Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 293
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/vergunning

31 januari 1941 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam) Aan: den Heer J. de Leeuw, Nwe. Uilenburgerstraat 72 III, Amsterdam-Centrum

Origineel

Officiële brief/vergunning 31 januari 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam) den Heer J. de Leeuw, Nwe. Uilenburgerstraat 72 III, Amsterdam-Centrum HG.

90/2/2 M.

Extra

31 Januari 1941.

den Heer J.de Leeuw,
Nwe.Uilenburgerstraat 72 III,
Amsterdam-Centrum.
wijk 2.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 Januari jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Mosplein
te laten bijstaan - niet vervangen - door I. Ritmeester, geboren
7 Juli 1912.

De Directeur, Dit document is een formele administratieve beschikking uit het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een vergunning aan een individuele marktkoopman, de heer J. de Leeuw, om een specifiek persoon (I. Ritmeester) als assistent te hebben op zijn standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord.

Enkele opvallende details:
* Restricties: De toestemming is "tot wederopzegging" en bevat de expliciete voorwaarde "niet vervangen". Dit betekent dat de houder van de marktvergunning zelf aanwezig moet zijn; de assistent mag de honneurs niet alleen waarnemen.
* Identificatie: Van de assistent wordt niet alleen de naam maar ook de geboortedatum vermeld, wat wijst op een strikte administratieve controle.
* Locatie: De Nieuwe Uilenburgerstraat 72 III in de Amsterdamse "Wijk 2" bevond zich in de Uilenburg, een buurt die historisch nauw verbonden was met de Joodse gemeenschap in Amsterdam. De datum van 31 januari 1941 plaatst dit document in een zeer specifieke en beladen historische context. Dit is de periode van de Duitse bezetting, vlak voor de Februaristaking (25-26 februari 1941) en de instelling van de "Joodsche Wijk" in Amsterdam (februari 1941).

In deze maanden nam de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe door middel van anti-Joodse maatregelen. Namen als 'De Leeuw' en 'Ritmeester' waren veelvoorkomend binnen de Nederlands-Joodse gemeenschap. Hoewel de brief een standaard administratieve toon heeft, weerspiegelt hij de bureaucratische controle over het economische leven. Kort na de datum van deze brief zouden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt worden in hun handel, uiteindelijk resulterend in een verbod op het uitoefenen van hun beroep op de reguliere markten en de gedwongen overgang naar speciale Joodse markten, voordat de deportaties op grote schaal begonnen. Dit document legt een moment vast waarop het normale economische leven voor deze burgers formeel nog mogelijk was, maar onder strikt toezicht stond.

Samenvatting

Dit document is een formele administratieve beschikking uit het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een vergunning aan een individuele marktkoopman, de heer J. de Leeuw, om een specifiek persoon (I. Ritmeester) als assistent te hebben op zijn standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord.

Enkele opvallende details:
* Restricties: De toestemming is "tot wederopzegging" en bevat de expliciete voorwaarde "niet vervangen". Dit betekent dat de houder van de marktvergunning zelf aanwezig moet zijn; de assistent mag de honneurs niet alleen waarnemen.
* Identificatie: Van de assistent wordt niet alleen de naam maar ook de geboortedatum vermeld, wat wijst op een strikte administratieve controle.
* Locatie: De Nieuwe Uilenburgerstraat 72 III in de Amsterdamse "Wijk 2" bevond zich in de Uilenburg, een buurt die historisch nauw verbonden was met de Joodse gemeenschap in Amsterdam.

Historische Context

De datum van 31 januari 1941 plaatst dit document in een zeer specifieke en beladen historische context. Dit is de periode van de Duitse bezetting, vlak voor de Februaristaking (25-26 februari 1941) en de instelling van de "Joodsche Wijk" in Amsterdam (februari 1941).

In deze maanden nam de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe door middel van anti-Joodse maatregelen. Namen als 'De Leeuw' en 'Ritmeester' waren veelvoorkomend binnen de Nederlands-Joodse gemeenschap. Hoewel de brief een standaard administratieve toon heeft, weerspiegelt hij de bureaucratische controle over het economische leven. Kort na de datum van deze brief zouden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt worden in hun handel, uiteindelijk resulterend in een verbod op het uitoefenen van hun beroep op de reguliere markten en de gedwongen overgang naar speciale Joodse markten, voordat de deportaties op grote schaal begonnen. Dit document legt een moment vast waarop het normale economische leven voor deze burgers formeel nog mogelijk was, maar onder strikt toezicht stond.

Locaties

De Nieuwe Uilenburgerstraat 72 III in de Amsterdamse "Wijk 2" bevond zich in de Uilenburg een buurt die historisch nauw verbonden was met de Joodse gemeenschap in Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6