van 150 kg niet overschrijden.
Artikel 3.
(1) Een bedrijfsvergunning, als bedoeld in het tweede lid van artikel 2, wordt verleend door de Centrale. * Juridische structuur: Het document is een tweetalige verordening. De Duitse tekst ("Verordnung") en de Nederlandse tekst ("Besluit") staan op gelijke voet. Het document grijpt terug op vooroorlogse Nederlandse wetgeving (Landbouw-Crisiswet 1933) maar onderwerpt deze aan de nieuwe autoriteit van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart).
* Doel van de maatregel: Het doel is de totale controle over de voedselvoorraden in het bezette Nederland. Door het opslaan van "crisisproducten" (zoals vlees en zuivel) in koelhuizen te verbieden of strikt te reguleren via vergunningen, kon de bezetter hamsteren voorkomen en de distributie (en export naar Duitsland) beheersen.
* Definities: Er wordt een strikte technische grens getrokken (50 m3 en machinale koeling) om kleine particuliere kelders buiten de regeling te laten, maar alle professionele faciliteiten onder centraal toezicht te stellen.
* Uitzondering: De grens van 150 kg per persoon (Artikel 2, lid 4) is een belangrijke nuance; dit stond kleine ondernemers of particulieren toe minieme voorraden aan te houden zonder direct de zware administratieve molen van de "Centrale" in te moeten. * Historische periode: Dit besluit stamt van augustus 1940, slechts enkele maanden na de capitulatie van Nederland. Het illustreert de overgangsfase waarin de Nederlandse ambtelijke top (de Secretarissen-Generaal) bleef functioneren onder direct Duits toezicht.
* Voedselvoorziening: De "Nederlandsche Veehouderijcentrale" speelde een cruciale rol in het distributiestelsel tijdens de oorlog. De bezetter maakte gebruik van de reeds bestaande crisisorganisaties uit de jaren '30 om de economie snel naar zijn hand te zetten.
* Handhaving: Dergelijke besluiten waren de juridische basis voor de controleurs van de CCD (Crisis Controle Dienst), die invallen deden bij koelhuizen om clandestiene voorraden op te sporen.