Archiefdocument
Origineel
17 januari 1941 B. Schneidewind (Kennemerbeekweg No 18, Hillegom) № 90/4/1 M. 1941 22/1
Hillegom 17 Januari 1941
Aan de W.E.H.
ni. Insp.
Het bericht heb ik ontvangen als dat
18 Januari aanstaande mijn plaats moet bezetten
daar het mij onmogelijk is.
Wegens het weer de vorst en ander onmogelijk-
heden.
Daar al 7 a 8 weken Steun betrekt van het
Burgelijk armbestuur.
Daar er op de markt niets te verdienen is
voor ons dat mij zeer spijt maar dat is niet
anders. Ik betrek f 5 Steun
Hoogach Achtent
B Schneidewind
Kennemerbeekweg No 18
te Hillegom De brief is een kennisgeving van B. Schneidewind aan de lokale autoriteiten. De schrijver geeft aan niet in staat te zijn om op 18 januari een toegewezen "plaats te bezetten". Hoewel de exacte aard van deze 'plaats' niet expliciet wordt genoemd, wijst de context op een oproep voor de werkverschaffing of een verplichte tewerkstelling in ruil voor een uitkering.
De reden voor het verzuim is tweeledig: de extreme weersomstandigheden (vorst) en persoonlijke "onmogelijkheden". De schrijver benadrukt de precaire financiële situatie: er wordt al bijna twee maanden aanspraak gemaakt op het "Burgelijk armbestuur" (sociale bijstand) ter hoogte van 5 gulden, omdat er door het weer niets te verdienen valt op de markt. De toon is verontschuldigend ("dat mij zeer spijt") maar ook feitelijk over de armoede waarin het gezin verkeert. Het document dateert uit januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De winter van 1940-1941 was bijzonder streng, wat voor marktkooplieden en losse arbeiders leidde tot grote inkomstenderving.
De term "Steun" verwijst naar de werklozenzorg uit die tijd. Wie steun ontving, was vaak verplicht om deel te nemen aan de werkverschaffing (vaak zwaar fysiek werk in de buitenlucht). De vermelding van het "Burgelijk armbestuur" laat zien dat de zorg voor de allerarmsten destijds nog deels op lokaal gemeentelijk niveau werd geregeld, voordat dit in de jaren '60 landelijk werd geformaliseerd in de Algemene Bijstandswet. De administratieve stempels bovenaan de brief duiden op de bureaucratische verwerking binnen het gemeentelijk archief van Hillegom. B. Schneidewind
Samenvatting
De brief is een kennisgeving van B. Schneidewind aan de lokale autoriteiten. De schrijver geeft aan niet in staat te zijn om op 18 januari een toegewezen "plaats te bezetten". Hoewel de exacte aard van deze 'plaats' niet expliciet wordt genoemd, wijst de context op een oproep voor de werkverschaffing of een verplichte tewerkstelling in ruil voor een uitkering.
De reden voor het verzuim is tweeledig: de extreme weersomstandigheden (vorst) en persoonlijke "onmogelijkheden". De schrijver benadrukt de precaire financiële situatie: er wordt al bijna twee maanden aanspraak gemaakt op het "Burgelijk armbestuur" (sociale bijstand) ter hoogte van 5 gulden, omdat er door het weer niets te verdienen valt op de markt. De toon is verontschuldigend ("dat mij zeer spijt") maar ook feitelijk over de armoede waarin het gezin verkeert.
Historische Context
Het document dateert uit januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De winter van 1940-1941 was bijzonder streng, wat voor marktkooplieden en losse arbeiders leidde tot grote inkomstenderving.
De term "Steun" verwijst naar de werklozenzorg uit die tijd. Wie steun ontving, was vaak verplicht om deel te nemen aan de werkverschaffing (vaak zwaar fysiek werk in de buitenlucht). De vermelding van het "Burgelijk armbestuur" laat zien dat de zorg voor de allerarmsten destijds nog deels op lokaal gemeentelijk niveau werd geregeld, voordat dit in de jaren '60 landelijk werd geformaliseerd in de Algemene Bijstandswet. De administratieve stempels bovenaan de brief duiden op de bureaucratische verwerking binnen het gemeentelijk archief van Hillegom.