Handgeschreven brief (concept of kopie voor archief).
Origineel
Handgeschreven brief (concept of kopie voor archief). 24 mei 1941 (rechtsboven). Tevens een datumstempel of aantekening linksboven: 26/5/41. [Linksboven, rood potlood:] 72/23/2
[Linksboven, pen:] 26/5/41 [paraaf]
A’dam, 24/5 - ’41
Naar aanleiding van Uw
brief dd. 19 dezer deel ik U
mede, dat de U verleende V.V.
niet behoeft te worden verlengd,
terwijl dan evenmin het ventgeld
verschuldigd is, zoolang U van
deze vergunning geen gebruik kan
of mag maken. Het recht op
de V.V. vervalt om deze reden
niet. Zoodra u weer van
het venten te A’dam Uw beroep
gaat maken, dient U zich te
mijnen kantore te vervoegen
om de vergunning te laten verlengen.
[tussenregel:] ev. t. betaling van
Omtrent de bij den dienst
voor M.S. gespaarde gelden
dient U zich met dezen dienst
in verbinding te stellen.
[Paraaf onderaan:] Ad * Inhoud: De brief is een antwoord op een schrijven van een burger (gedateerd 19 mei 1941). De ambtenaar stelt de geadresseerde gerust dat hun ventvergunning (V.V.) niet onmiddellijk verlengd hoeft te worden als er momenteel niet mee gewerkt kan of mag worden. Hierdoor hoeft er ook geen 'ventgeld' (belasting/retributie voor straathandel) betaald te worden. Het recht op de vergunning blijft echter behouden voor de toekomst. Voor financiële zaken ('gespaarde gelden') wordt verwezen naar de Dienst voor Maatschappelijke Steun (M.S.).
* Terminologie:
* V.V.: Ventvergunning. Een noodzakelijke licentie voor ambulante handelaren (bijv. marktkooplui of straatverkopers).
* M.S.: Maatschappelijke Steun. In Amsterdam was de 'Dienst der Maatschappelijke Steun' verantwoordelijk voor sociale zaken en bijstand.
* Handschrift en Stijl: Een vlot, zakelijk administratief handschrift (het zogenaamde 'kantoorschrift') uit de vroege 20e eeuw. De tekst is formeel en procedureel van aard. * Historische periode: De brief is geschreven in mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Maatschappelijke betekenis: De zinsnede "zoolang U van deze vergunning geen gebruik kan of mag maken" is veelzeggend. In mei 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger; velen van hen waren werkzaam in de ambulante handel (zoals op het Waterlooplein) en kregen te maken met verboden of beperkingen. Hoewel de brief neutraal geformuleerd is, kan de reden voor het niet kunnen uitoefenen van het beroep direct verband houden met de bezettingsmaatregelen of de mobilisatie/oorlogsomstandigheden.
* Administratieve context: De brief toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in 1941 nog grotendeels op de vooroorlogse wijze doordraaide, waarbij nauwgezet werd bijgehouden wie welke rechten en plichten had met betrekking tot vergunningen en sociale voorzieningen.