Handgeschreven ambtelijke brief/concept.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/concept. 21 juni 1941 (datumstempel/notitie bovenaan). Onbekend (waarschijnlijk een functionaris van de Dienst der Marktwezen, Amsterdam). Den Heer A. Espinosa, 1e Oosterparkstraat 4 huis, Amsterdam. [In rode inkt]: 72/42/217
Den Heer A. Espinosa
1e Oosterparkstraat 4 hs.
21/6/41 [onleesbaar monogram/initialen]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 Juni j.l. bericht ik U, dat daar U [doorgehaald: gedurende] wegens ziekte van Uw ventvergunning geen gebruik heeft kunnen maken, U het rechtgeld voor het boekjaar 1940/1941 niet verschuldigd is.
Indien U thans weer [doorgehaald: wilt gaan venten / gebruik wilt maken], dient U de verlenging voor het boekjaar 1941/1942 in Uw ventboekje te laten aantekenen op het Hoofdkantoor van mijn dienst, Jan van Galenstraat 204, tegen betaling van f 4.- + f 1.- legeskosten.
[Initialen/Handtekening: v.d.W.] * Onderwerp: Vrijstelling van betaling wegens niet-gebruik van een ventvergunning door ziekte en de procedure voor verlenging van de vergunning voor het nieuwe boekjaar.
* Inhoud: De ambtenaar bevestigt dat de heer Espinosa over het voorgaande jaar (1940/1941) geen kosten verschuldigd is omdat hij door ziekte niet heeft kunnen werken. Indien hij zijn werkzaamheden als venter wil hervatten, moet hij met zijn 'ventboekje' naar het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat komen om de vergunning voor 1941/1942 te laten bijschrijven. De totale kosten hiervoor bedragen 5 gulden.
* Stijl: Formeel, ambtelijk en zakelijk. Het document bevat enkele doorhalingen, wat suggereert dat dit een concept is of een kopie voor het archief waarbij de tekst ter plekke werd aangepast. * Tijd en Plaats: Het document dateert van juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland, en is gesitueerd in Amsterdam.
* Locatie: De Jan van Galenstraat 204 was in die tijd het adres van de Centrale Markthallen en de bijbehorende gemeentelijke Dienst der Marktwezen.
* Historische relevantie: Hoewel de brief een alledaagse administratieve kwestie lijkt (het ventrecht), is de context van 1941 van groot belang. De naam 'Espinosa' duidt op een Sefardisch-Joodse achtergrond. In deze periode van de bezetting werden de regels voor Joodse Amsterdammers steeds strenger en werden zij stelselmatig uit het economische leven verdrongen. Voor een Joodse straatverkoper (venter) was het behoud of de verlenging van een vergunning in de zomer van 1941 een zaak van bittere noodzaak, terwijl de bureaucratie van de stad, ondanks de bezetting, simpelweg bleef doorfunctioneren. Dit document illustreert de interactie tussen de burger en de lokale overheid in een extreem moeilijke periode.