Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekeningen. 17 mei 1941 (met handgeschreven verzenddatum 19 mei 1941). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam, zoals de Dienst voor het Marktwezen). Den Heer A. Schravien, Plantage Kerklaan 34 III, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, getypt:]
HG.
[Middenboven, met paars potlood geschreven:]
Verzonden 19/5
[Adressering, getypt:]
den Heer A.Schravien,
Plantage Kerklaan 34 III,
Amsterdam-Centrum.
[Rechts onder de adressering:]
Wijk 10.
[Links onder de adressering:]
72/21/2 M.
[Rechts:]
17 Mei 1941.
[Inhoud brief:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 dezer bericht ik
U, dat zoolang U van de U verleende ventvergunning geen gebruik
kunt maken, deze ook niet behoeft te worden verlengd.
Zoodra U echter het beroep van venter weder kunt opnemen
dient U zich te mijnen kantore te vervoegen om de verlenging in de
in Uw bezit zijnde ventvergunning te doen aanteekenen.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, Deze brief is een ambtelijke reactie van een Amsterdamse gemeentelijke instantie aan een burger, de heer A. Schravien. In de brief wordt bevestigd dat Schravien zijn ventvergunning (het recht om goederen op straat te verkopen) op dat moment niet hoeft te verlengen, aangezien hij er geen gebruik van maakt. De administratieve status van de vergunning wordt als het ware "bevroren". Zodra hij weer als venter aan de slag wil gaan, moet hij naar het kantoor komen om de verlenging alsnog officieel op zijn papieren te laten registreren ("aanteekenen").
De brief bevat de gebruikelijke administratieve kenmerken van die tijd: een referentienummer (72/21/2 M.), een wijkindeling (Wijk 10) en een handgeschreven aantekening die bevestigt dat het document daadwerkelijk op 19 mei is verzonden. De historische context van dit document is zeer beladen. De datum 17 mei 1941 valt in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, de heer Schravien, woonde in de Plantagebuurt (Plantage Kerklaan 34), een wijk die een centrale rol speelde in de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
In de loop van 1941 intensiveerde de bezetter de anti-Joodse maatregelen, waarbij Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven werden geweerd. Hoewel de brief in neutrale, ambtelijke taal is gesteld, is het zeer waarschijnlijk dat de reden waarom de heer Schravien "geen gebruik kon maken" van zijn vergunning te maken had met deze beperkingen of met de onmogelijkheid om onder het regime van de bezetter zijn beroep nog langer veilig uit te oefenen. De aanduiding "Wijk 10" was onderdeel van de administratieve indeling van Amsterdam die in deze periode ook werd gebruikt voor de nauwkeurige registratie en segregatie van de Joodse bevolking door de bezetter en de meewerkende gemeentelijke diensten.