Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 207
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

Toegang stallenzetters tot Joodsche markten

[Rood potlood: 85/24/6]
[Potlood: 23/12/41 HS]

A’dam, 20/12 1941
W. b. M.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 28 Nov. jl. om advies ontvangen stuk no. 1111 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat ik de onderhavige aangelegenheid heb behandeld in mijn brief dd. 11/11 jl. no. 18/15/8 M. (onder 2.); met Uw brief van 18 Nov. jl. no. 1050 L.M. 1941 hebt U zich ter zake met mijn meening vereenigd.

Adressant verzoekt thans om toe te staan, dat [ingevoegd: dan wel Joodsche] stallenzetters, die materiaal op de Joodsche markten hebben geplaatst, ~~wordt toegestaan i.p.v. voor en na markttijd (dat is vóór 9 uur en na 17 uur),~~ [ingevoegd: voor 11 uur en na 15 uur] toegang tot de Joodsche markten wordt verleend.

In verband met het feit, dat deze verhuurders hun materiaal moeten verzorgen, ~~is herhaaldelijk~~ (het is kortgeleden bij sterke wind voorgekomen, dat ... [einde pagina] Dit document is een ambtelijk advies of een interne notitie betreffende de logistieke regulering van de zogenaamde 'Joodsche markten' in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.

De kern van de tekst betreft een wijziging in de toegangstijden voor stallenzetters (de ondernemers die de marktkramen verhuurden en opbouwden). Oorspronkelijk mochten zij blijkbaar alleen buiten de officiële markttijden (vóór 9:00 en na 17:00 uur) op het marktterrein aanwezig zijn. De schrijver stelt voor dit te verruimen naar de tijden vóór 11:00 en na 15:00 uur. De noodzaak hiervoor wordt onderbouwd met praktische redenen: de verhuurders moeten hun materiaal kunnen onderhouden en zekeren, zeker bij slechte weersomstandigheden zoals harde wind.

De handgeschreven correcties zijn veelzeggend: de invoeging "dan wel Joodsche" wijst op de strikte scheiding die de bezetter aanbracht tussen Joodse en niet-Joodse dienstverleners. De zakelijke, bijna routinematige toon van de brief contrasteert scherp met de tragische historische realiteit van de Jodenvervolging waar deze markten een onderdeel van waren. In 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de segregatie van de Joodse bevolking in Nederland. Vanaf september 1941 werd het Joden in Amsterdam verboden om op reguliere markten te staan of te kopen. Als gevolg hiervan werden er specifieke 'Joodse markten' aangewezen (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat).

Dit document illustreert de verregaande bureaucratisering van deze uitsluiting. Terwijl de Joodse burgers stap voor stap hun rechten en vrijheden verloren, hield de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie zich bezig met de fijnmazige regels rondom de opbouw van kramen en de exacte toegangstijden voor leveranciers. Het stuk is een voorbeeld van de administratieve medewerking aan het systeem van uitsluiting en isolatie van de Joodse gemeenschap. Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies of een interne notitie betreffende de logistieke regulering van de zogenaamde 'Joodsche markten' in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.

De kern van de tekst betreft een wijziging in de toegangstijden voor stallenzetters (de ondernemers die de marktkramen verhuurden en opbouwden). Oorspronkelijk mochten zij blijkbaar alleen buiten de officiële markttijden (vóór 9:00 en na 17:00 uur) op het marktterrein aanwezig zijn. De schrijver stelt voor dit te verruimen naar de tijden vóór 11:00 en na 15:00 uur. De noodzaak hiervoor wordt onderbouwd met praktische redenen: de verhuurders moeten hun materiaal kunnen onderhouden en zekeren, zeker bij slechte weersomstandigheden zoals harde wind.

De handgeschreven correcties zijn veelzeggend: de invoeging "dan wel Joodsche" wijst op de strikte scheiding die de bezetter aanbracht tussen Joodse en niet-Joodse dienstverleners. De zakelijke, bijna routinematige toon van de brief contrasteert scherp met de tragische historische realiteit van de Jodenvervolging waar deze markten een onderdeel van waren.

Historische Context

In 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de segregatie van de Joodse bevolking in Nederland. Vanaf september 1941 werd het Joden in Amsterdam verboden om op reguliere markten te staan of te kopen. Als gevolg hiervan werden er specifieke 'Joodse markten' aangewezen (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat).

Dit document illustreert de verregaande bureaucratisering van deze uitsluiting. Terwijl de Joodse burgers stap voor stap hun rechten en vrijheden verloren, hield de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie zich bezig met de fijnmazige regels rondom de opbouw van kramen en de exacte toegangstijden voor leveranciers. Het stuk is een voorbeeld van de administratieve medewerking aan het systeem van uitsluiting en isolatie van de Joodse gemeenschap.

Locaties

Gaaspstraat (Joodse Markt) Joubertstraat (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6