Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 406
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk concept of afschrift van een besluit/brief.

Origineel

Ambtelijk concept of afschrift van een besluit/brief. (Opmerking: Doorgehaalde tekst is tussen [ ] geplaatst indien leesbaar. Tekst in de kantlijn is gemarkeerd.)

[Hoofdtekst]

om ook in als markt aangewezen gemeente-water te verblijven. Artikel 4 lid 3 der juist genoemde Verordening bepaalt dienaangaande, dat het havengeld, wanneer dit volgens het tarief per kalenderjaar wordt voldaan, slechts voor de helft verschuldigd is, wanneer het vaartuig hoofdzakelijk wordt gebruikt om ligplaats in te nemen in het als markt aangewezen openbare gemeentewater, waarvoor marktgeld verschuldigd is. Van deze mogelijkheid om verminderd havengeld te betalen maakt de A.B.A. geen gebruik, omdat zij het [voorkeur hebben boven dit voordeligere recht, niet] aan de A.B.A. reeds bij herhaling heb medegedeeld is op de brandstoffenmarkten het marktgeld verschuldigd "wegens het innemen van een plaats in het als markt aangewezen openbare gemeentewater" (art 3 lid 1 der Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden). Of de A.B.A. dus op de brandstoffenmarkt Kostverlorenvaart, zoals Mr. Mulderij stelt "uitsluitend ... overslaghandelingen verricht", doet niets ter zake: indien een harer schuiten ligplaats inneemt in het water dezer markt, hetzij ledig, hetzij geladen, dan is marktgeld verschuldigd. Deze gedragslijn wordt steeds gevolgd en er bestaat geen enkele aanleiding daarbij voor de A.B.A. een uitzondering te maken. [Op de brandstoffenmarkten komt het voor dat de brandstoffen van de dekschuiten in pakhuizen of omgekeerd van pakhuizen in de dekschuiten worden opgeslagen;]

Bij besprekingen, die in de afgeloopen maanden met de A.B.A. zijn gevoerd, heeft zij - evenals op pagina 4 van het onderhavige stuk - beweerd, dat ik zou hebben toegezegd, "dat wanneer de dekschuiten zuiver gebruikt worden voor overslaghandelingen en dus na belading het water aan de Kostverlorenvaart weer verlaten, geen marktgeld zal verschuldigd zijn, omdat niet zowel precario- als havengeld als tenslotte ook nog marktgeld, alles voor de zelfde schuiten zou verschuldigd zijn." Bij bedoelde besprekingen werd, tot staving van deze beweerde belofte aan mij, aangevoerd, dat het op de brandstoffenmarkt Kostverlorenvaart dienstdoende marktpersoneel tot voor kort Deze vrijstelling is in 1934 opzettelijk afgeschaft, omdat toen niet meer wegens den [hand?] naar de markt, doch wegens

[Kantlijnnotities]

  • (Links boven): 2)
  • (Links midden): F, krachtens art. 2 der Verordening op de heffing van marktgelden (Gemeenteblad 1929 afd. 3 volgn. 32), dat het jaartarief moet worden voldaan; dit is vanzelfsprekend een gunstrecht.
  • (Links midden): en ook aan Mr. Mulderij.
  • (Links midden): met bepaalde schuiten.
  • (Links onder): voor dat brandstoffen.
  • (Links onder bij "I"): I wordt steeds marktgeld geheven. Dit is geheel in overeenstemming met de bedoeling van de Verordening [met?] [?] bevestigen hiermede, dat voorheen (vóór 15 October 1934) op brandstoffenmarkt geen marktgeld werd geheven als de vaartuigen binnen 3 dagen [en nachten] weer vertrokken. Dit document betreft een juridisch-administratief geschil over de cumulatie van gemeentelijke belastingen voor brandstofhandelaren in Amsterdam. De kern van het conflict is of schuiten die enkel goederen overladen (overslag) aan de Kostverlorenvaart marktgeld verschuldigd zijn.

