Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 229
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).

26 mei 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of Sociale Zaken).

Origineel

Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 26 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of Sociale Zaken). Extra

D/HG.

den Heer I. Gans,
Schalkburgerstraat 36 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.

72/23/2 M. 26 Mei 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 dezer deel ik U mede, dat de U verleende ventvergunning niet behoeft te worden verlengd, terwijl dan evenmin het ventgeld verschuldigd is, zoolang U van deze vergunning geen gebruik kan of mag maken. Het recht op de ventvergunning vervalt om deze reden niet. Zoodra U weder van het venten te Amsterdam Uw beroep gaat maken, dient U zich te mijnen kantore te vervoegen om de vergunning te laten verlengen.

Omtrent eventueele terugbetaling van de bij den dienst voor Maatschappelijken Steun gespaarde gelden dient U zich met dezen dienst in verbinding te stellen.

De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling aan de heer I. Gans betreffende zijn ventvergunning (een vergunning om goederen op straat te verkopen). De kern van de brief is dat de vergunning op dat moment niet verlengd hoeft te worden en dat er geen stageld ("ventgeld") betaald hoeft te worden, omdat de geadresseerde de vergunning op dat moment niet kan of mag gebruiken.

Opvallende elementen:
* De terminologie "kan of mag": De toevoeging "of mag" suggereert dat er een extern verbod of een wettelijke restrictie ten grondslag ligt aan het feit dat de heer Gans zijn beroep niet kan uitoefenen.
* Dienst voor Maatschappelijken Steun: Er wordt verwezen naar gespaard geld bij deze dienst. Dit wijst erop dat de geadresseerde mogelijk afhankelijk was van een vorm van sociale bijstand of een verplichte spaarregeling voor zelfstandigen met een laag inkomen. De datum van de brief, 26 mei 1941, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen volgden elkaar in deze periode snel op.

De heer I. Gans woonde in de Schalkburgerstraat in de Transvaalbuurt, een wijk in Amsterdam-Oost die in 1941 een zeer grote Joodse populatie kende. De formulering dat hij geen gebruik "mag" maken van zijn vergunning hangt zeer waarschijnlijk samen met de verordeningen die Joden stapsgewijs uitsloten van het economisch leven. In de loop van 1941 werd het voor Joodse straatverkopers steeds moeilijker, en uiteindelijk onmogelijk, om hun beroep uit te oefenen door verboden op markten en straathandel voor Joden.

De brief is een illustratie van de bureaucratische afhandeling van de gevolgen van de bezettingsmaatregelen: de gemeente bevestigt enerzijds dat de rechten formeel niet vervallen, maar erkent tegelijkertijd de situatie waarin de burger door restricties zijn werk niet meer mag doen. I. Gans Marktwezen

Samenvatting

De brief is een zakelijke mededeling aan de heer I. Gans betreffende zijn ventvergunning (een vergunning om goederen op straat te verkopen). De kern van de brief is dat de vergunning op dat moment niet verlengd hoeft te worden en dat er geen stageld ("ventgeld") betaald hoeft te worden, omdat de geadresseerde de vergunning op dat moment niet kan of mag gebruiken.

Opvallende elementen:
* De terminologie "kan of mag": De toevoeging "of mag" suggereert dat er een extern verbod of een wettelijke restrictie ten grondslag ligt aan het feit dat de heer Gans zijn beroep niet kan uitoefenen.
* Dienst voor Maatschappelijken Steun: Er wordt verwezen naar gespaard geld bij deze dienst. Dit wijst erop dat de geadresseerde mogelijk afhankelijk was van een vorm van sociale bijstand of een verplichte spaarregeling voor zelfstandigen met een laag inkomen.

Historische Context

De datum van de brief, 26 mei 1941, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen volgden elkaar in deze periode snel op.

De heer I. Gans woonde in de Schalkburgerstraat in de Transvaalbuurt, een wijk in Amsterdam-Oost die in 1941 een zeer grote Joodse populatie kende. De formulering dat hij geen gebruik "mag" maken van zijn vergunning hangt zeer waarschijnlijk samen met de verordeningen die Joden stapsgewijs uitsloten van het economisch leven. In de loop van 1941 werd het voor Joodse straatverkopers steeds moeilijker, en uiteindelijk onmogelijk, om hun beroep uit te oefenen door verboden op markten en straathandel voor Joden.

De brief is een illustratie van de bureaucratische afhandeling van de gevolgen van de bezettingsmaatregelen: de gemeente bevestigt enerzijds dat de rechten formeel niet vervallen, maar erkent tegelijkertijd de situatie waarin de burger door restricties zijn werk niet meer mag doen.

Genoemde Personen 1

Locaties

Amsterdam.

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →