Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 284
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (recto-zijde).

10 januari 1941.

Origineel

Handgeschreven brief (recto-zijde). 10 januari 1941. [Stempel:] $N\underline{o} 06/1/1$ [Stempel in paars:] M. 1941 13/1
[Inkt:] A, dam 10-1-41
M! H! [Mijne Heren!]
[Paarse aantekening:] onleesbaar, mogelijk een paraaf

Hierbij deel ik U mede
ook namens mijn compagn-
nons, dat wij oudejaars-
avond uit onze gevangen-
schap ontslagen zijn. Ik
breng u langs dezen eerst
onze hartelijke dank voor
de bereidwilligheid om ge-
durende die acht weken onze
diverse marktplaatsen voor
ons aan te houden, en ons
van marktgelden vrij te stel-
len. Ik hoop dan ook dat wij
vanaf a.s. Maandag weer onze
plaatsen kunnen bezetten
en met de diverse marktmees-
ters weer financieel een

[Rechtsonder:] zo. [zie ommezijde] * Inhoud: De schrijver brengt de instantie (vermoedelijk de Amsterdamse Marktwezen of een gemeentelijke afdeling) op de hoogte van het feit dat hij en zijn zakelijke partners ("compagnons") op oudejaarsavond 1940 zijn vrijgelaten. Zij hebben acht weken vastgezeten. De schrijver bedankt de ontvanger uitdrukkelijk voor de coulance: hun marktplaatsen zijn gedurende de detentie aangehouden en zij zijn vrijgesteld van het betalen van marktgeld (stageld). Hij kondigt aan de werkzaamheden op de eerstvolgende maandag te willen hervatten.
* Schrijfstijl: Formeel en beleefd, kenmerkend voor zakelijke correspondentie uit die tijd. Het gebruik van "M! H!" als aanhef en de duidelijke dankbetuiging wijzen op een afhankelijkheidsrelatie tussen de koopman en de administratieve instantie.
* Staat van het document: Het papier is gelinieerd en vertoont gebruikssporen. De tekst eindigt abrupt met "zo.", wat aangeeft dat de brief op de achterzijde verdergaat. De brief is geschreven in januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De detentie van acht weken (begonnen rond begin november 1940) kan diverse oorzaken hebben gehad: een economisch delict, een politieke overtreding of mogelijk een maatregel gericht tegen Joodse marktkooplieden, hoewel dat laatste uit deze specifieke pagina niet direct blijkt.

Opmerkelijk is de medewerking van de marktmeesters of de gemeente om de plaatsen van gedetineerden vast te houden en hen vrij te stellen van kosten. Dit duidt op een zekere mate van menselijkheid of ambtelijke continuïteit binnen de Amsterdamse bureaucreatie in deze vroege fase van de oorlog, waarbij men probeerde de broodwinning van burgers te beschermen ondanks hun aanraking met de (bezetting)autoriteiten.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver brengt de instantie (vermoedelijk de Amsterdamse Marktwezen of een gemeentelijke afdeling) op de hoogte van het feit dat hij en zijn zakelijke partners ("compagnons") op oudejaarsavond 1940 zijn vrijgelaten. Zij hebben acht weken vastgezeten. De schrijver bedankt de ontvanger uitdrukkelijk voor de coulance: hun marktplaatsen zijn gedurende de detentie aangehouden en zij zijn vrijgesteld van het betalen van marktgeld (stageld). Hij kondigt aan de werkzaamheden op de eerstvolgende maandag te willen hervatten.
  • Schrijfstijl: Formeel en beleefd, kenmerkend voor zakelijke correspondentie uit die tijd. Het gebruik van "M! H!" als aanhef en de duidelijke dankbetuiging wijzen op een afhankelijkheidsrelatie tussen de koopman en de administratieve instantie.
  • Staat van het document: Het papier is gelinieerd en vertoont gebruikssporen. De tekst eindigt abrupt met "zo.", wat aangeeft dat de brief op de achterzijde verdergaat.

Historische Context

De brief is geschreven in januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De detentie van acht weken (begonnen rond begin november 1940) kan diverse oorzaken hebben gehad: een economisch delict, een politieke overtreding of mogelijk een maatregel gericht tegen Joodse marktkooplieden, hoewel dat laatste uit deze specifieke pagina niet direct blijkt.

Opmerkelijk is de medewerking van de marktmeesters of de gemeente om de plaatsen van gedetineerden vast te houden en hen vrij te stellen van kosten. Dit duidt op een zekere mate van menselijkheid of ambtelijke continuïteit binnen de Amsterdamse bureaucreatie in deze vroege fase van de oorlog, waarbij men probeerde de broodwinning van burgers te beschermen ondanks hun aanraking met de (bezetting)autoriteiten.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6