Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 403
Dossier 75
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief of rapport (mogelijk een doorslag).

27 december (vermoedelijk 1938 of 1939, gezien de referentie naar juni 1938). Van: Onbekende ambtenaar/directeur te Amsterdam (verwijst naar "mijn rapporten").

Origineel

Getypte ambtelijke brief of rapport (mogelijk een doorslag). 27 december (vermoedelijk 1938 of 1939, gezien de referentie naar juni 1938). Onbekende ambtenaar/directeur te Amsterdam (verwijst naar "mijn rapporten"). 3                                27 December             9
21/33/4                den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.            Levensmiddelen,

digd zijn." Bij bedoelde besprekingen werd, tot staving van
deze beweerde belofte van mij, aangevoerd, dat het op de
brandstoffenmarkt Kostverlorenvaart dienstdoende marktperso-
neel tot voor kort geen marktgeld placht te heffen voor der-
gelijke "overslag"- dekschuiten; ook thans beweert Mr. Mulde-
rije, dat ik "plotseling" op het standpunt zou zijn gaan
staan, dat voor dergelijke schuiten betaald moet worden.
                            Een en ander is volstrekt in strijd met de waar-
heid. Ik heb de "A.B.A." verzocht mij gevallen te noemen,
waarin het dienstdoende marktpersoneel voor dergelijke dek-
schuiten niet zou hebben geheven: men zou mij die gevallen
berichten, maar ook na aandringen mijnerzijds kwam geen enke-
le desbetreffende mededeeling. Daarentegen verklaart het ter
plaatse dienstdoende marktpersoneel op zijn ambtseed, dat
steeds voor dekschuiten zooals de "A.B.A." bedoelt, het ver-
schuldigde marktgeld werd geheven. Aan dit op zich zelf mijns
inziens reeds afdoende feit, kan ik nog toevoegen, dat ik
nimmer een toezegging als door Mr. Mulderije aangegeven aan de
"A.B.A." deed: na hetgeen ik hierboven omtrent de werkelijke
verhouding tusschen precario, havengeld en marktgeld mede-
deelde, is het naar mijn meening wel overduidelijk, dat ik
nooit toezeggingen kan hebben gedaan ter voorkoming van een
niet-bestaande cumulatie van heffingen. Blijkens in mijn be-
zit zijnde notities van een bespreking, die ik op 16 Juni
1938 voerde met de Directie van de "A.B.A." heb ik als con-
clusie genoteerd, dat alleen rijnaken voor vrijstelling van
marktgeld in aanmerking kwamen, doch dat van alle dekschuiten
marktgeld wordt geheven. Deze conclusie werd toen uitdrukke-
lijk gesteld, omdat mij bij het bedoelde onderhoud bleek, dat
aan de zijde van de "A.B.A." een misverstand op dit gebied
bestond.
                            Mr. Mulderije wenscht thans "de principieele vraag
hoever de geldende verordening strekt, aan de daartoe aange-
wezen instanties te onderwerpen". Het "te volgen standpunt"
staat ten deze mijns inziens voor de overheid vast; het is
het voorstel, gedaan aan het slot van mijn bovenaangehaalde
rapporten d.d. 30 November en 1 December jl.: uitvaardiging De kern van dit document is een ambtelijke weerlegging van een klacht of bewering van een zekere Mr. Mulderije, die optreedt namens de "A.B.A." (waarschijnlijk de Amsterdamsche Brandstoffen Associatie). Mulderije stelt dat de overheid plotseling is begonnen met het heffen van marktgeld voor dekschuiten bij de overslag van brandstoffen, terwijl er eerder sprake zou zijn geweest van een toezegging tot vrijstelling.

