Handgeschreven (concept)brief.
Origineel
Handgeschreven (concept)brief. 13 mei 1941 (met een eerdere, doorgehaalde datum van 14 mei 1941). [Linksboven in rode inkt:]
7 2/15/2
[Midden boven, doorgehaald:]
~~14/5/1941~~
[Rechtsboven:]
A’dam, 13/5 ’41
F. Demmenie
Naar aanleiding van Uw brief dd. 7 dezer bericht ik U, dat zoolang van de U verleende ventvergunning geen gebruik kan ~~worden gemaakt~~ ^gemaakt, deze ook niet behoeft te worden verlengd.
Zoodra U echter het beroep van venter weer kunt opnemen, dient U zich te mijnen kantore te vervoegen om de verlenging in de in Uw bezit zijnde ventvergunning te doen aanteekenen.
D.D. Dit document is een ambtelijke conceptbrief gericht aan een heer F. Demmenie betreffende zijn "ventvergunning" (een vergunning om goederen op straat te verkopen). De tekst is zakelijk en formeel van toon, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit het midden van de 20e eeuw (gebruik van de "u"-vorm en woorden als "zoolang" en "aanteekenen").
De schrijver legt uit dat zolang de vergunning niet wordt gebruikt, deze niet officieel verlengd hoeft te worden. Er wordt echter expliciet bij vermeld dat de geadresseerde zich direct moet melden zodra hij zijn werkzaamheden als venter hervat, zodat de verlenging fysiek op het bewijs kan worden bijgeschreven. De doorhalingen in de tekst suggereren dat dit de kladversie is die als basis diende voor de definitieve, getypte of netjes geschreven brief. De brief is gedateerd in mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren veel economische activiteiten streng gereguleerd. Voor straathandelaren ("venters") was een vergunning essentieel om legaal te kunnen werken.
De reden dat de heer Demmenie zijn beroep op dat moment niet uitoefende, wordt niet vermeld. Dit zou te maken kunnen hebben met schaarste van goederen (distributie), persoonlijke omstandigheden, of beperkingen opgelegd door de bezetter. De afkorting "A'dam" en de ambtelijke stijl wijzen erop dat dit document afkomstig is van een gemeentelijke instantie in Amsterdam, waarschijnlijk de afdeling die toezicht hield op de markt- en straathandel. De initialen "D.D." onderaan de brief zijn van de ambtenaar die de brief heeft opgesteld of geautoriseerd. F. Demmenie