Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 11 januari 1939 (gebaseerd op stempel en tekst). A. Piquerius (?), Teruggertstraat 9, Aalst. [Stempel linksboven in paars:] Nº 22/2/1 M. 1939
[Handschrift in zwart:] Aalst den 11 Januari 1939
[Rechtsboven potloodnotitie:] minder in (?) [onleesbaar]
Mijnheer
Wegens de strenge winter met de Feestdagen
kon ik de Bloemenschut niet van de markt
medemen wegens het ijs ik moet hem aan
wal hebbe en dat in 't laatst van deze
week voor het ijs weg is het is wel niet
zoo veel dat ik moet betalen het zou dan
225 worde maar de tijds omstandigheede
met de kerstboom gaat (?) gekost anders
keek ik daar niet op andere week maandag
haal ik hem weg hopend dat u zoo
welwillend is het door de vingers te zien
Hoogachtend
[Rode aantekening:] BB Markt
[Handtekening:] A. Piquerius (?)
Teruggertstraat 9
Aalst
[Linksonder in potlood:] 14/1 De brief is een verzoek om clementie met betrekking tot het betalen van marktgeld of een boete. De schrijver legt uit dat hij zijn "bloemenschut" (waarschijnlijk een verplaatsbare kraam of beschermingsconstructie voor bloemen) niet van de markt kon verwijderen vanwege de strenge winter en ijsvorming. Hij geeft aan dat hij de constructie deze week "aan wal" (mogelijk een verwijzing naar een kade of een vaste opslagplek) zal halen zodra het ijs het toelaat.
De toon is nederig ("hopend dat u zoo welwillend is het door de vingers te zien"). Er wordt gesproken over een bedrag van "225", wat waarschijnlijk 2,25 gulden of Belgische franken betreft, afhankelijk van de exacte locatie van het "Aalst" in kwestie. De schrijver benadrukt dat hij normaal gesproken niet over zulke bedragen zou vallen, maar dat de huidige "tijdsomstandigheden" (economische malaise of de extra kosten rond de feestdagen) hem dwingen dit verzoek te doen. De rode aantekening "BB Markt" wijst op een administratieve classificatie, mogelijk "Beheer Markt". Het document dateert van januari 1939. Dit was een periode van grote economische en politieke spanning in Europa, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De winter van 1938-1939 kende inderdaad periodes met strenge vorst, wat de bewering van de schrijver over ijsvorming ondersteunt.
In die tijd was de markt voor veel kleine ondernemers en bloemisten een primaire bron van inkomsten, maar de weersomstandigheden konden het werk fysiek en logistiek onmogelijk maken. De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen van een kleine zelfstandige die worstelt met zowel de elementen als de lokale bureaucratie in de jaren '30. De verwijzing naar de "kerstboom" die extra kosten met zich meebracht, suggereert dat de schrijver mogelijk ook seizoensgebonden handel dreef. A. Piquerius