Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 208
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke brief/notitie (doorslag of concept).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke brief/notitie (doorslag of concept). (Pagina 2)

kostbare zeilen van
marktkramen aan flarden
zijn gewaaid, zonder dat de
verhuurder hier iets aan kon
doen, omdat hij niet op de markt
mocht komen), ~~---~~ kramen-
huur moeten innen en karren
moeten weghalen, van koop-
lieden, die vóór het beëindigen
~~de~~ der markt hebben verlaten,
acht ik inwilliging van het
onderhavige verzoek in het
belang van de niet-Joodsche
kraamverhuurders. T

Ik geef U beleefd in over-
weging aan de betreffende auto-
riteiten de vraag voor te leggen
of ~~het mogelijk is~~ aan het onderhavige ver-
zoek gevolg te geven.

(w.g.) Onleesbare paraaf/handtekening, mogelijk SdZ

T Aan enkele, met name [ingevoegd: kramen]
genoemde, niet-Joodsche stallen-
verhuurders, zou dan, als ver-
tegenwoordigers van alle niet-Joodsche
kraamverhuurders, die op Joodsche
markten materiaal plaatsen een
schriftelijke vergunning tot het betreden der markt
kunnen worden verleend. De tekst is een ambtelijk advies betreffende de problemen die niet-Joodse kraamverhuurders ondervinden door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

De kernpunten zijn:
1. Schade: Omdat niet-Joodse verhuurders geen toegang meer hebben tot markten die als "Joodsche markten" zijn aangewezen, kunnen zij hun materiaal niet onderhouden of opruimen. Dit leidt tot materiële schade (zeilen die aan flarden waaien).
2. Financieel belang: De verhuurders kunnen hun huurgeld niet innen bij de kooplieden.
3. Oplossing: De schrijver adviseert om een schriftelijke vergunning aan te vragen bij de autoriteiten, zodat een selecte groep niet-Joodse verhuurders de Joodse markten toch mag betreden om hun eigendommen te beheren.

Het taalgebruik is formeel en juridisch ("onderhavige verzoek", "inwilliging", "in overweging geven"). De doorhalingen wijzen op een concepttekst die nog werd geredigeerd voor verzending. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Na de bezetting voerden de Duitsers stapsgewijs segregerende maatregelen in tegen de Joodse bevolking. Vanaf 1941 werden Joden in steden als Amsterdam gedwongen om hun handel te drijven op specifiek aangewezen "Joodsche markten" (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Afrikanerplein).

Niet-Joden mochten deze markten vaak niet meer betreden. Dit document illustreert een praktisch-zakelijk gevolg van deze racistische politiek: de niet-Joodse ondernemers die de kramen en materialen verhuurden aan Joodse marktkooplieden, raakten door het toegangsverbod hun grip op hun eigendommen kwijt. De "niet-Joodsche kraamverhuurders" waarover gesproken wordt, probeerden via deze weg hun economische belangen veilig te stellen bij de autoriteiten, ondanks de segregatie.

Samenvatting

De tekst is een ambtelijk advies betreffende de problemen die niet-Joodse kraamverhuurders ondervinden door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.

De kernpunten zijn:
1. Schade: Omdat niet-Joodse verhuurders geen toegang meer hebben tot markten die als "Joodsche markten" zijn aangewezen, kunnen zij hun materiaal niet onderhouden of opruimen. Dit leidt tot materiële schade (zeilen die aan flarden waaien).
2. Financieel belang: De verhuurders kunnen hun huurgeld niet innen bij de kooplieden.
3. Oplossing: De schrijver adviseert om een schriftelijke vergunning aan te vragen bij de autoriteiten, zodat een selecte groep niet-Joodse verhuurders de Joodse markten toch mag betreden om hun eigendommen te beheren.

Het taalgebruik is formeel en juridisch ("onderhavige verzoek", "inwilliging", "in overweging geven"). De doorhalingen wijzen op een concepttekst die nog werd geredigeerd voor verzending.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Na de bezetting voerden de Duitsers stapsgewijs segregerende maatregelen in tegen de Joodse bevolking. Vanaf 1941 werden Joden in steden als Amsterdam gedwongen om hun handel te drijven op specifiek aangewezen "Joodsche markten" (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Afrikanerplein).

Niet-Joden mochten deze markten vaak niet meer betreden. Dit document illustreert een praktisch-zakelijk gevolg van deze racistische politiek: de niet-Joodse ondernemers die de kramen en materialen verhuurden aan Joodse marktkooplieden, raakten door het toegangsverbod hun grip op hun eigendommen kwijt. De "niet-Joodsche kraamverhuurders" waarover gesproken wordt, probeerden via deze weg hun economische belangen veilig te stellen bij de autoriteiten, ondanks de segregatie.

Locaties

Gaaspstraat (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Pruim A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6