Ambtelijk rapport / Verslag.
Origineel
Ambtelijk rapport / Verslag. Rapport
Op Maandag 13 Jan 1941 kwam op het Amstelveld bij mij plaatshouder J. Trapman met bijgaande klacht en verzocht, hetwelk ik U op ditzelfde dag heb doorgegeven.
Ik heb hr. Trapman toen voorgesteld de betrokken Hallenzetters te ontbieden om gezamelijk tot een vreedzame oplossing te komen. Hr. Trapman voelde hier niet voor. Hij had geen woorden meer voor de bedoelde Hallenzetter, en wenschte geen overleg meer met die heeren. Ik heb hr Trapman toen geadviseerd, zich dan schriftelijk tot den dienst van het Marktwezen te wenden. Inderaad is het materiaal van de betrokken Hallenzetters, de heren Cohen en v Gelder niet markthouden.
Zij vallen daarbij nogal eens luidruchtig tegen hun klanten uit en dat bevalt iedereen niet. Daarbij nemen de heeren nogal eens een houding aan van: je moet toch bij mij verschijnen.
Heizerswaard de derde Hallenzetter is slimmer. Komt met solide hallen voor den dag welke een net aanzien hebben, wat al menig plaatshouder niet is ontgaan. Hr. Heizerswaard is daarbij correcter tegenover zijn cliënten.
Ik zou U willen adviseren:
de heren Cohen en v. Gelder nogmaals en voor het laatst hen op hun fouten te wijzen, die zij blijkbaar zelf niet zien; namelijk het verschil van materiaal in hoofdzaak, dat zooveel mogelijk voldoen aan de wenschen van de plaatshouders en correct blijven. Helpt dit niet, dan pas aan het hr Trapman zijn verzoek voldoen. Inderaad is dan het hek van den dam en volgen er meer, maar dan voor 100% de schuld aan die Hallenzetters die meenen dat de klanten er voor hun zijn en niet zij voor de klanten.
Ik geloof niet dat hier diepere grondslag aan gelegen is.
Aan Den Heer
Inspecteur v/h
Marktwezen.
Amsterdam
21 Januari 1941.
[Signatuur: L. Sijtsma] Het document is een zakelijk verslag van een ambtenaar (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder) gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het conflict draait om de 'hallenzetters'. Dit waren personen die de marktkramen (hallen) opbouwden en verhuurden aan de 'plaatshouders' (de kooplui).
De schrijver constateert dat de heren Cohen en Van Gelder kwalitatief slecht materiaal leveren dat "niet markthouden" is (niet voldoet aan de eisen van de markt). Bovendien gedragen zij zich onbehoorlijk en arrogant tegenover hun klanten. Dit wordt gecontrasteerd met een derde hallenzetter, Heizerswaard, die wel goede materialen levert en correcte omgangsvormen hanteert.
Opvallend is de taalkundige stijl: de schrijver gebruikt "Inderaad" (inderdaad) en "ditzelfde dag" (deze dag/dezelfde dag), wat duidt op een functionele maar niet foutloze schrijfstijl. De toon is adviserend: de inspecteur wordt aangeraden eerst nog een waarschuwing te geven alvorens drastische maatregelen te nemen (zoals het inwilligen van het verzoek van Trapman, wat mogelijk het einde van de werkrelatie met Cohen en Van Gelder zou betekenen). Het document is gedateerd op 21 januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit geeft de namen in het rapport een beladen context. De heren Cohen en Van Gelder zijn typisch Joodse namen. In deze periode waren de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter al van kracht en nam de spanning in Amsterdam toe (slechts enkele weken voor de Februaristaking).
Hoewel het rapport in eerste instantie een alledaags zakelijk conflict lijkt over de kwaliteit van marktkramen en klantvriendelijkheid, kan de klacht tegen Joodse ondernemers in deze specifieke tijdsgeest niet los worden gezien van de bredere maatschappelijke uitsluiting van Joden. De schrijver van het rapport lijkt echter objectief te blijven door te focussen op de fysieke kwaliteit van het materiaal en de vergelijking met een andere ondernemer, en besluit zelfs met de opmerking dat er waarschijnlijk geen "diepere grondslag" (zoals politieke of persoonlijke vijandschap) achter de klacht zit.