Administratieve notitie/besluitvormingsstuk betreffende marktvergunningen.
Origineel
Administratieve notitie/besluitvormingsstuk betreffende marktvergunningen. 9 februari 1942 (geschreven) en 11 februari 1942 (stempel). 16) J. Rootveld. Intrekken
17) J. Walvisch Jr. Intrekken
18) J. P. Dinkelo. Verzocht vergunning te mogen behouden.
19) M. L. v Keizerswaard idem.
20) A. Schoop. idem. heeft nog eenige klanten op markt Alb. C. str.
Tegen inwilliging van de verzoeken van de stal-zetters om hun vergunning te mogen handhaven bestaat m.i. geen bezwaar.
9-2-'42
de Haan [?]
Th. Müller [handtekening]
Aan Wethouder voorstellen om de vergunningen van de onder de nummers 6, 7, (9), 10, (11), 12, 14, 15, 16, 17, 19 en 20 vermelde kramenverhuurders in te trekken.
Zie aparte lijst. (Th. Müller)
opmerking.
van de nummers 9. 11. ~~14~~ kan niet gezegd worden dat de intrekking op eigen verzoek geschiedt.
hoe luidt dan de motiveering?
[Stempel:] 11 FEB. 1942 Het document betreft een ambtelijke afhandeling van marktvergunningen voor zogenaamde 'stal-zetters' of 'kramenverhuurders'.
* De bovenste lijst bevat specifieke namen en hun status: sommigen moeten worden ingetrokken, anderen verzoeken om behoud.
* Ambtenaar Th. Müller adviseert in eerste instantie dat er geen bezwaar is tegen het behoud van vergunningen voor hen die daarom vragen.
* Echter, er volgt een dwingender voorstel aan de Wethouder om een hele reeks vergunningen (waaronder die van J. Walvisch Jr. en J. Rootveld) in te trekken.
* De handgeschreven opmerking onderaan is cruciaal: de schrijver vraagt naar de juridische of administratieve onderbouwing ("motiveering") voor de intrekkingen bij nummers 9 en 11, omdat deze handelaren niet vrijwillig afstand doen van hun vergunning. Dit document is gedateerd in februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden Joden (zoals J. Walvisch Jr.) systematisch uit het openbare en economische leven geweerd. De Albert Cuypmarkt was een belangrijke plek voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
Het intrekken van vergunningen van kramenverhuurders was een methode om de controle over de markthandel te centraliseren of om specifieke groepen te onteigenen. De bureaucratische vraag naar een "motiveering" laat zien hoe de bezettingsadministratie trachtte de uitsluiting en onteigening van burgers in formele procedures te gieten. A. Schoop J. Rootveld J. Walvisch J.P. Dinkelo P. Dinkelo
Samenvatting
Het document betreft een ambtelijke afhandeling van marktvergunningen voor zogenaamde 'stal-zetters' of 'kramenverhuurders'.
* De bovenste lijst bevat specifieke namen en hun status: sommigen moeten worden ingetrokken, anderen verzoeken om behoud.
* Ambtenaar Th. Müller adviseert in eerste instantie dat er geen bezwaar is tegen het behoud van vergunningen voor hen die daarom vragen.
* Echter, er volgt een dwingender voorstel aan de Wethouder om een hele reeks vergunningen (waaronder die van J. Walvisch Jr. en J. Rootveld) in te trekken.
* De handgeschreven opmerking onderaan is cruciaal: de schrijver vraagt naar de juridische of administratieve onderbouwing ("motiveering") voor de intrekkingen bij nummers 9 en 11, omdat deze handelaren niet vrijwillig afstand doen van hun vergunning.
Historische Context
Dit document is gedateerd in februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden Joden (zoals J. Walvisch Jr.) systematisch uit het openbare en economische leven geweerd. De Albert Cuypmarkt was een belangrijke plek voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
Het intrekken van vergunningen van kramenverhuurders was een methode om de controle over de markthandel te centraliseren of om specifieke groepen te onteigenen. De bureaucratische vraag naar een "motiveering" laat zien hoe de bezettingsadministratie trachtte de uitsluiting en onteigening van burgers in formele procedures te gieten.