Brief (verzoekschrift voor uitstel van betaling).
Origineel
Brief (verzoekschrift voor uitstel van betaling). 28 mei 1941 (geschreven), 29 mei 1941 (ontvangen/geregistreerd). P. Schuitevoerder, Kerkstraat 7, Oostzaan. Waarschijnlijk de Burgemeester of het Gemeentebestuur van Oostzaan. 28/5 '41
Oostzaan
No 72 / 30/1 M. 1941 29/5 [stempel en handgeschreven toevoeging]
mr. Mull[er?] [paraaf rechtsboven]
Mijn Heer
Wees u zoo goed en kan ik
een maand uit stel van u kryge
van het betaale van mijn
verguning daar ik het zoo slegt
hep met de Oude handel
daar ik en ander verguning het
al is het maar 3 weeke
ik bedoel een ventverguning
Hoog acht
P. Schuitevoerder
Kerkstr. 7
Oostzaan
Stuer u mijn zoo gauw berigt laten De brief is een verzoek om uitstel van betaling voor een vergunning. De schrijver, P. Schuitevoerder, legt uit dat hij financiële problemen heeft ("zoo slegt hep") met zijn huidige handel ("de Oude handel"). Hij specificeert dat het gaat om een "ventvergunning" en vraagt om een uitstel van ten minste drie weken.
Het taalgebruik is fonetisch en bevat diverse archaïsche spelfouten en dialectische invloeden die typerend zijn voor die tijd, zeker bij minder geschoolde schrijvers uit de arbeidersklasse:
* "kryge" in plaats van krijgen.
* "betaale" en "verguning" met enkelvoudige medeklinkers.
* "slegt" in plaats van slecht.
* "hep" in plaats van heb.
* "Stuer u mijn" in plaats van Stuur mij. Dit document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was een periode van toenemende economische druk, schaarste en strengere regulering. Kleine zelfstandigen, zoals venters (straathandelaren), werden vaak hard getroffen door de omstandigheden en de distributiemaatregelen. Het feit dat de brief officieel is afgestempeld door de gemeente Oostzaan, toont aan dat dergelijke verzoeken formeel werden afgehandeld binnen de gemeentelijke administratie. De vermelding van "de Oude handel" suggereert dat de afzender mogelijk probeerde over te stappen op een andere vorm van nering om het hoofd boven water te houden. P. Schuitevoerder
Samenvatting
De brief is een verzoek om uitstel van betaling voor een vergunning. De schrijver, P. Schuitevoerder, legt uit dat hij financiële problemen heeft ("zoo slegt hep") met zijn huidige handel ("de Oude handel"). Hij specificeert dat het gaat om een "ventvergunning" en vraagt om een uitstel van ten minste drie weken.
Het taalgebruik is fonetisch en bevat diverse archaïsche spelfouten en dialectische invloeden die typerend zijn voor die tijd, zeker bij minder geschoolde schrijvers uit de arbeidersklasse:
* "kryge" in plaats van krijgen.
* "betaale" en "verguning" met enkelvoudige medeklinkers.
* "slegt" in plaats van slecht.
* "hep" in plaats van heb.
* "Stuer u mijn" in plaats van Stuur mij.
Historische Context
Dit document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was een periode van toenemende economische druk, schaarste en strengere regulering. Kleine zelfstandigen, zoals venters (straathandelaren), werden vaak hard getroffen door de omstandigheden en de distributiemaatregelen. Het feit dat de brief officieel is afgestempeld door de gemeente Oostzaan, toont aan dat dergelijke verzoeken formeel werden afgehandeld binnen de gemeentelijke administratie. De vermelding van "de Oude handel" suggereert dat de afzender mogelijk probeerde over te stappen op een andere vorm van nering om het hoofd boven water te houden.