Ambtelijke brief/kennisgeving.
Origineel
Ambtelijke brief/kennisgeving. 24 mei 1941 (verzonden op 26 mei 1941). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] Lu Müller [?]
[Getypt rechtsboven:] HG.
[Handgeschreven diagonaal:] verzonden 26/5
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
85/13/2 M. 24 Mei 1941.
Intrekking kramenvergunning
ten name van Th. Jonker.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat Th. Jonker, 2e
Oosterparkstraat 121 alhier, wien op 3 April 1939 onder no. 811 L.M.
1938 door Burgemeester en Wethouders vergunning werd verleend tot het
plaatsen van kramen op de markt Dapperstraat, mij heeft medegedeeld,
dat hij met ingang van 19 Mei 1941 niet langer van de hem verleende
vergunning gebruik maakt; ik heb mitsdien de eer U beleefd te ver-
zoeken te willen bevorderen, dat bedoelde vergunning door den Regee-
ringscommissaris voor Amsterdam met ingang van vorenvermelden datum
wordt ingetrokken.
De Directeur, Dit document is een formele kennisgeving betreffende het beëindigen van een marktactiviteit. De kernpunten zijn:
- Betrokkene: Th. Jonker, woonachtig aan de 2e Oosterparkstraat 121 in Amsterdam.
- De vergunning: Jonker had sinds 3 april 1939 een officiële vergunning voor het exploiteren van marktkramen op de Dappermarkt.
- De opzegging: De vergunninghouder heeft zelf aangegeven per 19 mei 1941 te stoppen met zijn activiteiten.
- Procedure: De directeur verzoekt de wethouder om de formele intrekking te laten bekrachtigen door de Regeringscommissaris. De brief is gedateerd op 24 mei en de handgeschreven notitie bovenin geeft aan dat het document op 26 mei daadwerkelijk is verzonden. De datum van dit document (mei 1941) plaatst het midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is terug te zien in de terminologie:
- Regeringscommissaris voor Amsterdam: Na de Februaristaking van 1941 zetten de nazi-bezetters de Amsterdamse gemeenteraad en het college van B&W buitenspel. Op 20 maart 1941 werd Edward Voûte aangesteld als regeringscommissaris (burgemeester met dictatoriale bevoegdheden). Het feit dat de intrekking via hem moet lopen, weerspiegelt de nieuwe, autoritaire bestuursstructuur.
- De Dappermarkt: Deze markt in Amsterdam-Oost was een centrale plek in het dagelijks leven. In 1941 namen de anti-Joodse maatregelen toe. Hoewel de naam 'Th. Jonker' niet direct Joods oogt, werden in deze periode veel marktkooplieden gedwongen hun nering op te geven door schaarste aan goederen, oproepingen voor de arbeidsdienst, of de uitsluiting van Joodse handelaren van openbare markten (die vanaf eind 1941 volledig werden verbannen naar speciale 'Joodse markten').
- Wethouder voor de Levensmiddelen: In oorlogstijd was de voedselvoorziening een van de meest kritieke portefeuilles vanwege de invoering van de distributie en de toenemende tekorten.