De schrijver van het stuk bestrijdt dit met drie argumenten:
1. Gebrek aan bewijs: De A.B.A. kan geen concrete voorbeelden noemen van gevallen waarin de heffing achterwege bleef.
2. Getuigenis onder eed: Het marktpersoneel verklaart op hun ambtseed dat zij altijd marktgeld hebben geïnd voor dit type schuiten.
3. Duidelijke regelgeving: Er wordt verwezen naar eerdere notities (juni 1938) waarin expliciet staat dat alleen rijnaken zijn vrijgesteld en dekschuiten niet. Ook wordt beargumenteerd dat er geen sprake is van dubbele belasting (cumulatie van precario, havengeld en marktgeld). Het document speelt zich af in de late jaren '30 in Amsterdam. De Kostverlorenvaart was een belangrijke route en ligplaats voor de aanvoer van brandstoffen (zoals kolen) naar de stad. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode ook verantwoordelijk voor de brandstofvoorziening, een cruciale taak met de naderende oorlogsdreiging en de daarmee gepaard gaande schaarste en distributie. Het geschil toont de spanning aan tussen belangenorganisaties van handelaren (A.B.A.) en de gemeentelijke overheid die de inkomsten uit markt- en havengelden strak probeerde te handhaven op basis van geldende verordeningen.

Samenvatting

De kern van dit document is een ambtelijke weerlegging van een klacht of bewering van een zekere Mr. Mulderije, die optreedt namens de "A.B.A." (waarschijnlijk de Amsterdamsche Brandstoffen Associatie). Mulderije stelt dat de overheid plotseling is begonnen met het heffen van marktgeld voor dekschuiten bij de overslag van brandstoffen, terwijl er eerder sprake zou zijn geweest van een toezegging tot vrijstelling.

De schrijver van het stuk bestrijdt dit met drie argumenten:
1. Gebrek aan bewijs: De A.B.A. kan geen concrete voorbeelden noemen van gevallen waarin de heffing achterwege bleef.
2. Getuigenis onder eed: Het marktpersoneel verklaart op hun ambtseed dat zij altijd marktgeld hebben geïnd voor dit type schuiten.
3. Duidelijke regelgeving: Er wordt verwezen naar eerdere notities (juni 1938) waarin expliciet staat dat alleen rijnaken zijn vrijgesteld en dekschuiten niet. Ook wordt beargumenteerd dat er geen sprake is van dubbele belasting (cumulatie van precario, havengeld en marktgeld).

Historische Context

Het document speelt zich af in de late jaren '30 in Amsterdam. De Kostverlorenvaart was een belangrijke route en ligplaats voor de aanvoer van brandstoffen (zoals kolen) naar de stad. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode ook verantwoordelijk voor de brandstofvoorziening, een cruciale taak met de naderende oorlogsdreiging en de daarmee gepaard gaande schaarste en distributie. Het geschil toont de spanning aan tussen belangenorganisaties van handelaren (A.B.A.) en de gemeentelijke overheid die de inkomsten uit markt- en havengelden strak probeerde te handhaven op basis van geldende verordeningen.

Kooplieden in dit dossier 19

C. van Keizerswaard Uilenburg Duitsche.
A. Cuypstr Waterlooplein 151 + 53 = 204 = 200
Jacob Blitz Uilenburg Duitsche.
J. Evertsenstr Waterlooplein 30 + 40 = 70
O. Stopper Uilenburg Duitsche.
L. Baudoux Waterlooplein 75 + 94 = 169 (160)
O. Lang Uilenburg Duitsch. vaste plaats Amstelveld
Stephan Manasse Uilenburg Duitsch. vaste plaats Nieuwmarkt
T. Katestraat Waterlooplein 104 + 27 = 131 = 130
X 23. Rabinowitz.Isidoor Uilenburg
X 24. Grass.J Nieuwmarkt
Bernhard Jalowitz Nieuwmarkt
X 27. Agartz.A Uilenburg
C. Blitzblum Nieuwmarkt
O. Lang Uilenburg Was ook van 1922 t/m 1929 onafgebroken in Ned. werkzaam als marktkoopm.
X 30. Tofani.Atillio Nieuwmarkt
X 31. Bierbrouwer.A. Nieuwmarkt
Adolf Frankenstein Uilenburg
X 33. Albaukerk.Mison Nieuwmarkt

Gerelateerde Documenten 6