Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 262
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op doorslagpapier).

30 mei 1941. Van: De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke instelling of arbeidsbureau, getuige de initialen "HG."). Aan: Den Heer I. Schuitevoerder, Kerkstraat 7, Oostzaan.

Origineel

Getypte brief (doorslag op doorslagpapier). 30 mei 1941. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke instelling of arbeidsbureau, getuige de initialen "HG."). Den Heer I. Schuitevoerder, Kerkstraat 7, Oostzaan. [handgeschreven: M. Müller]
HG.

                      den Heer I. Schuitevoerder,
                      Kerkstraat 7,
                      <u>O O S T Z A A N .</u>

72/30/2 M. 30 Mei 1941.

        Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 dezer bericht ik U,

dat zoolang U van de U verleende ventvergunning geen gebruik kan
maken, deze ook niet behoeft te worden verlengd.
Zoodra U echter het beroep van venter weder kunt opnemen,
dient U zich te mijnen kantore te vervoegen om de verlenging in de
in Uw bezit zijnde ventvergunning te doen aanteekenen.

                                            De Directeur, De kern van deze korte zakelijke brief is de opschorting van de verlenging van een ventvergunning. De geadresseerde, de heer I. Schuitevoerder, heeft blijkbaar op 28 mei 1941 laten weten dat hij momenteel zijn beroep als "venter" (straatverkoper) niet kan uitoefenen. De directeur van de betreffende instantie antwoordt dat de vergunning daarom nu niet verlengd hoeft te worden. Zodra de heer Schuitevoerder zijn werkzaamheden weer wil hervatten, moet hij persoonlijk naar het kantoor komen om de verlenging officieel in zijn bezit zijnde vergunning te laten aantekenen.

Opvallend is het formele en ambtelijke taalgebruik ("bericht ik U", "te mijnen kantore te vervoegen"), dat typerend is voor de Nederlandse bureaucreatie van die tijd. De handgeschreven naam rechtsboven kan duiden op een behandelaar of een toezichthouder. De datum van de brief, 30 mei 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is van cruciaal belang voor de interpretatie.

De achternaam "Schuitevoerder" komt veel voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam en omstreken (zoals Oostzaan). In mei 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al in volle gang. Joden werden stelselmatig uitgesloten van het openbare leven en bepaalde beroepen. Veel Joodse marktkooplieden en venters raakten in deze periode hun middelen van bestaan kwijt door verboden op handel of door de invoering van de Ariërverklaring.

De mededeling dat de heer Schuitevoerder "geen gebruik kan maken" van zijn vergunning krijgt in dit licht een beladen betekenis. Het is zeer waarschijnlijk dat externe omstandigheden (beperkende maatregelen door de bezetter of de onmogelijkheid om nog aan goederen te komen) hem dwongen zijn nering te staken. De administratieve reactie is feitelijk en procedureel, maar maskeert de tragische realiteit van een burger wiens recht op arbeid en bewegingsvrijheid onder druk stond. Het document is een klein radertje in de grote bureaucratische machine die ook tijdens de bezetting door bleef draaien. I. Schuitevoerder

Samenvatting

De kern van deze korte zakelijke brief is de opschorting van de verlenging van een ventvergunning. De geadresseerde, de heer I. Schuitevoerder, heeft blijkbaar op 28 mei 1941 laten weten dat hij momenteel zijn beroep als "venter" (straatverkoper) niet kan uitoefenen. De directeur van de betreffende instantie antwoordt dat de vergunning daarom nu niet verlengd hoeft te worden. Zodra de heer Schuitevoerder zijn werkzaamheden weer wil hervatten, moet hij persoonlijk naar het kantoor komen om de verlenging officieel in zijn bezit zijnde vergunning te laten aantekenen.

Opvallend is het formele en ambtelijke taalgebruik ("bericht ik U", "te mijnen kantore te vervoegen"), dat typerend is voor de Nederlandse bureaucreatie van die tijd. De handgeschreven naam rechtsboven kan duiden op een behandelaar of een toezichthouder.

Historische Context

De datum van de brief, 30 mei 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is van cruciaal belang voor de interpretatie.

De achternaam "Schuitevoerder" komt veel voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam en omstreken (zoals Oostzaan). In mei 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al in volle gang. Joden werden stelselmatig uitgesloten van het openbare leven en bepaalde beroepen. Veel Joodse marktkooplieden en venters raakten in deze periode hun middelen van bestaan kwijt door verboden op handel of door de invoering van de Ariërverklaring.

De mededeling dat de heer Schuitevoerder "geen gebruik kan maken" van zijn vergunning krijgt in dit licht een beladen betekenis. Het is zeer waarschijnlijk dat externe omstandigheden (beperkende maatregelen door de bezetter of de onmogelijkheid om nog aan goederen te komen) hem dwongen zijn nering te staken. De administratieve reactie is feitelijk en procedureel, maar maskeert de tragische realiteit van een burger wiens recht op arbeid en bewegingsvrijheid onder druk stond. Het document is een klein radertje in de grote bureaucratische machine die ook tijdens de bezetting door bleef draaien.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →