Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 166
Dossier 1
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel bijblad/memo (Algemene Zaken Model No. 14).

7 februari 1941 (stempel) / 12 februari 1941 (handgeschreven). Dossier: 14, 72/6/1

Origineel

Officieel bijblad/memo (Algemene Zaken Model No. 14). 7 februari 1941 (stempel) / 12 februari 1941 (handgeschreven). [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 72/6/1 1941
DOORGEZONDEN: 7/2-141.

[Handgeschreven tekst bovenaan]
Vertaling:!

Met deze kom ik u vragen waarom of de groenteman Voet Retiefstraat 78 II elke dagmarkt mag houden. Betaalt hij hiervoor? Wij mogen daar niet staan. Wilt u dit eens onderzoeken?

[Handgeschreven tekst midden]
Voet in admin. niet te vinden.

[Handgeschreven rechtsonder]
Opld [?]
12/2 '41

[Voetnoot linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016

[Rechtsboven in potlood]
290 Het document is een ambtelijke notitie naar aanleiding van een binnengekomen vraag of klacht. De opmerkelijke aanduiding "Vertaling:!" suggereert dat de oorspronkelijke correspondentie mogelijk in een andere taal (zoals het Jiddisch) was geschreven, of dat het een samenvatting is van een mondelinge verklaring.

De kern van het document is een klacht over rechtsongelijkheid op de markt: een zekere groenteman genaamd Voet, woonachtig of gevestigd op de Retiefstraat 78-II, zou dagelijks markt mogen houden, terwijl de klager(s) dat niet mogen. De afzender vraagt zich af of deze heer Voet hiervoor betaalt en verzoekt om een onderzoek.

Onder de klacht is een ambtelijke bevinding genoteerd: "Voet in admin. niet te vinden." Dit wijst erop dat de betreffende persoon niet officieel geregistreerd stond als marktkoopman of vergunninghouder bij de betreffende dienst. Dit document dateert van februari 1941, een cruciale maand in de geschiedenis van bezet Nederland en Amsterdam in het bijzonder. De Retiefstraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die destijds een zeer grote Joodse populatie kende.

In deze periode werden de beperkende maatregelen van de Duitse bezetter tegen Joodse burgers en ondernemers steeds strenger. Er was sprake van grote sociale en economische spanningen in de Amsterdamse markthandel. Straathandel was voor velen een laatste bron van inkomsten. De opmerking dat iemand "niet in de administratie te vinden is", kan in deze context duiden op illegale handel, maar ook op de administratieve chaos die ontstond door de uitsluiting van Joden uit het openbare leven.

Opvallend is de datum 12 februari 1941 bij de handtekening: dit is exact de periode van de eerste grote onlusten in de Joodse wijken die uiteindelijk zouden leiden tot de Februaristaking later die maand. Klachten over wie waar mocht staan op de markt waren in deze explosieve sfeer vaak meer dan alleen een zakelijk geschil; ze raakten aan overlevingsdrang en de toenemende segregatie. M. No

Samenvatting

Het document is een ambtelijke notitie naar aanleiding van een binnengekomen vraag of klacht. De opmerkelijke aanduiding "Vertaling:!" suggereert dat de oorspronkelijke correspondentie mogelijk in een andere taal (zoals het Jiddisch) was geschreven, of dat het een samenvatting is van een mondelinge verklaring.

De kern van het document is een klacht over rechtsongelijkheid op de markt: een zekere groenteman genaamd Voet, woonachtig of gevestigd op de Retiefstraat 78-II, zou dagelijks markt mogen houden, terwijl de klager(s) dat niet mogen. De afzender vraagt zich af of deze heer Voet hiervoor betaalt en verzoekt om een onderzoek.

Onder de klacht is een ambtelijke bevinding genoteerd: "Voet in admin. niet te vinden." Dit wijst erop dat de betreffende persoon niet officieel geregistreerd stond als marktkoopman of vergunninghouder bij de betreffende dienst.

Historische Context

Dit document dateert van februari 1941, een cruciale maand in de geschiedenis van bezet Nederland en Amsterdam in het bijzonder. De Retiefstraat ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die destijds een zeer grote Joodse populatie kende.

In deze periode werden de beperkende maatregelen van de Duitse bezetter tegen Joodse burgers en ondernemers steeds strenger. Er was sprake van grote sociale en economische spanningen in de Amsterdamse markthandel. Straathandel was voor velen een laatste bron van inkomsten. De opmerking dat iemand "niet in de administratie te vinden is", kan in deze context duiden op illegale handel, maar ook op de administratieve chaos die ontstond door de uitsluiting van Joden uit het openbare leven.

Opvallend is de datum 12 februari 1941 bij de handtekening: dit is exact de periode van de eerste grote onlusten in de Joodse wijken die uiteindelijk zouden leiden tot de Februaristaking later die maand. Klachten over wie waar mocht staan op de markt waren in deze explosieve sfeer vaak meer dan alleen een zakelijk geschil; ze raakten aan overlevingsdrang en de toenemende segregatie.

Genoemde Personen 1

M. No

Locaties

Retiefstraat

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente Huishoudelijk: Pan Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →