Brief / Verzoekschrift aan de Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen.
Origineel
Brief / Verzoekschrift aan de Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen. Maandag 6 januari 1941. J. de Leeuwe (waarschijnlijk Isaac de Leeuwe, 1896-1943). Maandag 6 Jan: 1941
Aan Den Directeur der
Marktwezen
[In gekleurd potlood bijgeschreven: m. Insp]
Met deze wou ik u guarne vragen, als
ik op Zaterdags hulp mag hebben
op het Mosplein, dat ik het niet
af ken en mijn vrouw, omdat ik
daar met twee stallen handel
staat uitgepakt. Met deze wou ik
J. Postmeester Poninkstraat [waarschijnlijk: Pontanusstraat]
125 II A,dam, als hulp aanstellen.
Hoogachtend
J de Leeuwe
N. Uilenburgerstr 72 III
A, dam
No 90/2/1 M. 1941 7/1 De brief is een verzoek van een Amsterdamse marktkoopman om een assistent te mogen aanstellen voor zijn handel op de zaterdagmarkt op het Mosplein. De schrijver voert als reden aan dat hij daar met twee kramen ("stallen") staat en dat hij en zijn vrouw het werk samen niet bolwerken ("dat ik het niet af ken").
Het taalgebruik is formeel van opzet maar bevat diverse spreektaalvormen en fonetische spellingen die kenmerkend zijn voor de periode en de sociale context van de schrijver, zoals "guarne" (gaarne) en "af ken" (af kan). De voorgestelde hulp, J. Postmeester, woonde destijds aan de Pontanusstraat 125-II (in de brief gespeld als "Poninkstraat"). De ambtelijke stempels en de potloodaantekening "m. Insp" (met Inspecteur) wijzen op de administratieve afhandeling door de marktmeester of inspecteur van het Marktwezen. Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland. De afzender, J. de Leeuwe, kan met grote zekerheid worden geïdentificeerd als Isaac de Leeuwe, een Joodse marktkoopman die destijds met zijn gezin op de Nieuwe Uilenburgerstraat woonde, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt.
In januari 1941 waren Joodse Amsterdammers nog werkzaam op de reguliere markten, maar de druk van de bezetter nam toe. Enkele maanden na deze brief zouden Joodse kooplieden worden geweerd van de reguliere markten en verbannen worden naar specifieke "Joodse markten". De administratie van het Marktwezen vormt tegenwoordig een belangrijke bron voor het reconstrueren van het dagelijks leven en de economische uitsluiting van de Joodse bevolking tijdens de oorlog. Isaac de Leeuwe werd in 1943 gedeporteerd en vermoord in Sobibor; deze brief is een van de laatste administratieve sporen van zijn professionele leven. J. Postmeester J. de Leeuwe N. Uilenburgerstr Marktwezen
Samenvatting
De brief is een verzoek van een Amsterdamse marktkoopman om een assistent te mogen aanstellen voor zijn handel op de zaterdagmarkt op het Mosplein. De schrijver voert als reden aan dat hij daar met twee kramen ("stallen") staat en dat hij en zijn vrouw het werk samen niet bolwerken ("dat ik het niet af ken").
Het taalgebruik is formeel van opzet maar bevat diverse spreektaalvormen en fonetische spellingen die kenmerkend zijn voor de periode en de sociale context van de schrijver, zoals "guarne" (gaarne) en "af ken" (af kan). De voorgestelde hulp, J. Postmeester, woonde destijds aan de Pontanusstraat 125-II (in de brief gespeld als "Poninkstraat"). De ambtelijke stempels en de potloodaantekening "m. Insp" (met Inspecteur) wijzen op de administratieve afhandeling door de marktmeester of inspecteur van het Marktwezen.
Historische Context
Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland. De afzender, J. de Leeuwe, kan met grote zekerheid worden geïdentificeerd als Isaac de Leeuwe, een Joodse marktkoopman die destijds met zijn gezin op de Nieuwe Uilenburgerstraat woonde, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt.
In januari 1941 waren Joodse Amsterdammers nog werkzaam op de reguliere markten, maar de druk van de bezetter nam toe. Enkele maanden na deze brief zouden Joodse kooplieden worden geweerd van de reguliere markten en verbannen worden naar specifieke "Joodse markten". De administratie van het Marktwezen vormt tegenwoordig een belangrijke bron voor het reconstrueren van het dagelijks leven en de economische uitsluiting van de Joodse bevolking tijdens de oorlog. Isaac de Leeuwe werd in 1943 gedeporteerd en vermoord in Sobibor; deze brief is een van de laatste administratieve sporen van zijn professionele leven.