Getypte ambtelijke brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag/kopie). 27 december (jaartal niet volledig zichtbaar op deze pagina, vermoedelijk eind jaren '30). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst zoals Marktwezen of het Havenbedrijf). 4
21/33/4
Amsterdam.
27 December 9.
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
van dwangbevelen. Mijns inziens behoort de "A.B.A." zonder
meer aan de geldende voorschriften te voldoen. Een bespreking
lijkt mij, in verband met de positie van de Gemeente bij een
eventueele procedure minder wenschelijk: het is mijns inziens
onnoodig Mr. Mulderije vooraf in te lichten omtrent de feite-
lijke onjuistheden die hij omtrent precario, havengeld en
marktgeld stelt; deze onjuistheden zullen op zich zelf waar-
schijnlijk steeds voldoende zijn, om elke actie zijnerzijds
te doen falen.
De Directeur, * Inhoud: De brief betreft een juridisch-administratief advies aan de wethouder. Er is een geschil met een organisatie genaamd "A.B.A." over de betaling van diverse gemeentelijke heffingen (precario, havengeld en marktgeld). De directeur adviseert om niet in gesprek te gaan met de advocaat van de tegenpartij (Mr. Mulderije).
* Strategie: De directeur hanteert een processtrategische houding. Hij merkt op dat de tegenpartij feitelijke onjuistheden debiteert. In plaats van deze te corrigeren, wil hij ze laten bestaan, in de verwachting dat deze fouten een eventuele rechtszaak van de tegenpartij bij voorbaat kansloos maken.
* Terminologie:
* Precario: Belasting voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
* A.B.A.: Waarschijnlijk de Amsterdamsche Brood- en Banketbakkers Associatie, gezien de adressering aan de wethouder voor Levensmiddelen. Dit document stamt uit een periode waarin de gemeente Amsterdam strikt toezag op de inning van belastingen en de regulering van de voedselvoorziening. De genoemde "Mr. Mulderije" is zeer waarschijnlijk Hubertus Mulderije (1888-1970), een bekende Amsterdamse advocaat en latere minister van Justitie, die vaak optrad in zaken tegen de overheid. De zakelijke en ietwat formele toon is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van de gemeente Amsterdam in het interbellum. De tekst lijkt een vervolgpagina te zijn (gezien het cijfer '4' bovenaan en het feit dat de eerste zin midden in een redenering begint). Gemeente Amsterdam Marktwezen