Officiële sommatie / betalingsherinnering.
Origineel
Officiële sommatie / betalingsherinnering. 24 mei 1941. De Directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (vermoedelijk de Marktwezen of een financiële afdeling van de gemeente Amsterdam). [Handgeschreven in blauw krijt/potlood:] Verzonden 24/5
[Handgeschreven in grijs potlood:] M. Müller
[Rechtsboven getypt:] HG.
den Heer S.Schelvis,
Waterlooplein 56,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
85/1/19 M.
24 Mei 1941.
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 17 Mei jl.
ter zake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag
van ƒ 6,75 aan mijn dienst verschuldigd is.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen
vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst,
bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U ver-
leende vergunning in te trekken.
De Directeur, Dit document is een formele laatste waarschuwing aan Salomon Schelvis betreffende een openstaand bedrag van 6,75 gulden voor marktgeld (het plaatsen van kramen) op 17 mei 1941. De toon is ambtelijk en dwingend: de ontvanger krijgt nog slechts vier dagen de tijd om de schuld te voldoen bij de kassier van de betreffende gemeentedienst. Indien de betaling uitblijft, dreigt de directeur met het intrekken van de marktvergunning, wat voor een marktkoopman het verlies van zijn bron van inkomsten zou betekenen. Het document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, het Waterlooplein in Amsterdam, was het hart van de Joodse buurt. Salomon Schelvis was een van de vele Joodse marktkooplieden die op en rond het Waterlooplein hun brood verdienden.
Deze brief moet gezien worden in het licht van de toenemende repressie tegen de Joodse bevolking. Hoewel het hier om een ogenschijnlijk reguliere administratieve kwestie gaat, was de druk op Joodse ondernemers en marktkooplui enorm. In 1941 werden de maatregelen tegen Joden steeds restrictiever; kort na deze datum werden Joden verbannen van openbare markten en beperkt tot specifieke "Joodse markten". Voor een gezin in die tijd kon een schuld van f 6,75 en de dreiging van het verlies van een vergunning rampzalige gevolgen hebben. Documenten zoals deze illustreren hoe de bureaucratie, ook onder bezetting, onverbiddelijk bleef functioneren. S. Schelvis Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een formele laatste waarschuwing aan Salomon Schelvis betreffende een openstaand bedrag van 6,75 gulden voor marktgeld (het plaatsen van kramen) op 17 mei 1941. De toon is ambtelijk en dwingend: de ontvanger krijgt nog slechts vier dagen de tijd om de schuld te voldoen bij de kassier van de betreffende gemeentedienst. Indien de betaling uitblijft, dreigt de directeur met het intrekken van de marktvergunning, wat voor een marktkoopman het verlies van zijn bron van inkomsten zou betekenen.
Historische Context
Het document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, het Waterlooplein in Amsterdam, was het hart van de Joodse buurt. Salomon Schelvis was een van de vele Joodse marktkooplieden die op en rond het Waterlooplein hun brood verdienden.
Deze brief moet gezien worden in het licht van de toenemende repressie tegen de Joodse bevolking. Hoewel het hier om een ogenschijnlijk reguliere administratieve kwestie gaat, was de druk op Joodse ondernemers en marktkooplui enorm. In 1941 werden de maatregelen tegen Joden steeds restrictiever; kort na deze datum werden Joden verbannen van openbare markten en beperkt tot specifieke "Joodse markten". Voor een gezin in die tijd kon een schuld van f 6,75 en de dreiging van het verlies van een vergunning rampzalige gevolgen hebben. Documenten zoals deze illustreren hoe de bureaucratie, ook onder bezetting, onverbiddelijk bleef functioneren.