Officiële brief (doorslag/archiefexemplaar)
Origineel
Officiële brief (doorslag/archiefexemplaar) 31 januari 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam) Den Heer J. de Leeuw, Nwe. Uilenburgerstraat 72 III, Amsterdam-Centrum HG.
90/2/2 M.
[Handgeschreven:] M. de Leeuw
[Handgeschreven:] Verzonden 31/1
31 Januari 1941.
den Heer J. de Leeuw,
Nwe.Uilenburgerstraat 72 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 Januari jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Mosplein
te laten bystaan - niet vervangen - door I.Ritmeester, geboren
7 Juli 1912.
De Directeur, Dit document is een administratieve kennisgeving aan een marktkoopman, de heer J. de Leeuw. De kern van de brief is de formele toestemming die wordt verleend voor het hebben van een assistent op een marktstandplaats.
Opvallende elementen:
* De assistent: De heer I. Ritmeester (geboren in 1912) mag De Leeuw bijstaan. De toevoeging "niet vervangen" is cruciaal: de vergunninghouder (De Leeuw) moet zelf aanwezig blijven; de assistent mag de kraam niet zelfstandig exploiteren.
* Locatie: De standplaats bevindt zich op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord.
* Administratie: De handgeschreven teksten bovenin duiden op de interne verwerking door de gemeente. "Verzonden 31/1" bevestigt dat de brief op de dag van dagtekening de deur uit is gegaan. De datum van de brief, 31 januari 1941, is historisch zeer significant. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De ontvanger, de heer De Leeuw, woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, een straat in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking snel toe. Slechts enkele weken na deze brief, in februari 1941, zouden de eerste grote razzia's in de Jodenbuurt plaatsvinden, wat leidde tot de Februaristaking. In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun handel en uiteindelijk verbannen van de reguliere markten (zoals die op het Mosplein) naar speciaal aangewezen "Joodse markten". Dit document toont de ambtelijke continuïteit en controle over de dagelijkse economie in een tijd van escalerende uitsluiting en vervolging. I. Ritmeester J. de Leeuw M. de Leeuw Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een administratieve kennisgeving aan een marktkoopman, de heer J. de Leeuw. De kern van de brief is de formele toestemming die wordt verleend voor het hebben van een assistent op een marktstandplaats.
Opvallende elementen:
* De assistent: De heer I. Ritmeester (geboren in 1912) mag De Leeuw bijstaan. De toevoeging "niet vervangen" is cruciaal: de vergunninghouder (De Leeuw) moet zelf aanwezig blijven; de assistent mag de kraam niet zelfstandig exploiteren.
* Locatie: De standplaats bevindt zich op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord.
* Administratie: De handgeschreven teksten bovenin duiden op de interne verwerking door de gemeente. "Verzonden 31/1" bevestigt dat de brief op de dag van dagtekening de deur uit is gegaan.
Historische Context
De datum van de brief, 31 januari 1941, is historisch zeer significant. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De ontvanger, de heer De Leeuw, woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, een straat in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.
In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking snel toe. Slechts enkele weken na deze brief, in februari 1941, zouden de eerste grote razzia's in de Jodenbuurt plaatsvinden, wat leidde tot de Februaristaking. In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun handel en uiteindelijk verbannen van de reguliere markten (zoals die op het Mosplein) naar speciaal aangewezen "Joodse markten". Dit document toont de ambtelijke continuïteit en controle over de dagelijkse economie in een tijd van escalerende uitsluiting en vervolging.