Handgeschreven administratieve notitie op een officieel formulier (Model No. 14).
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie op een officieel formulier (Model No. 14). Diverse data variërend van 25 april 1941 tot 6 mei 1941. [Linksboven stempel]
BIJBLAD VAN:
M. No. 72/11/1 1941
DOORGEZONDEN: 29/4-'41
[Rechtsboven]
H.R. Buijs. Serie 4-227
voor het boekjaar 1940 - 1941 verlengd.
25-4-'41 [Paraaf]
[Hoofdtekst]
Zoals reeds in de circulaire werd medegedeeld
kan de verlenging van de visvergunning slechts
geschieden tegen betaling van f 5 in cont.
Indien door gebrek aan betaal of anderszins het
beroep van visser niet kan worden uitgeoefend behoeft
de verlenging niet te geschieden op het tijdstip waarop
wel van de vergunning gebruik gemaakt wordt.
Hr. Buijs kan waardebons komen. Het bezit
van waardebons geeft hem geen recht van zijn
vergunning gebruik te maken alvorens deze is
verlengd.
[Linksonder]
Buijs van het bovenstaande in kennis gesteld.
Waardebon f 7.50
f 2.50 bet. 6/5-'41 [Paraaf]
[Middenonder stempel]
- 2 MEI 1941
[Rechtsonder in groen/blauw potlood/inkt]
vroger
"eene andere dag"
5/5 '41 [Paraaf]
[Onderkant formulier]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Administratieve aard: Het document legt de regels vast voor het verlengen van een visvergunning. De nadruk ligt op de betaling (f 5,00 in contanten) en de koppeling tussen de geldigheid van de vergunning en het feitelijk kunnen uitoefenen van het beroep.
* Uitzonderingsclausule: Er wordt een coulance-regeling beschreven: als de visser zijn beroep niet kan uitoefenen (bijvoorbeeld door gebrek aan materialen of "betaal"), hoeft hij pas te betalen voor de verlenging op het moment dat hij daadwerkelijk weer gaat vissen.
* Waardebonnen: Er is sprake van waardebonnen. Dit suggereert dat er een verrekening plaatsvond of dat er subsidies/steunmaatregelen waren, maar de tekst stelt duidelijk dat het bezit van dergelijke bonnen niet gelijkstaat aan een geldige vergunning.
* Handschrift: Het betreft een zakelijk, cursief handschrift uit de vroege 20e eeuw, gebruikelijk voor administratief personeel uit die tijd. * Tijdsgeest (Tweede Wereldoorlog): Het document dateert van mei 1941, een jaar na de Duitse inval in Nederland. De visserij was in deze periode streng gereguleerd vanwege de kustverdediging (Atlantikwall) en de voedselvoorziening.
* Schaarste: De verwijzing naar het niet kunnen uitoefenen van het beroep door "gebrek aan betaal" (waarschijnlijk bedoeld als materiaal of middelen) duidt op de groeiende schaarste aan brandstof, netten en andere benodigdheden tijdens de bezetting.
* Bureaucratie: De vele data en stempels laten zien hoe een relatief kleine handeling (een vergunningverlenging van een individuele visser) door verschillende administratieve lagen ging. Het gebruik van "Model No. 14" (gedrukt in 1937) toont de continuïteit van de Nederlandse bureaucratie onder de bezetting.