Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 209
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief / Ambtelijk schrijven.

6 januari 1942. Van: De burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte), namens deze de secretaris (J.F. Franken). Aan: Senator Dr. Hans Böhmcker (Beauftragte voor de stad Amsterdam), Museumplein 19, Amsterdam (Z).

Origineel

Brief / Ambtelijk schrijven. 6 januari 1942. De burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte), namens deze de secretaris (J.F. Franken). Senator Dr. Hans Böhmcker (Beauftragte voor de stad Amsterdam), Museumplein 19, Amsterdam (Z). [Linkerbovenzijde - stempel en potlood:]
F/G.
№ 85/24/7 M. 1941 9/1 - 142

[Rechterbovenzijde - handgeschreven:]
Markten
95

[Hoofdtekst:]
Nr. 1111 L.M.1941. AMSTERDAM, den 6. Januar 1942.

[Rechterzijde - handgeschreven in rood/blauw potlood:]
mi / fsi
H. Siebergh (?)
Insp. [onleesbaar]

Herrn
Senator Dr. Böhmcker,
Museumplein 19,
AMSTERDAM (Z).

Vor einiger Zeit baten die nichtjüdischen Buden- und Kramvermieter, vor und nach der Marktzeit Material für die Auslage von Waren nach den jüdischen Märkten bringen und es von dort wegholen zu dürfen, das heisst also morgens vor 9 Uhr und des abends nach Marktschluss.

Ich habe diesem Antrag auch darum stattgegeben, weil die Vermieter nicht selbst am Markte teilnehmen und zu der genannten Zeit keine Juden auf den Geländen anwesend sind, während andererseits eine Weigerung für diese Budenvermieter einen bedeutenden Nachteil ergeben haben würde.

Auf Grund gemachter Erfahrungen bitten diese Vermieter jetzt um die Genehmigung, ihnen statt vor und nach Marktzeit vor 11 Uhr vormittags und nach 15 Uhr nachmittags Zugang zu den jüdischen Märkten zu gestatten, sodass sie ihre Arbeiten - die Versorgung des Materials, das Kassieren von Budenmieten, das Wegholen der Karren derjenigen Händler, welche vor Beendigung des Marktes die Plätze verlassen - besser verrichten können. In diesem Zusammenhang weise ich darauf hin, dass kürzlich bei einem Sturm kostbare Deckplanen von Marktbuden in Stücke zerrissen wurden, ohne dass der Vermieter in der Lage war, rechtzeitig Massnahmen zu treffen, da er den Markt nicht betreten durfte.

Im Falle der Genehmigung dieses Antrags beabsichtige ich, einigen nichtjüdischen, namentlich genannten Budenvermietern als Vertretern aller nichtjüdischen Budenvermieter eine schriftliche Konzession für das Betreten der Märkte zu erteilen.

Ich würde es begrüssen, wenn Sie sich mit dieser Regelung einverstanden erklären wollten.

Der Bürgermeister von Amsterdam,
(get.) Voûte
der Generalsekretär,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document betreft een verzoek van het gemeentebestuur van Amsterdam aan de Duitse bezetter (vertegenwoordigd door Dr. Böhmcker) om de toegangsregels voor de zogenaamde "Joodse markten" te versoepelen voor niet-Joodse ondernemers.

Kernpunten:
1. Economisch belang: Niet-Joodse verhuurders van marktkramen en materiaal verhuren hun goederen aan handelaren op de Joodse markten. Zij ondervinden logistieke problemen omdat zij de terreinen officieel niet mogen betreden wanneer er Joden aanwezig zijn.
2. Verruiming van tijden: Eerder mochten zij alleen vóór 09:00 uur en na sluitingstijd het terrein op. De burgemeester verzoekt dit te verruimen naar vóór 11:00 uur en na 15:00 uur.
3. Argumentatie: Het verzoek wordt onderbouwd met praktische redenen: het innen van huur, het ophalen van karren en het voorkomen van schade. Er wordt specifiek verwezen naar een storm waarbij dekzeilen verloren gingen omdat de (niet-Joodse) eigenaar het terrein niet op mocht om ze vast te zetten.
4. Controle: De burgemeester stelt voor om met "schriftelijke concessies" (vergunningen) te werken voor een geselecteerde groep verhuurders om toezicht te behouden. Dit schrijven dateert van januari 1942, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland in een stroomversnelling kwamen. In 1941 waren in Amsterdam specifieke Joodse markten ingesteld (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Afrikanerplein) om Joden volledig te isoleren van de niet-Joodse bevolking.

Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid van de Holocaust: terwijl de segregatie en latere deportatie werden voorbereid, hield het stadsbestuur zich bezig met de praktische en economische complicaties van deze uitsluiting voor de "Ariërs" (niet-Joden). De brief laat zien hoe de burgemeester (E.J. Voûte, die bekend stond als collaborerend) probeerde de belangen van niet-Joodse ondernemers te behartigen binnen het kader van de racistische verordeningen van de bezetter. Dr. Hans Böhmcker, de ontvanger, was als Beauftragte direct verantwoordelijk voor de uitvoering van de anti-Joodse politiek in Amsterdam. E.J. Vo H. Siebergh J.F. Franken

Samenvatting

Dit document betreft een verzoek van het gemeentebestuur van Amsterdam aan de Duitse bezetter (vertegenwoordigd door Dr. Böhmcker) om de toegangsregels voor de zogenaamde "Joodse markten" te versoepelen voor niet-Joodse ondernemers.

Kernpunten:
1. Economisch belang: Niet-Joodse verhuurders van marktkramen en materiaal verhuren hun goederen aan handelaren op de Joodse markten. Zij ondervinden logistieke problemen omdat zij de terreinen officieel niet mogen betreden wanneer er Joden aanwezig zijn.
2. Verruiming van tijden: Eerder mochten zij alleen vóór 09:00 uur en na sluitingstijd het terrein op. De burgemeester verzoekt dit te verruimen naar vóór 11:00 uur en na 15:00 uur.
3. Argumentatie: Het verzoek wordt onderbouwd met praktische redenen: het innen van huur, het ophalen van karren en het voorkomen van schade. Er wordt specifiek verwezen naar een storm waarbij dekzeilen verloren gingen omdat de (niet-Joodse) eigenaar het terrein niet op mocht om ze vast te zetten.
4. Controle: De burgemeester stelt voor om met "schriftelijke concessies" (vergunningen) te werken voor een geselecteerde groep verhuurders om toezicht te behouden.

Historische Context

Dit schrijven dateert van januari 1942, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland in een stroomversnelling kwamen. In 1941 waren in Amsterdam specifieke Joodse markten ingesteld (zoals op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en het Afrikanerplein) om Joden volledig te isoleren van de niet-Joodse bevolking.

Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid van de Holocaust: terwijl de segregatie en latere deportatie werden voorbereid, hield het stadsbestuur zich bezig met de praktische en economische complicaties van deze uitsluiting voor de "Ariërs" (niet-Joden). De brief laat zien hoe de burgemeester (E.J. Voûte, die bekend stond als collaborerend) probeerde de belangen van niet-Joodse ondernemers te behartigen binnen het kader van de racistische verordeningen van de bezetter. Dr. Hans Böhmcker, de ontvanger, was als Beauftragte direct verantwoordelijk voor de uitvoering van de anti-Joodse politiek in Amsterdam.

Genoemde Personen 3

Locaties

Gaaspstraat (Joodse Markt) Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Soda Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Rund Vleeswaren: Vlees Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6