Archiefdocument
Origineel
13 juni 1941 (brief) en 20 juni 1941 (concept-antwoord). G. Bras, wonende aan de Jasmijnstraat 5 I te Amsterdam. Een onbekende gemeentelijke dienst (waarschijnlijk het Marktkantoor of de Dienst der Publieke Werken). [Deel 1: De brief van G. Bras]
Nº 72/18 / M.1941 14/5
A'dam 13 - 6 - 41.
Mijnheer.
Hiermede richt ik mij tot u met een vriendelijk verzoek, en wel, wil u mij over het afgelopen jaar vrijstelling verlenen van ventvergunning te betalen, omrede ik dit jaar niet heeft kunnen venten, om dat er geen olie is, en ik dus niets heeft verdient, en ook geen werk en geen steun geniet. -
Achtend. G. Bras.
Jasmynstr 5 I
Alhier.
[Deel 2: Het ambtelijke antwoord]
72/10/2 17
20/6/41 [onleesbare paraaf]
Naar aanleiding van Uw brief dd. 13 dezer bericht ik U, dat wanneer U in een bepaald boekjaar (dat loopt v 1-6 tot 31-5) geen gebruik van Uw v. v. hebt gemaakt, U voor dat jaar geen ventgeld behoeft te betalen. -
Zoodra U het ventersberoep weer kan opnemen, dient U zich op het Hoofdkantoor van mijn dienst te vervoegen, teneinde de in Uw bezit zijnde ventvergunning te laten verlengen. Het document is een schrijnend voorbeeld van de economische gevolgen van de Duitse bezetting voor kleine zelfstandigen. De afzender, G. Bras, vraagt om kwijtschelding van de legeskosten voor zijn ventvergunning. Hij voert hiervoor drie redenen aan:
1. Grondstoffentekort: Hij kan zijn beroep niet uitoefenen omdat er "geen olie" is. Dit duidt er waarschijnlijk op dat hij een etenswaar verkocht waarvoor olie noodzakelijk was (zoals oliebollen, vis of patat) of dat zijn voertuig niet kon rijden door brandstofschaarste.
2. Inkomstenderving: Door het gebrek aan handel heeft hij niets verdiend.
3. Gebrek aan sociaal vangnet: Hij heeft geen ander werk en ontvangt geen "steun" (werkloosheidsuitkering). De 'Steunregeling' was in die tijd voor kleine zelfstandigen vaak onbereikbaar.
De ambtelijke reactie onderaan is zakelijk en procedureel. Men hanteert de regel dat als de vergunning (v.v.) gedurende het gehele boekjaar (juni t/m mei) niet is gebruikt, er ook geen "ventgeld" verschuldigd is. Dit wijst op een bestaande regeling voor dergelijke gevallen van overmacht. In juni 1941 was de Tweede Wereldoorlog ruim een jaar onderweg in Nederland. De schaarste aan grondstoffen en brandstoffen begon op dat moment nijpend te worden voor de burgerbevolking. De Jasmijnstraat ligt in de Bloemenbuurt in Amsterdam-Noord, indertijd een typische volksbuurt waar veel kleine handwerkers en neringdoenden woonden.
Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid van die tijd: zelfs in tijden van oorlog en grote persoonlijke armoede bleef de ambtelijke molen draaien en was het correct afhandelen van vergunningen en belastingen een prioriteit. De afkorting "dd. 13 dezer" staat voor de dato 13 dezer maand, oftewel 13 juni. De afkorting "v.v." staat voor ventvergunning. G. Bras Publieke Werken