De schrijver (een gemeentelijk ambtenaar of inspecteur) stelt dat:
1. Marktgeld altijd verschuldigd is zodra een schuit een ligplaats inneemt in een gebied dat als 'markt' is aangewezen, ongeacht of er handel plaatsvindt of dat de schuit leeg is.
2. De A.B.A. een gunstige regeling negeert: Er bestaat een mogelijkheid om 50% korting op het havengeld te krijgen als men marktgeld betaalt, maar de A.B.A. maakt hier blijkbaar geen gebruik van.
3. Een vermeende belofte wordt weersproken: De tegenpartij (Mr. Mulderij) claimt dat er een toezegging was dat 'overslag-schuiten' vrijgesteld zouden zijn om een drievoudige heffing (precario, haven- en marktgeld) te voorkomen. De schrijver ontkent deze toezegging voor de huidige situatie.
4. De regelgeving is aangescherpt: Een oude vrijstelling (vóór 15 oktober 1934) waarbij schuiten die korter dan 3 dagen bleven geen marktgeld betaalden, is expliciet afgeschaft. De Kostverlorenvaart was in de vroege 20e eeuw een cruciale doorvaartroute en overslagplaats voor brandstoffen (met name kolen) in Amsterdam. In de jaren '30 probeerde de gemeente Amsterdam haar inkomsten te optimaliseren en de belastingheffing te uniformeren. Dit leidde vaak tot weerstand bij brancheorganisaties zoals de A.B.A., die de cumulatieve druk van precariobelasting (voor het gebruik van openbare grond/water), havengeld en marktgeld als onrechtvaardig beschouwden. De verwijzing naar het Gemeenteblad van 1929 duidt op de wettelijke basis van de heffingen in die periode.

Samenvatting

Dit document betreft een juridisch-administratief geschil over de cumulatie van gemeentelijke belastingen voor brandstofhandelaren in Amsterdam. De kern van het conflict is of schuiten die enkel goederen overladen (overslag) aan de Kostverlorenvaart marktgeld verschuldigd zijn.

De schrijver (een gemeentelijk ambtenaar of inspecteur) stelt dat:
1. Marktgeld altijd verschuldigd is zodra een schuit een ligplaats inneemt in een gebied dat als 'markt' is aangewezen, ongeacht of er handel plaatsvindt of dat de schuit leeg is.
2. De A.B.A. een gunstige regeling negeert: Er bestaat een mogelijkheid om 50% korting op het havengeld te krijgen als men marktgeld betaalt, maar de A.B.A. maakt hier blijkbaar geen gebruik van.
3. Een vermeende belofte wordt weersproken: De tegenpartij (Mr. Mulderij) claimt dat er een toezegging was dat 'overslag-schuiten' vrijgesteld zouden zijn om een drievoudige heffing (precario, haven- en marktgeld) te voorkomen. De schrijver ontkent deze toezegging voor de huidige situatie.
4. De regelgeving is aangescherpt: Een oude vrijstelling (vóór 15 oktober 1934) waarbij schuiten die korter dan 3 dagen bleven geen marktgeld betaalden, is expliciet afgeschaft.

Historische Context

De Kostverlorenvaart was in de vroege 20e eeuw een cruciale doorvaartroute en overslagplaats voor brandstoffen (met name kolen) in Amsterdam. In de jaren '30 probeerde de gemeente Amsterdam haar inkomsten te optimaliseren en de belastingheffing te uniformeren. Dit leidde vaak tot weerstand bij brancheorganisaties zoals de A.B.A., die de cumulatieve druk van precariobelasting (voor het gebruik van openbare grond/water), havengeld en marktgeld als onrechtvaardig beschouwden. De verwijzing naar het Gemeenteblad van 1929 duidt op de wettelijke basis van de heffingen in die periode.

Kooplieden in dit dossier 19

C. van Keizerswaard Uilenburg Duitsche.
A. Cuypstr Waterlooplein 151 + 53 = 204 = 200
Jacob Blitz Uilenburg Duitsche.
J. Evertsenstr Waterlooplein 30 + 40 = 70
O. Stopper Uilenburg Duitsche.
L. Baudoux Waterlooplein 75 + 94 = 169 (160)
O. Lang Uilenburg Duitsch. vaste plaats Amstelveld
Stephan Manasse Uilenburg Duitsch. vaste plaats Nieuwmarkt
T. Katestraat Waterlooplein 104 + 27 = 131 = 130
X 23. Rabinowitz.Isidoor Uilenburg
X 24. Grass.J Nieuwmarkt
Bernhard Jalowitz Nieuwmarkt
X 27. Agartz.A Uilenburg
C. Blitzblum Nieuwmarkt
O. Lang Uilenburg Was ook van 1922 t/m 1929 onafgebroken in Ned. werkzaam als marktkoopm.
X 30. Tofani.Atillio Nieuwmarkt
X 31. Bierbrouwer.A. Nieuwmarkt
Adolf Frankenstein Uilenburg
X 33. Albaukerk.Mison Nieuwmarkt

Gerelateerde Documenten 6