Ambtelijke correspondentie / Adviesnota.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Adviesnota. 5 augustus 1941. (Bovenaan de pagina)
klacht M. Giulio
standplaatshouder
over overlast van
venters
92/46/3
(Rechtsboven)
A’dam, 5/8 1941
W. h. M.
(Hoofdtekst)
Onder terugzending van het met Uw kaartbrief dd 31 Juli jl. ter spoedig advies ontvangen stuk No 5/199 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat aan adressant op 3 Juni jl. onder No 5/48 L.M. 1941 vergunning is verleend tot het innemen van een vaste standplaats voor den verkoop van ijs op de Nassaukade t/o perc. 120.
Het is mogelijk, dat adressant overlast ondervindt van venters in de omgeving van zijn standplaats; het contrôleerend personeel van mijn dienst heeft echter opdracht om – zonder aanzien des persoons – streng op te treden tegen venters, die clandestiene standplaatsen innemen, vooral wanneer dit gebeurt in de omgeving van bona fide vaste standplaatshouders.
Krachtens artikel 21 sub 9 der Ventverordening mag niet worden stilgestaan binnen een afstand van 25 m van standplaatsen of winkels, waar hetzelfde artikel of dezelfde artikelen, dan wel dezelfde soort van artikelen als waarmee gevent wordt, worden verkocht, anders dan tot het bedienen van klanten. Dit laatste bemoeilijkt vanzelfsprekend een direct of afdoende optreden van het contrôl. personeel tegen de zgn. clandestiene standplaatshouders (tegen hen, die ijs venten), omdat deze, vooral op warme dagen en wanneer ze, zooals in het onderhavige geval, aan drukke verkeerswegen een plaats innemen, vrijwel voortdurend klanten bedienen, zoodat ze in dat geval dus ongestraft, zelfs vlak naast den officiëelen standplaatshouder kunnen staan.
(Verticale tekst in de linker marge)
Naar aanleiding van de door adressant geuite klachten ter plaatse geconfronteerd, zonder dat eenige overtreding van de zijde van de venters, welke in de omgeving vertoefden, kon worden geconstateerd. Een direct resultaat ontstond niet.
--- Dit document betreft een ambtelijk antwoord op een klacht van een ijsverkoper, de heer M. Giulio. Giulio beschikt over een officiële, vaste standplaats aan de Nassaukade (tegenover perceel 120) in Amsterdam. Hij klaagt over 'venters' (mobiele straatverkopers) die in zijn nabijheid ijs verkopen en daarmee zijn nering verstoren.
De ambtenaar legt uit dat er een juridisch "maas in de wet" bestaat in de toenmalige Ventverordening. Hoewel het verboden is voor venters om binnen 25 meter van een vaste standplaats of winkel stil te staan, geldt er een uitzondering voor "het bedienen van klanten". Op drukke, warme dagen hebben venters een constante stroom klanten, waardoor zij feitelijk urenlang op dezelfde plek kunnen blijven staan zonder technisch gezien de wet te overtreden. De ambtenaar concludeert dat de controleurs hierdoor machteloos staan, zolang er klanten geholpen worden.
In de kantlijn wordt vermeld dat er een inspectie ter plaatse is uitgevoerd naar aanleiding van de klacht, maar dat er op dat moment geen overtredingen zijn vastgesteld.
--- Het document dateert uit augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie niet direct in de tekst naar voren komt (het betreft hier reguliere gemeentelijke handhaving), is het interessant om te zien dat het dagelijks leven en de bureaucratie rondom markt- en straathandel gewoon doorgingen.
De "Nassaukade" is een bekende gracht/verkeersader in Amsterdam. Het conflict tussen vaste winkeliers/standplaatshouders (die precariorechten of huur betalen) en mobiele venters is een klassiek thema in de Amsterdamse handelsgeschiedenis. De term "bona fide vaste standplaatshouders" geeft aan dat de gemeente de officiële vergunninghouders als de legitieme partij beschouwde die beschermd diende te worden tegen "clandestiene" concurrentie.