Ambtelijke correspondentie (doorslag/kopie van een uitgaande brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (doorslag/kopie van een uitgaande brief). 7 oktober 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse). [Handgeschreven, rechtsboven:] H. de Boer
[Handgeschreven/stempel, middenboven:] Verzonden 8/10
[Code rechtsboven:] VD/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
72/56/5 M. 4 7 October 1941.
Intrekking ventvergunning
ten name van J. Messcher.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 1 dezer om
advies ontvangen stukken No. 71/41 L.M. 1941 heb ik de eer U te be-
richten, dat adressant – zooals uit het bij mijn brief d.d. 29 Augus-
tus jl. No. 72/56/2 M. gevoegde rapport van den contrôleur Lak duide-
lijk blijkt – zich op zeer ernstige wijze heeft misdragen; dit wordt
door hem ook toegegeven. Er bestaat, daar door adressant geen nieuwe
gezichtspunten naar voren worden gebracht, voor mij geen aanleiding,
tot verzachting van den door den Burgemeester getroffen maatregel
te adviseeren.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging op het onderhavige
verzoek afwijzend te beschikken.
De Directeur, In deze brief adviseert een directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke distributie- of controledienst) de wethouder voor Levensmiddelen om een verzoek van de heer J. Messcher af te wijzen. Messcher had blijkbaar bezwaar gemaakt tegen het intrekken van zijn ventvergunning door de burgemeester.
De directeur baseert zijn negatieve advies op een eerder rapport van een controleur genaamd Lak (van 29 augustus 1941). Hieruit zou blijken dat Messcher zich "op zeer ernstige wijze heeft misdragen", wat de betrokkene bovendien zelf heeft toegegeven. Omdat Messcher in zijn verzoekschrift geen nieuwe argumenten aanvoert, ziet de directeur geen reden om de reeds genomen strafmaatregel te verzachten.
De toon is strikt bureaucratisch en formeel, typerend voor de gemeentelijke administratie uit die periode. Het document dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" verwijst naar de distributie en regulering van voedsel en handel, wat in oorlogstijd uiterst streng werd gecontroleerd.
De naam J. Messcher is in deze context zeer relevant. Messcher (of Mescher) is een veelvoorkomende Joodse achternaam. In 1941 intensiveerden de bezettingsautoriteiten en collaborerende instanties de uitsluiting van Joden uit het economische leven. Joodse straathandelaren waren een specifiek doelwit van beperkende maatregelen. Hoewel de brief spreekt over "misdragen", werd dergelijke terminologie in die tijd vaak gebruikt om administratieve sancties tegen Joodse burgers te rechtvaardigen, of werden kleine overtredingen aangegrepen om vergunningen definitief in te trekken als onderdeel van de systemische uitsluiting. Zonder de vergunning verloor Messcher zijn legaal middel van bestaan. H. de Boer J. Messcher