Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 423
Dossier 76
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

7 april 1941. Van: Een ambtenaar (ondertekend als "Brüll"). Aan: De heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

7 april 1941. Een ambtenaar (ondertekend als "Brüll"). De heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam ("Alhier"). 7/4/41, No 19 41 MB

Den heer Inspecteur
van het Marktwezen,
Alhier.

In verband met het verzoek d.d. 18/3 '41 van
B.J. Koot om uitstel van plaatsbezetten op de
markt Jan Evertsenstraat adviseer ik U,
op grond van noodtoestand, het verzoek voor
een bepaald tijdperk toe te staan mits het
marktgeld geregeld wordt voldaan.

A'dam, 7 April 1941
de Ambt.
[handtekening: Brüll] De brief is een formeel ambtelijk advies binnen de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek van een marktkoopman, B.J. Koot, die op 18 maart 1941 heeft gevraagd of hij zijn staanplaats op de markt in de Jan Evertsenstraat tijdelijk onbezet mag laten.

De adviserend ambtenaar adviseert de Inspecteur van het Marktwezen om dit verzoek in te willigen. Als reden wordt de "noodtoestand" aangevoerd. Dit is een veelzeggende term in een document uit 1941; het duidt erop dat de omstandigheden (persoonlijk of door de oorlogssituatie) het voor de koopman onmogelijk maken om aanwezig te zijn. De goedkeuring is echter niet onvoorwaardelijk: de gemeente eist dat het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) wel gewoon wordt doorbetaald. Dit illustreert de pragmatische, bureaucratische houding van het stadsbestuur tijdens de bezetting: de continuïteit van de inkomsten stond voorop. Dit document stamt uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De markt in de Jan Evertsenstraat (Amsterdam-West) was een vitale plek voor de voedselvoorziening en handel in de buurt.

In april 1941 was de druk van de bezetting overal voelbaar. De Februaristaking had slechts twee maanden eerder plaatsgevonden en de restricties voor zowel handelaren als burgers werden steeds strenger. Schaarste aan goederen maakte het voor veel marktkooplui moeilijk om hun nering voort te zetten, wat de "noodtoestand" van de heer Koot kan verklaren.

Dergelijke archiefstukken tonen aan hoe de ambtelijke molens bleven draaien onder het toeziend oog van de bezetter, waarbij dagelijkse zaken zoals marktbeheer en het innen van gelden met dezelfde precisie werden afgehandeld als in vredestijd. De ondertekenaar "Brüll" was waarschijnlijk een ambtenaar werkzaam bij de afdeling Marktwezen of een ondersteunende dienst van de gemeente Amsterdam.

Samenvatting

De brief is een formeel ambtelijk advies binnen de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek van een marktkoopman, B.J. Koot, die op 18 maart 1941 heeft gevraagd of hij zijn staanplaats op de markt in de Jan Evertsenstraat tijdelijk onbezet mag laten.

De adviserend ambtenaar adviseert de Inspecteur van het Marktwezen om dit verzoek in te willigen. Als reden wordt de "noodtoestand" aangevoerd. Dit is een veelzeggende term in een document uit 1941; het duidt erop dat de omstandigheden (persoonlijk of door de oorlogssituatie) het voor de koopman onmogelijk maken om aanwezig te zijn. De goedkeuring is echter niet onvoorwaardelijk: de gemeente eist dat het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) wel gewoon wordt doorbetaald. Dit illustreert de pragmatische, bureaucratische houding van het stadsbestuur tijdens de bezetting: de continuïteit van de inkomsten stond voorop.

Historische Context

Dit document stamt uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De markt in de Jan Evertsenstraat (Amsterdam-West) was een vitale plek voor de voedselvoorziening en handel in de buurt.

In april 1941 was de druk van de bezetting overal voelbaar. De Februaristaking had slechts twee maanden eerder plaatsgevonden en de restricties voor zowel handelaren als burgers werden steeds strenger. Schaarste aan goederen maakte het voor veel marktkooplui moeilijk om hun nering voort te zetten, wat de "noodtoestand" van de heer Koot kan verklaren.

Dergelijke archiefstukken tonen aan hoe de ambtelijke molens bleven draaien onder het toeziend oog van de bezetter, waarbij dagelijkse zaken zoals marktbeheer en het innen van gelden met dezelfde precisie werden afgehandeld als in vredestijd. De ondertekenaar "Brüll" was waarschijnlijk een ambtenaar werkzaam bij de afdeling Marktwezen of een ondersteunende dienst van de gemeente Amsterdam.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Kooplieden in dit dossier 100

B. v.d. Burg aardappelen
Brandstoffen en/of Petroleum 79
C. Markt appels
J. Renz. 366
J. Renz. +67
C. Keyzer fruit
C. Kuiper rapen
C. van Klaveren aardappel.
A.L.J. van Staveren roode kool
K.N.S.M. Loods led. kisten
F. v.d. Berg aardappelen
N. Gem kolen
G. Kramer rapen
G. Kramer rapen
G. v. d. Wal aardappelen
G. v. d. Wal rapen
Haring, zuurwaren etc. 139
H. Bak Waterlooplein wortelen
Alle 100 kooplieden →