Ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (Bijblad).
Origineel
Ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (Bijblad). [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 24/13/1 1939
DOORGEZONDEN: 9/5
[Rechtsboven, handgeschreven toevoeging]
H. de Haas
Met Ambtenaren bespreken wat wel
en wat niet moet worden toegestaan;
daarna zoo noodig nader voorstel.
24/5 '39. De Haas
[Hoofdtekst]
Wanneer personen, die werken op een
wijze als Sternfeld van de markten moeten
worden geweerd, acht ik het noodzakelijk
om al dergelijke kermisgedoe op de markten
te verbieden, dus ook aan bonafide
standwerkers.
Ik geef U in overweging den markt-
ambtenaar per kennisgeving mede te
deelen, dat voortaan het gene van
vertooningen (attracties) op de markten
verboden is, ook aan standwerkers.
20-5-39
de Haas
[Linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Deze notitie betreft een beleidswijziging of een advies over de regulering van activiteiten op de markt. De auteur, waarschijnlijk een hogere ambtenaar genaamd De Haas, stelt voor om alle vormen van "vertooningen" of "kermisgedoe" op markten te verbieden.
De aanleiding lijkt een specifieke persoon te zijn, genaamd Sternfeld, wiens manier van werken blijkbaar ongewenst is. In plaats van alleen Sternfeld te weren, stelt De Haas voor om een algemeen verbod in te stellen dat ook geldt voor "bonafide standwerkers" (legitieme marktkooplieden die hun waar met een praatje of show verkopen). Dit getuigt van een strenger wordend marktbeleid waarbij de scheiding tussen handel en vermaak (attracties) scherper wordt getrokken.
In de kantlijn bovenaan reageert de heer De Haas (of een gelijknamige superieur) dat er eerst overleg moet plaatsvinden met de uitvoerende ambtenaren om de grenzen van wat toegestaan is nauwkeuriger te definiëren voordat er een definitief besluit valt. Het document dateert uit mei 1939, een periode waarin de Nederlandse overheid en gemeenten poogden de openbare orde en de kwaliteit van markten strakker te reguleren.
De term "standwerker" is typisch Nederlands: handelaren die met een vlotte babbel en vaak een kleine demonstratie hun producten verkopen. Het feit dat hun "attracties" hier ter discussie staan, wijst op een spanningsveld tussen traditionele volkscultuur en moderniserende gemeentelijke verordeningen die de markt puur als handelsplaats wilden inrichten. De naam "Sternfeld" zou kunnen wijzen op een specifieke (mogelijk Joodse) marktkoopman; gezien de datum (vlak voor de oorlog) kan dit ook geduid worden in een context van toenemende restricties, hoewel de tekst zelf een zakelijk-administratieve toon voert over marktordening. H. de Haas M. No