Handgeschreven brief (recto)
Origineel
Handgeschreven brief (recto) 12 maart 1941 № 85/6/1 [stempel/schrift linksboven]
13/3 [potloodnotitie]
Insp. [potloodnotitie]
Amsterdam 12.3.41
Hooggeachte Heer
Inspecteur.
Een dezer dagen werd mij door den karrenverhuurder Dost, Govert Flinkstraat 90, de mededeeling gedaan, dat met ingaande 15.3. de huur voor het huren van een stalkar met toebehooren en gebruik maken van een bakfiets voor de markten de huur daarvan weder met ,60 per week werd verhoogd.
Sedert 1913 word door mij een vaste plaats bezet op de dagmarkt Albert Cuijpstraat, gedurende deze tijd heb ik steeds van Dost het materiaal betrokken, gedurende de laatste jaren bedroeg de prijs per week f 3,50 met gebruik van bakfiets, Sedert 1.1. 41 werd de prijs f 4,00.
Nu verkeert Dost in de meening dat wij er niet buiten kunnen omdat het marktwezen niet toe-
[rechtsonder:] o.z. In deze brief beklaagt een Amsterdamse marktkoopman zich over een aangekondigde huurverhoging door zijn materiaalverhuurder, de heer Dost (gevestigd aan de Govert Flinckstraat 90). De kern van de klacht is de opeenvolging van prijsstijgingen in een korte periode:
1. Vóór 1 januari 1941: f 3,50 per week.
2. Per 1 januari 1941: verhoogd naar f 4,00 per week.
3. Per 15 maart 1941: een voorgenomen verhoging van nog eens f 0,60, wat het totaal op f 4,60 zou brengen.
De schrijver benadrukt dat hij al sinds 1913 op de Albert Cuypmarkt staat en spreekt het vermoeden uit dat de verhuurder misbruik maakt van de afhankelijkheid van de kooplieden ("dat wij er niet buiten kunnen"). De brief breekt af met "o.z." (ommezijde), wat duidt op een vervolg op de achterkant van het blad. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (maart 1941). In deze tijd waren prijzen en huren onderworpen aan strikte regelgeving om inflatie en oorlogswinsten tegen te gaan. De "Inspecteur" aan wie de brief gericht is, was waarschijnlijk verbonden aan de Rijksdienst voor de Prijsbeheersing.
De Albert Cuypmarkt was (en is) het centrum van de Amsterdamse markthandel. Karrenverhuurders zoals de genoemde Dost speelden een cruciale rol in de logistiek van de markt; veel handelaren hadden zelf geen opslagruimte en huurden dagelijks of wekelijks hun 'stalkar' (de verplaatsbare marktkraam) en een bakfiets om goederen te vervoeren. Dergelijke klachtenbrieven geven een uniek inkijkje in de sociaal-economische druk waaronder kleine zelfstandigen leefden tijdens de oorlogsjaren. Marktwezen
Samenvatting
In deze brief beklaagt een Amsterdamse marktkoopman zich over een aangekondigde huurverhoging door zijn materiaalverhuurder, de heer Dost (gevestigd aan de Govert Flinckstraat 90). De kern van de klacht is de opeenvolging van prijsstijgingen in een korte periode:
1. Vóór 1 januari 1941: f 3,50 per week.
2. Per 1 januari 1941: verhoogd naar f 4,00 per week.
3. Per 15 maart 1941: een voorgenomen verhoging van nog eens f 0,60, wat het totaal op f 4,60 zou brengen.
De schrijver benadrukt dat hij al sinds 1913 op de Albert Cuypmarkt staat en spreekt het vermoeden uit dat de verhuurder misbruik maakt van de afhankelijkheid van de kooplieden ("dat wij er niet buiten kunnen"). De brief breekt af met "o.z." (ommezijde), wat duidt op een vervolg op de achterkant van het blad.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (maart 1941). In deze tijd waren prijzen en huren onderworpen aan strikte regelgeving om inflatie en oorlogswinsten tegen te gaan. De "Inspecteur" aan wie de brief gericht is, was waarschijnlijk verbonden aan de Rijksdienst voor de Prijsbeheersing.
De Albert Cuypmarkt was (en is) het centrum van de Amsterdamse markthandel. Karrenverhuurders zoals de genoemde Dost speelden een cruciale rol in de logistiek van de markt; veel handelaren hadden zelf geen opslagruimte en huurden dagelijks of wekelijks hun 'stalkar' (de verplaatsbare marktkraam) en een bakfiets om goederen te vervoeren. Dergelijke klachtenbrieven geven een uniek inkijkje in de sociaal-economische druk waaronder kleine zelfstandigen leefden tijdens de oorlogsjaren.