Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 229
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag of administratieve samenvattingsfiche van officiële correspondentie.

14 januari 1942 (en referentiedatum 10 november 1941).

Origineel

Doorslag of administratieve samenvattingsfiche van officiële correspondentie. 14 januari 1942 (en referentiedatum 10 november 1941). [Linksboven, getypt]
HG.
52/259/2 M. [in rood potlood:] 1941

[Rechtsboven, handgeschreven in potlood]
Inspecteur [onduidelijk]
[handgeschreven:] Verzonden 14/1

[Rechtsboven, getypt]
14 Januari 1942.

[Midden rechts, getypt]
den Heer I.Bouwman,
Krugerplein 36 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.

[Midden links, getypt]
Gaaspstraat.

[Midden rechts, getypt]
vrijstelling betaling
marktgeld Gaaspstraat.

[Onder, rechts van het midden, getypt]
Gaaspstraat
10 November 1941

[Onderaan, gecentreerd]
XXXXXXXXXX Dit document is een administratieve vastlegging van een besluit of een kopie van een verzonden brief. Het betreft een verzoek of besluit aangaande de vrijstelling van marktgeld voor een marktkoopman genaamd I. Bouwman.

Opvallend is de tijdslijn: de referentie naar "Gaaspstraat 10 November 1941" wijst op de start van een dossier of een specifieke periode waarover de vrijstelling gaat, terwijl de uiteindelijke afhandeling of verzending plaatsvond op 14 januari 1942. De aanduiding "HG." staat vermoedelijk voor de hoofdafdeling Handels- en Gemeentebedrijven van Amsterdam. Het adres van de betrokkene (Krugerplein 36 I) ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die in deze periode een hoge concentratie Joodse inwoners kende. De datum van het document, januari 1942, plaatst de correspondentie midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is van cruciaal belang voor de interpretatie van de locatie "Gaaspstraat".

In september 1941 vaardigde de bezetter een verordening uit die Joden verbood om op reguliere markten te staan of daar inkopen te doen. Als gevolg hiervan werden in Amsterdam drie specifieke "Joodse markten" ingesteld, waar uitsluitend Joden mochten handelen en kopen. De markt in de Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt) was een van deze drie markten en werd geopend op 3 november 1941.

De datum 10 november 1941 op het document sluit hier naadloos bij aan; het is zeer waarschijnlijk dat de heer Bouwman een Joodse marktkoopman was die bij de start van deze gesegregeerde markt een regeling trof met de gemeente over het verschuldigde marktgeld. De vrijstelling kan te maken hebben gehad met de chaotische omstandigheden of de verplichte verplaatsing van zijn nering naar deze specifieke locatie. Het document illustreert daarmee de bureaucratische afhandeling van de toenemende isolatie en segregatie van de Joodse bevolking in Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een administratieve vastlegging van een besluit of een kopie van een verzonden brief. Het betreft een verzoek of besluit aangaande de vrijstelling van marktgeld voor een marktkoopman genaamd I. Bouwman.

Opvallend is de tijdslijn: de referentie naar "Gaaspstraat 10 November 1941" wijst op de start van een dossier of een specifieke periode waarover de vrijstelling gaat, terwijl de uiteindelijke afhandeling of verzending plaatsvond op 14 januari 1942. De aanduiding "HG." staat vermoedelijk voor de hoofdafdeling Handels- en Gemeentebedrijven van Amsterdam. Het adres van de betrokkene (Krugerplein 36 I) ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die in deze periode een hoge concentratie Joodse inwoners kende.

Historische Context

De datum van het document, januari 1942, plaatst de correspondentie midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is van cruciaal belang voor de interpretatie van de locatie "Gaaspstraat".

In september 1941 vaardigde de bezetter een verordening uit die Joden verbood om op reguliere markten te staan of daar inkopen te doen. Als gevolg hiervan werden in Amsterdam drie specifieke "Joodse markten" ingesteld, waar uitsluitend Joden mochten handelen en kopen. De markt in de Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt) was een van deze drie markten en werd geopend op 3 november 1941.

De datum 10 november 1941 op het document sluit hier naadloos bij aan; het is zeer waarschijnlijk dat de heer Bouwman een Joodse marktkoopman was die bij de start van deze gesegregeerde markt een regeling trof met de gemeente over het verschuldigde marktgeld. De vrijstelling kan te maken hebben gehad met de chaotische omstandigheden of de verplichte verplaatsing van zijn nering naar deze specifieke locatie. Het document illustreert daarmee de bureaucratische afhandeling van de toenemende isolatie en segregatie van de Joodse bevolking in Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6