Concept-brief/ambtelijke nota.
Origineel
Concept-brief/ambtelijke nota. 20 december 1939. [Links boven]
Concept
MNr.
Weigering betaling van marktgeld
brandstoffenmarkt door "A.B.A."
[Rechts boven]
A'dam 20 December 1939
21/33/4 M [in rood]
27/12/39 HB
W.L.M.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 13 dezer om advies ontvangen stuk no. 915 Coll 1939 heb ik de eer U te berichten, dat de in dit stuk behandelde aangelegenheid betrekking hebben mijn rapporten d.d. 30 November en 1 December jl. (Nos 21/33/1 en 21/33/2 M).
~~Met betrekking~~ hetgeen thans wordt gesteld ~~ten aanzien van~~ diene het navolgende:
~~[doorgehaalde zin: een onjuiste voorstelling der feiten]~~
Mr. Mulderije stelt voorop, dat de A.B.A. aan de Kostverlorenvaart gemeentewater in huur heeft, "teneinde aldaar dekschuiten te kunnen beladen en ontlossen". Deze zelfde bewering is van de zijde der A.B.A. ook vroeger reeds bij met haar gehouden besprekingen geuit; zij werd toen dermate afdoende weerlegd, dat het verwondering wekt, dat zij thans wederom wordt naar voren gebracht. Het geval is nl., dat aan de A.B.A. bij beschikking van B en W d.d. 24 Januari 1924 No. 2896 R.E.P.K. (Pr.) vergunning is verleend voor het hebben van een hangspoorbaan boven de Kostverlorenvaart. Door deze spoorbaan wordt ingenomen een oppervlakte van 90 m² openbaren gemeentegrond en 23 m² openbaar gemeentewater. ~~Het~~ Het hebben van schuiten in als brandstoffenmarkt aangewezen gemeentewater geeft deze precario-vergunning uiteraard geen recht.
Wat het feit betreft, dat de A.B.A. voor haar vaartuigen het vastgestelde havengeld betaalt, dit geldt voor alle gebruikers van de brandstoffenmarkten hier ter stede: het havengeld wordt krachtens art. 1 van de Verordening op de heffing van het havengeld (Gemeenteblad 1935 afd. 3 volgn. 24) geheven voor het varen in of door of het verblijven in het watergebied der Gemeente. De betaling van deze belasting geeft niet het recht... [einde pagina] Dit document is een ambtelijk concept waarin verweer wordt gevoerd tegen de weigering van de firma A.B.A. om marktgeld te betalen voor hun ligplaatsen aan de brandstoffenmarkt. De kern van het juridische geschil draait om het onderscheid tussen verschillende soorten gemeentelijke heffingen en vergunningen:
- De claim van de A.B.A.: Zij stellen, via hun raadsman Mr. Mulderije, dat zij reeds huur betalen voor het water aan de Kostverlorenvaart en daarom vrijgesteld zouden moeten zijn van marktgeld.
- Het weerwoord van de ambtenaar: De schrijver stelt dat de bestaande vergunning uit 1924 enkel een 'precario-vergunning' is voor een hangspoorbaan (een logistieke installatie boven het water). Dit staat los van het gebruik van het water als marktplaats.
- Havengeld versus Marktgeld: De schrijver legt uit dat het betalen van algemeen havengeld (gebaseerd op een verordening uit 1935) een algemene plicht is voor elk schip in Amsterdams water en geen specifiek recht geeft op een marktplaats zonder bijbehorende marktgelden.
Het document bevat veel correcties en doorhalingen, wat typerend is voor een concept waarin de exacte juridische formulering nog werd aangescherpt. Het document dateert van december 1939. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de 'Mobilisatie' (tijdens de 'Phoney War'), enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Brandstoffenvoorziening (zoals kolen) was in deze tijd van strategisch belang en strikt gereguleerd via brandstoffenmarkten.
De Kostverlorenvaart was en is een cruciale vaarroute in Amsterdam-West voor het transport tussen de Amstel en het IJ/Noordzeekanaal. De A.B.A. (Amsterdamsche Brandstoffen Associatie) was een groot collectief van brandstoffenhandelaren. Dat er op ambtelijk niveau zo scherp werd gedebatteerd over marktgelden, wijst op de economische druk en de noodzaak voor de gemeente om inkomsten te handhaven in een tijd van stijgende kosten door de oorlogsdreiging. De genoemde "hangspoorbaan" was een modern industrieel hulpmiddel om kolen of andere brandstoffen direct van de schepen naar de opslagplaatsen aan de wal te transporteren.