Officiële kennisgeving / bestuursbesluit (afschrift).
Origineel
Officiële kennisgeving / bestuursbesluit (afschrift). April 1941. De Regeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte). Den heer K.W. Kreyt, Goudsbloemstraat 131 hs., Amsterdam. [Stempel/Handschrift bovenaan]: No 77/12/7 M. 1941 29/4
L.M.
53/6 -1941-
[Handschrift links]: vg [?]
April 1941.
[Diverse handgeschreven parafen en namen rechtsboven, o.a.:] th Brusse
Ik deel U mede te hebben besloten U met ingang van 2 Mei 1941 wegens diefstal door U op de Centrale Markt gepleegd, op 15 April j.l., het recht van toegang tot die markt te ontnemen voor den tijd van zes maanden, derhalve tot 2 November 1941.
vM
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get.) Voûte
[Handschrift links]: 2/5 - 41 [gevolgd door paraaf]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Blauwe stempel]: Voor eensluidend afschrift
[Blauwe stempel]: DE SECRETARIS.
[Handtekening in blauwe inkt]: J. F. Franken
den heer K.W. Kreyt,
Goudsbloemstraat 131 hs.,
A_L_H_I_E_R (C). Dit document is een officiële notificatie van een strafmaatregel tegen een burger, de heer K.W. Kreyt. Hem wordt voor een periode van zes maanden (van 2 mei tot 2 november 1941) de toegang ontzegd tot de Centrale Markt in Amsterdam. De reden voor dit toegangsverbod is een diefstal die hij daar op 15 april van dat jaar zou hebben gepleegd.
Het stuk is een 'eensluidend afschrift', wat betekent dat het een officiële kopie is van het originele besluit, gewaarmerkt door de gemeentesecretaris J.F. Franken. De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De aanwezigheid van diverse archiefnummers en parafen duidt op de administratieve verwerking binnen de gemeentelijke diensten (zoals de afdeling Markten). Het document dateert uit april 1941, een kleine een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De politieke situatie in Amsterdam was op dat moment zeer gespannen. Na de Februaristaking in 1941 hadden de Duitse autoriteiten het democratisch gekozen gemeentebestuur ontbonden. Edward Voûte werd door de bezetter aangesteld als 'Regeringscommissaris' (in feite een regeringsburgemeester zonder raad), een titel die ook in dit document wordt gebruikt.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitale schakel in de voedselvoorziening van de stad. In een tijd van toenemende schaarste en distributie was diefstal op de markt een ernstig vergrijp dat hard werd aangepakt. De ontvanger van de brief woonde in de Goudsbloemstraat in de Jordaan, een wijk die destijds bekend stond als een volksbuurt waar de armoede door de oorlogsomstandigheden toenam. Een marktverbod van zes maanden betekende voor een betrokkene waarschijnlijk een aanzienlijke beperking in zijn mogelijkheden om in zijn levensonderhoud te voorzien. E.J. Vo F. Franken J.F. Franken K.W. Kreyt