Handgeschreven brief/briefkaart.
Origineel
Handgeschreven brief/briefkaart. 10 november 1941. Een ongenoemde winkelier uit de Leidsche Kruisstraat. "Geachte Directie" (waarschijnlijk de Directie van de Marktwezen of een politiedienst). [Rechtsboven:] A'dam 10 Nov - '41.
[Rechtsboven, schuin geschreven:] m: Insp
[Midden boven, paarse stempel:] M. 1941
[Onder stempel:] 12/11
[Links, blauw potlood:] N° 72/65/1
Geachte Directie,
Hiermede wou ik U met een klacht lastigvallen. Ik heb een winkel in de Leidsche kruisstraat, en nu word ik de laatste tijd lastig gevallen door een koopman wiens naam is Diepgrond en die tusschen 11 en 3 uur op de hoek Korte Leidsche en Leidsche kruisstraat staat te venten en notabene een ventvergunning voor Zuid.
In de hoop dat U er direct werk van maak dank ik U bij voorbaat.
[Rechtsonder:] 172 De brief is een formele klacht van een Amsterdamse winkelier over oneerlijke concurrentie of overlast door straathandel. De kern van de klacht is dat een zekere "koopman Diepgrond" op een specifieke locatie (hoek Korte Leidschedwarsstraat / Leidsekruisstraat) goederen verkoopt ("venten") terwijl hij daar niet de juiste papieren voor heeft. Volgens de briefschrijver bezit de man enkel een vergunning voor het stadsdeel Zuid, terwijl hij zich in het Centrum bevindt. De toon is dringend doch beleefd ("wou ik U met een klacht lastigvallen"). De administratieve stempels en nummers duiden op een officiële verwerking door de ontvangende instantie op 12 november 1941. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en was de controle op handel en vergunningen streng gereguleerd door zowel de Nederlandse gemeente als de bezetter. Straathandel werd nauwgezet gecontroleerd om zwarte handel tegen te gaan en de belangen van gevestigde winkeliers (die belasting betaalden) te beschermen. De vermelding van "Zuid" verwijst naar het Amsterdamse stadsdeel Zuid; vergunningen waren destijds vaak gebonden aan specifieke wijken of districten om verzadiging van de markt te voorkomen. Dit type correspondentie is typerend voor de archieven van het Marktwezen of de Gemeentepolitie Amsterdam. Marktwezen
Samenvatting
De brief is een formele klacht van een Amsterdamse winkelier over oneerlijke concurrentie of overlast door straathandel. De kern van de klacht is dat een zekere "koopman Diepgrond" op een specifieke locatie (hoek Korte Leidschedwarsstraat / Leidsekruisstraat) goederen verkoopt ("venten") terwijl hij daar niet de juiste papieren voor heeft. Volgens de briefschrijver bezit de man enkel een vergunning voor het stadsdeel Zuid, terwijl hij zich in het Centrum bevindt. De toon is dringend doch beleefd ("wou ik U met een klacht lastigvallen"). De administratieve stempels en nummers duiden op een officiële verwerking door de ontvangende instantie op 12 november 1941.
Historische Context
Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en was de controle op handel en vergunningen streng gereguleerd door zowel de Nederlandse gemeente als de bezetter. Straathandel werd nauwgezet gecontroleerd om zwarte handel tegen te gaan en de belangen van gevestigde winkeliers (die belasting betaalden) te beschermen. De vermelding van "Zuid" verwijst naar het Amsterdamse stadsdeel Zuid; vergunningen waren destijds vaak gebonden aan specifieke wijken of districten om verzadiging van de markt te voorkomen. Dit type correspondentie is typerend voor de archieven van het Marktwezen of de Gemeentepolitie Amsterdam.